De jacht op de leegte



De laatste nacht dacht ik Venetië te slim af te zijn door om vier uur, in the dead of night, te gaan wandelen. Ik wilde de stegen voor mezelf. Ik wilde lege stegen, lege bruggen, lege kades, lege kanalen, een naakte stad, ervaren wat Borges had bedoeld toen hij Venetië een stenen jungle noemde (ik kende Venetië alleen als een jungle van bewegend vlees).
Bang om te verdwalen was ik niet. Het is onmogelijk te verdwalen in Venetië, – of in welke stad dan ook, denk ik wel eens. Zeker, Google Maps was af en toe in de war, in de hoge smalle straatjes raakte de satelliet de draad kwijt, maar dat duurde nooit lang en de afwijking was nergens ernstig.
Een vermoedelijk onbedoeld gevolg van googles hegemonie in de navigatie is dat veel bewegende mensen in Venetië naar hun scherm turen, in het spoor van het blauwe pad. 'Want zij waren in robots veranderd, zonder het te merken.'
Ik wist de weg naar San Marco wel ongeveer uit mijn hoofd.
Venetië bij nacht helemaal voor jezelf alleen is filmisch. Don't look now, die andere met Sutherland,  toch nog maar eens bekijken.
De eerste keer dat ik schrok, was toen een alarm ergens afging; automatisch liep ik van het lawaai vandaan.
De tweede keer schrok ik van mijn eigen gestalte die plotseling opdoemde in de spiegel naast een toeristenwinkel.
Op het San Marco-plein was een handvol schoonmakers doende confetti op te vegen. De basiliek, gehuld in zwart, lag er dreigend bij. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten