30. Opties




Dat was het moment dat Jan Jaap Ferwerda bij mij aanklopte, zijn onzichtbare vriend. Normaal besprak hij zijn diepste problematiek met zichzelf, desnoods liep hij leeg tegenover zijn knetterdemente moeder, maar hij meende dat hij nu op een punt was gekomen, waar hij het allemaal niet meer wist. Niet dat hij dacht dat ik het wel allemaal wist, maar hij streelde mijn ego door te zeggen dat ik tot die kleine groep mensen behoorde die, zo zei hij het, prettig stoïcijns in het leven staat.
Misschien kwam het omdat ik ongebonden was, zowel professioneel als privé. Ik was aan niemand verantwoording schuldig behalve aan mijzelf en dat sprak hem aan. Hij dacht dat ik autonoom en amoreel was en dat dit voortvloeide uit mijn ongebondenheid; dit was niet zo, maar ik liet hem in de waan.
We bespraken de opties. Alle banden doorsnijden met Becky (uitgesloten). Met zijn allen bij wijze van commune samen gaan wonen in een groter huis in Oost-Groningen, waar dit nog betaalbaar was (uitgesloten). Trachten Roman Hollak en Becky weer bij elkaar te brengen, opdat zowel Jim als zijn toekomstige halfbroer of zus, tenminste een soort van thuis hadden (uitgesloten).
Omdat alle opties in elk geval bespreekbaar waren, deed Ferwerda's aanstaande vaderschap, DNA-tests daargelaten (die DNA-test was overigens gauw genoeg afgenomen, aangezien de dader-vader ongeveer overal op en rond Becky DNA-sporen had nagelaten), vooral een beroep op onze vindingrijkheid.
Wie wil weten wat hij moet doen, moet eerst weten waaruit hij kan kiezen. Daarom zijn vindingrijke mensen vrijer, maar misschien betreft het hier schijnvrijheid.
Toen de derde fles Margaux halfleeg was, opperde ik: als Becky niet vrijwillig wil overgaan tot abortus, is dan een niet-vrijwillige abortus niet iets?
Ferwerda wreef zichzelf langdurig in de ogen om te verhullen, zag ik later, dat hij huilde.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten