De sokken van de keizer



Hoewel mijn moeder liever anders zou zien, besteed ik weinig aandacht aan mijn uiterlijk. Natuurlijk hijs ik mij bij tijd en wijle in een pak (om dan altijd weer verbaasd te zijn over des menschen receptie, niet alleen die van mijn moeder) of juist in een damesrok (idem), maar voor het overige zie ik kleren als een noodzakelijk kwaad – in het bijzonder de kous en de sok. Dus als het even kan, zeg zo'n acht maanden per jaar, laat ik die achterwege.
Over dit voetnudisme schreef ik drie jaar terug een anti-sok-stukje in Esquire. Chef Arno Kantelberg was het hier absoluut niet mee eens. 'Ik ben anti anti-sok,' verklaarde hij. En: 'Aanstellerig gedrag (...) voor fop-Jorts.'
Wie schetst mijn verbazing, – wel, laat ik het zelf maar doen –, als ik de Esquire opensla en Jesse Klaver, de Groene Kennedy, als Best Geklede Man van 2018, dandyesk liggend tussen de mossen en zwammen gefotografeerd zie?
Sokloos, wel te verstaan.
Ik klim in de pen om de heer Kantelberg, hoofdcommissaris der stijlpolitie, van mijn verbazing kond te doen. Is hij van zijn geloof afgevallen?
Nog niet helemaal, zo blijkt. Nu vindt hij dat het afhangt van de voeten/enkels. Sommige kunnen beter zonder sok dan anderen. Voor de mijne maakt hij bijvoorbeeld een uitzondering. Dat is bijzonder aardig van hem, maar ik voorspel, mede gezien de opwarming van de aarde, en hoe weinig dit ook indruist tegen de belangen der kousenindustrie: de dagen van de sok zijn geteld.
Wie had gedacht dat ik het historische gelijk op modegebied aan mijn zijde zou hebben?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten