De verliefden in een kooi

René Magritte: Le thérapeute

De verliefden zaten in een kooi met een glazen plafond, waarop nog wat gebladerte was achtergebleven. Boven in de lucht passeerden geen fazanten, want die vliegen niet zo hoog (ze kunnen het wel maar ze verdommen het) maar vliegtuigen, en duiven. De verliefden bleven niet van elkaar af. Ze plukten, frunnikten en vingerden elkaars handen. Af en toe, maar niet vaak, en zeker niet zo vaak dat een getuige zou kunnen spreken van aanstootgevend gedrag, dus de politie hoefde niet te worden verwittigd, stalen zij een geluidloze kus. Veel werd er niet gezegd. Wat viel er te zeggen? Wel werd er gelezen en geluisterd. Een verliefde die luistert naar een verliefde die leest: de getuige was er getuige van. Waar de blik op te richten tijdens de lezing ener verliefde? Voor de verliefde luisteraar was de vraag gauw beantwoord: naar elke huidcel, iedere grijze haar en stoppel, alle poriën van de verliefde lezer. De stem van de verliefde lezer klonk niet anders dan de getuige gewend was. Niet verliefder, maar ook niet minder verliefd. Dat kwam misschien omdat hij niet over verliefden las. Toen de lezing voorbij was, en de getuige even aan zijn neus zat, en een van de verliefden net de neus van de andere verliefde had gepoetst, leunde de verliefde poetser over naar de getuige, om ook diens neus te poetsen. Een interessant gebaar. Wie verliefd is, is verliefd op iedereen en alles.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten