Buitenveldert


N. en ik lunchen in Buitenveldert – niet bij een typische lunchplek, of nou, ja, eigenlijk wel bij een typische lunchplek. Dat wil zeggen, een restaurant dat heel erg zijn best doet om niet in een grauw bedrijventerrein te liggen, maar dat is dus wel het geval. La Brochette doet net alsof we aan de Côte d'Azur aan het lunchen zijn (het weer is ernaar), of op zijn minst in een of andere nouveau riche-badplaats, maar we worden 'gewoon' omringd door non descripte laagbouw die je in vrijwel iedere buitenwijk van Nederland vindt.

'Ik vind dat iets, dat Buitenveldert,' zegt N. tussen twee happen van een overigens zeer smakelijke gerookte zalm-sandwich (ook over de Cola Zero geen klachten) door. 'Eigenlijk begrijp ik er helemaal niets van.'

Niet zo gek misschien, N. komt uit Den Haag. Aan de andere kant...

Ik vertel over mijn tante van achtentachtig, die gerieflijk in een appartementencomplex resideert in Buitenveldert – maar goed, dat is dan aan de uiterste zuidelijke rand, zeg maar tegen Amstelveen aan. Die tante is daar neergestreken nadat ze op veel andere plekken had gewoond, maar toen ik kind was, woonde ze ook al in Buitenveldert, ook al gerieflijk, toen nog met mijn oom, en wel in een bungalow aan de Cannenburg (in Dagboek van een postbode beschrijf ik hoe ik een van mijn eerste diensten draai in die straat en mij gelukkig prijs dat mijn tante mij daar niet in die hoedanigheid aantrof).

Een andere associatie die ik met Buitenveldert heb is Joop den Uyl. ik weet ook niet waarom. Ja, hij woonde er, maar niet in een bungalow volgens mij. Ik wil graag denken in een doorzonwoning.

Als N. en ik op straat staan te wachten op onze uber, parkeert voor onze neus een oudere heer en dame in een sportwagen met open dak. We kunnen vrijelijk naar binnen kijken bij dit duo. Ze zien er patent uit.

Typisch Buitenveldert, denk ik.