Verrassende verliefdheid

Marc Chagall: Pour l'amour de Bella


Verliefdheid komt altijd als een verrassing, en ook als een ziekte trouwens, maar de persoon van wie ik me dikwijls afvroeg of hij er nog toe in staat zou zijn, c.q. er bevattelijk voor, kwam nu juist ineens met dat nieuws aanzetten. Geweldig. Fantastisch. Verliefdheid gun je iedereen toe, zelfs je ergste vijand, want hij zal erdoor verlamd raken. Verliefdheid doet je opnieuw geboren worden, maakt dat je leeft, eigenlijk zijn alle bewegingen tot aan de verliefdheid en alle bewegingen, helaas, daarna, nogal tja, flauwtjes vergeleken bij de verliefdheid. Nee, alleen wie verliefd is, leeft. Daarvoor en daarna regeert de dood, maar die kun je nog opleuken met werk en kinderen.
Zoals wel vaker bij verliefdheden die plotseling optreden, die toeslaan als een koorts, een griepgolf, een virus, die om zich heen grijpen en uitzaaien als een kanker, ja: verliefdheid is een kanker, waren er ook slachtoffers. Twee. Namelijk degenen die dachten dat de verliefden hen toebehoorden. Dat is toch de makkelijkste manier om naar menselijke verhoudingen te kijken: als bezit. De uitspraak ik wil jou moet je volgens mij vrij letterlijk nemen. Maar het spannende, verrukkelijke van een verliefdheid is dat dat bezit nooit als een last wordt ervaren door de verliefden.
Maar ik had het over de gewonden, de achterblijvers, zij die moesten wijken voor de verliefdheid. Moeten zij uit het leven stappen? Nee, maar ze kunnen ermee dreigen. Een sterk dreigement heb ik dat nooit gevonden. Moeten zij iets met elkaar beginnen, een groep van lotgenoten? Ja, dat zou efficiënt zijn, maar het kan niet. Verliefdheid en efficiency sluiten elkaar uit.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten