Zolderkamer
Tijdens de rondleiding door de bovenetage van de oud-bibliothecaresse die mij royaal haar zolderkamer in de Jordaan ter beschikking stelt in ruil voor enige conversatie, een boodschap en wellicht een wandelingetje, wordt mijn aandacht getrokken door een onderbroek naast de wastafel. 'Die gebruik ik als keukendoekje,' zegt ze. Even later staan we achter mijn eigenhandig geïnstalleerde bureau voor het zolderraam, dat uitzicht biedt op een aantal balkonnetjes. Op een balkonnetje een verdieping lager, behoorlijk dichtbij, zitten twee jonge mensen onder het genot van een glas wijn met elkaar te flikflooien. Ze voelen zich niet bekeken. De oud-bibliothecaresse en ik zien het even aan. Het is een mooi schouwspel. Dan zegt zij: 'Als je er last van hebt, kun je op het raam tikken.' Jawel, ik ben opgetogen over deze zolderkamer. Ik zie mezelf hier wel zitten.
Chance encounter
Zeker, men kan koketteren met eenzaamheid, en veel literatuur bestaat uit precies dat, maar wanneer de eenzame een bekende ontmoet, wordt hij wakker getikt en keert hij terug naar het land der levenden.
Het gebeurde voor Victor's Espressobar. Ik herkende haar. En zij herkende mij gelukkig ook meteen.
Zij was met haar kleinkind.
Ik had mijn hoed op.
We waren, voorzover ik kan beoordelen, oprecht verheugd elkaar te zien.
Ik betrapte mezelf erop dat ik meteen een afspraak wilde maken. Om de chance encounter nog eens over te doen. Maar dat kan per definitie niet; ik was mezelf alweer aan het indekken tegen de eenzaamheid.
Het gebeurde voor Victor's Espressobar. Ik herkende haar. En zij herkende mij gelukkig ook meteen.
Zij was met haar kleinkind.
Ik had mijn hoed op.
We waren, voorzover ik kan beoordelen, oprecht verheugd elkaar te zien.
Ik betrapte mezelf erop dat ik meteen een afspraak wilde maken. Om de chance encounter nog eens over te doen. Maar dat kan per definitie niet; ik was mezelf alweer aan het indekken tegen de eenzaamheid.
Moe
'Ik ben een beetje moe,' hoorde ik iemand verzuchten die daar helemaal geen reden toe zou moeten hebben.
Ik wou uitroepen: 'Ik ook! Ik ben ook moe! Of nee, wacht eens, ik ben moeier, of hoe zeg je dat. Maakt niet uit hoeveel dutjes ik doe door de dag heen, alsmaar ben ik mezelf aan het uitrekken, mijn ogen aan het uitwrijven, aan het geeuwen, aan het gapen, vaak ook zonder mondbedekking omdat ik daar, ja, te moe voor ben. Zal wel met het voorjaar te maken hebben. Ja, daar zal het mee te maken hebben, want ik kan geen andere reden bedenken.'
Maar ik was ook moe van het moe zijn.
Kan men moe zijn van het moe zijn van het moe zijn?
Dan was ik dat ook.
Enzovoorts, enzoverder tot in de eeuwigheid amen.
Ik wou uitroepen: 'Ik ook! Ik ben ook moe! Of nee, wacht eens, ik ben moeier, of hoe zeg je dat. Maakt niet uit hoeveel dutjes ik doe door de dag heen, alsmaar ben ik mezelf aan het uitrekken, mijn ogen aan het uitwrijven, aan het geeuwen, aan het gapen, vaak ook zonder mondbedekking omdat ik daar, ja, te moe voor ben. Zal wel met het voorjaar te maken hebben. Ja, daar zal het mee te maken hebben, want ik kan geen andere reden bedenken.'
Maar ik was ook moe van het moe zijn.
Kan men moe zijn van het moe zijn van het moe zijn?
Dan was ik dat ook.
Enzovoorts, enzoverder tot in de eeuwigheid amen.
Haarlem = Parijs
Vanochtend, toen ik mijn ochtendwandeling maakte over de natgespoten kasseien rondom de Bavo Kerk in het poppenstadje Haarlem, en de terrassen met de koffiedrinkende klasse passeerde, dacht ik aan Parijs. Niet zozeer vanwege de zonnige omstandigheden, natte kasseien en voorgenoemde terrassen maar omdat ik alleen was, en ogenschijnlijk op zakenreis, en ik op zakenreis in Parijs ook nooit iemand spreek. Het maakt niet zo gek veel uit waar je bent als schrijvende eenling. Je komt om te schrijven, en niet om te spreken, dus dat treft. Lezen, wandelen – zulks is heilzaam –, maar dat is het wel zo'n beetje. Daarom geloof ik ook niet in kostbare schrijfvakanties onder leiding van Arthur Japin en andere inspirerende literaire grootheden. Daar wordt heel wat afgeluld, en dat is heerlijk en goed, vooral voor de organisatie, maar schrijven is een eenzaam beroep. Dat moet het ook zijn. If you can't stand the silence start a restaurant.
Dead rat paparazzo
Saturday night we are welcomed at our house by a dead rat. It is lying in the middle of the road, on its side, as if lounging, its tail spectacularly long. 'Don't park here,' my wife says. 'I don't want to see it.' I park a little further down the street. Meanwhile, a man with an explosion of grey hair is getting out of his car, leaving the door open and lights on, walks toward the dead rat and starts taking pictures. As my wife tries to unsee the dead rat, to think it away, on her way to our front door, I cannot resist saying to the dead rat paparazzo: 'Thanks for taking it off the street, sir.' His reply: 'It's a dead rat!' 'Yep. Thanks for cleaning it up.' Later I feel obliged to clean it up myself, so I take a spade and go back into the night. The dead rat paparazzo is gone. The dead rat is not – its body lifeless but beautifully intact. I scoop it up carefully, still somehow expecting it to wake up and run off, and shove it in the dumpster. A proper rat burial, I suppose.
Geen bal/ In bad.
Aanvang 2016 stuurde ik mijn uitgever een smeekbede verpakt in een koele email, behelzende dat ik met graagte mijn kaartje voor het Boekenbal opgaf, als ik in 2017 lieftallige zou mogen meetronen, onder het motto dansen met jezelf is lekker, maar samen delicieus. Mijn uitgever antwoordde vriendelijk dat hij niets kon beloven, maar dat hij zijn best voor me zou doen. Wat bleek, er was überhaupt in 2016 geen kaartje voor me. Vorige week kreeg ik bericht dat er 1 balkaartje voor me klaar lag. Nu had ik wel bargaining power. Ik ben op mijn hoofd gaan staan – op een gegeven moment hoorde ik mezelf aanbieden voor het auteursdiner op de uitgeverij voorafgaand aan het bal iets klaar te maken; het antwoord luidde reuze lief aangeboden, maar er komen 100 mensen – edoch: geen tweede kaartje. Toen zijn we maar in bad gegaan. Ik vermoed dat wij meer sterren zagen.
Dynamisch debat
Na afloop van Fortress Europe, de opera die mijn gesprekspartner sinds 1983 had gekozen als uitje voor mijn vijftigste verjaardag, vond een dynamisch debat plaats. We werden door een vlotte presentator met oorbellen en een vage hanekam uitgenodigd iets te beweren over Europa en de vluchtelingencrisis. Wie het eens was met wat er gezegd werd ging bij de spreker staan, wie het juist niet eens was, liep bij de spreker weg. Maar je mocht ook van mening veranderen, op en neer lopen of op je hoofd gaan staan. Doel was, denk ik, om de boel een beetje in beweging te krijgen. Ik vond het een origineel concept, en het ging ook goed, dat wil zeggen iedereen hield zich aan de regels en er werd zowaar af en toe boompje verwisseld tussen de optimisten en de pessimisten (hoewel minder dan je zou verwachten), en het is een interessante ervaring om weg te lopen van een vriend om wat hij beweert, en vervolgens weer bij hem terug te keren, maar er was alleen een probleem: de anderen waren er niet. Dat wil zeggen, er waren geen vluchtelingen. En ook geen Europahaters, islamo- of xenofoben. Dan mag het debat noch zo dynamisch zijn, het blijft een zinledig ritueel.
Nutteloze mannen
Ik zie een enorm koffietafelboek voor me, van Taschen bijvoorbeeld (met bijbehorend opzettafeltje), getiteld Nutteloze mannen. Prachtige spreads van nutteloze mannen, met een korte toelichting van hun nutteloosheid. Misschien achterin nog wat info, waarin de vraag wordt beantwoord of en zo ja wanneer de nutteloze man in kwestie nog enig nut leek te hebben, maar de meeste nutteloze mannen weten niet beter. Verder vooral veel aandacht voor hun schitterende lijven (met geurpagina's), hun wonderlijke kleren, hun baardjes, hun make up (welke nutteloze man draagt heden ten dage geen make up?), en dan uiteraard goed in beeld brengen de gereedschappen waarmee de nutteloze man in het huidige tijdperk zijn nutteloosheid vormgeeft. Mannen kunnen niet zonder gereedschap, dat zit in hun genen. Vroeger richtten zij daar nog wel eens iets mee uit, dat nuttig zou kunnen worden genoemd, maar die tijd ligt ver achter ons. Nu zijn hun gereedschappen ultieme speeltjes geworden – net zoals zijzelf.
Voorlezen
Een van de grote voordelen van optreden in het Bruggehuisje is dat bij een opkomst van nul procent de zaal toch nog voor pakweg 10 procent gevuld is. Maar de opkomst gisteravond was geen nul procent maar pakweg 50 procent. Hier en daar zag je nog wat lege plekken, ook op het balkon, maar daar staat tegenover dat er publiek op de grond zat (nl. managing director van het Bruggehuisje, Mark van Duijn). En er was quiche, Armeense walnoten-carameltaart en rosé.
Het Bruggehuisje wil een verteltheater zijn maar ik ben geen verteller, verontschuldigde ik me al bij binnenkomst; ik kwam een verhaal voorlezen. Het voorlezen van een verhaal is economischer, en minder economisch, dan het vertellen van een verhaal. De pauzes tussen de woorden en zinnen zijn korter, maar daar staat tegenover dat een schrijver wellicht meer woorden en zinnen nodig heeft om hetzelfde te zeggen.
'Het deed me denken aan Remco Campert,' zei een blinde luisteraar na afloop. Zulks beschouw ik als een compliment, vooral van een blinde.
Foto bereikte mij vandaag courtesy of Xaviera Hollander, die een Russische spion in de zaal bleek te hebben zitten.
Derde vraaggesprek
Man 1: Waarom draagt u een hoed?
Man 2: Ik wilde al lang een hoed geloof ik, maar ik wist niet waar ik er een kon kopen/ik was te lui om dat uit te zoeken. Toen stuitte ik bij toeval in een dumpshop op een hoed van €10, die eigenlijk ook iets te klein was, maar dat weerhield dit hoofddeksel er dus niet van om van de Oosterdokskade het water in te waaien.
Man 1: Waarom draagt u een hoed?
Man 2: Daarna heb ik voor mijn gevoel lang zonder gezeten. Het voelde wel ongeveer terecht, symbolisch en zo, dat ik mijn hoed was kwijtgeraakt. Ik kon trouwens ook geen nieuwe hoed vinden die paste. Ik ben behept met een groot hoofd.
Man 1: Waarom draagt u een hoed?
Man 2: Een vintage hoedenwinkel mailde me af en toe foto's van hoeden die me wel zouden passen, vooral van jagershoeden en ik ben geen jager. Ik ben verzamelaar. Voor mijn vijftigste verjaardag ben ik een hoed gaan passen in een deftige hoedenwinkel. Daar vond ik een majestueuze, perfect passende Borsalino, maar men was het erover eens dat ik die Borsalino niet had verdiend. Ikzelf eigenlijk ook.
Man 1: Waarom draagt u een hoed?
Man 2: Nu heb ik een nep-Borsalino. Een nep-Borsalino is ook een hoed.
Man 1: Waarom draagt u een hoed?
Man 2 zet zijn hoed op het kale hoofd van man 1 en trekt hem hard naar beneden, om zo het zicht aan hemzelf en de rest van de wereld te onttrekken.
Man 2: Ik wilde al lang een hoed geloof ik, maar ik wist niet waar ik er een kon kopen/ik was te lui om dat uit te zoeken. Toen stuitte ik bij toeval in een dumpshop op een hoed van €10, die eigenlijk ook iets te klein was, maar dat weerhield dit hoofddeksel er dus niet van om van de Oosterdokskade het water in te waaien.
Man 1: Waarom draagt u een hoed?
Man 2: Daarna heb ik voor mijn gevoel lang zonder gezeten. Het voelde wel ongeveer terecht, symbolisch en zo, dat ik mijn hoed was kwijtgeraakt. Ik kon trouwens ook geen nieuwe hoed vinden die paste. Ik ben behept met een groot hoofd.
Man 1: Waarom draagt u een hoed?
Man 2: Een vintage hoedenwinkel mailde me af en toe foto's van hoeden die me wel zouden passen, vooral van jagershoeden en ik ben geen jager. Ik ben verzamelaar. Voor mijn vijftigste verjaardag ben ik een hoed gaan passen in een deftige hoedenwinkel. Daar vond ik een majestueuze, perfect passende Borsalino, maar men was het erover eens dat ik die Borsalino niet had verdiend. Ikzelf eigenlijk ook.
Man 1: Waarom draagt u een hoed?
Man 2: Nu heb ik een nep-Borsalino. Een nep-Borsalino is ook een hoed.
Man 1: Waarom draagt u een hoed?
Man 2 zet zijn hoed op het kale hoofd van man 1 en trekt hem hard naar beneden, om zo het zicht aan hemzelf en de rest van de wereld te onttrekken.
Abonneren op:
Posts (Atom)
