20. Halo


Maandag zal de magere man uitslapen. Hij slaapt anders nooit uit, maar op deze dag aan het begin van de week heeft hij er zin in. Hij zal uitslapen tot half acht. Voor een boer is dat uitslapen; de magere man is geen boer, maar dit is een van zijn boertige trekjes. Een ander boertig trekje is dat hij met zijn kleren aan slaapt. Sinds het verscheiden van de vierkante vrouw, heeft hij bepaalde burgerlijke gewoontes afgelegd; een daarvan is het verkleden voor het naar bed gaan en na het opstaan. De magere man zal naar de logeerkamer gaan, de pan onder het lekkende dak verwisselen, en daarna beneden voor zichzelf een homp van een stokbrood afscheuren, die hij eerst langs een stuk boter heeft gehaald. Hij zal koffie zetten, uitgebreid, en ook brood in de koffie soppen, omdat hij dat al zijn hele leven doet, boer of geen boer. Pas veel later, laten we zeggen rond het middaguur, zal de magere man de behoefte voelen om een kijkje te gaan nemen bij de open haard, waar hij Frédéric Groeninx van Zoelen heeft achtergelaten. Hij zal gefascineerd zijn hoe hij erbij ligt: dramatisch achterovergebogen over de leuning van de oude bank, de babyface open en bloot en ongeschonden ondersteboven hangend, de blonde haartjes in de vorm van een halo om zijn hoofd, de benen wijd en de ogen open. De magere man zal de ogen niet sluiten. Hij zal de ogen openlaten, zo lang mogelijk.