47. Brilliant destruction


Annibale Carraci

Toen ze aankwamen bij de flat, Becky, Roman en Ferwerda, the odd trio, troffen ze Mischa, de Berlijnse kennis aan op het balkon waar ze in haar onderbroekje een elektrische joint zat te roken. Waar is ie? riepen ze alledrie tegelijk in verschillende talen. Mischa haalde haar magere schouders op. In seinem Zimmer, selbstverständlich! Ferwerda was zo’n man die op dat moment, net zoals ik, onder die omstandigheden, zich afvroeg of seinem wel de juiste naamval was en ging in gedachten razendsnel het rijtje voorzetsels voor derde naamval, mit, nach, nebst enzovoorts af. 'In' zat daar niet bij. 'In' behoorde tot de voorzetsels die nu eens de derde naamval kregen, dan weer de vierde, afhankelijk van, als hij de Duitse les van mevrouw Pilar goed had onthouden, de vraag of er in ‘in’ beweging zat of niet. Was dat, by the way, niet de Grote Vraag van het Leven?
Roman stampte de deur van Jims kamer met zoveel geweld in dat zijn schoen bleef haken in de kapotte holte. Het was helemaal niet nodig geweest, de deur was gewoon open.
Binnen in de jongenskamer, helemaal zwart geverfd, van onder tot boven – inclusief plafond – en met niets aan de muur afgezien van een Brilliant Destruction poster, lag het krullerige genie op bed, in verkrampte houding, verpakt in een nauwsluitend zwartleren pak, naast een openstaande laptop, waaruit een draad hing die richting zijn kruis liep. Het tableau deed nog het meest denken aan een eeuwenoud kunstwerk. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten