Vijf haiku's bij de ziekte van mijn moeder
1.
Mijn moeder is ziek.
Ze is nog nooit ziek geweest.
Wij verzorgen haar.
2.
Jongste. Lieveling
van haar vader die jong stierf.
Scherp. Hart op de tong.
3.
Ontmand, ontmanteld.
Mensenmens. Boeken. Drukte.
Vrijheid maakt eenzaam.
4.
Ziek van dit verdriet.
Koortsachtig hoest-snotteren.
Waarvoor leef ik nog.
5.
Mamma mag niet gaan.
De bomen staan vol in bloei.
Een nieuw hoofdstuk wacht.
Sluitstuk
vele mensen bijeen
ik alleen met mijn moeder
hij glijdt langzaam weg,
in een door zijn eersteling gemaakte kist
in zijn schone trui, met zijn groentjes, duckies en pet
plus een brief van zijn dochter
we kijken hem na, hoe hij
de Parklaan uit zweeft, zonder aarzeling,
een flauwe bocht neemt
naar de oneindigheid
Vijf haiku's over sneeuw
De grijze geur van
vers poeder omgewoelde
zongekuste knerp
De stilte van het
witte lichte wereldbe-
kledende blinde
Hoe je soepeltjes
vrijelijk lijkt het slippend
naar beneden zweeft
Maak-, plak-, werp- en kneed-
eindeloos vervormbare
smeltende zeshoek
Plots losrakende
lomp zich traag verzwarende
dodende massa
Five Haikus For Izzy
1.
instant salvation
usually comes around tea
if not take a nap
2.
all the stars tonight
radiate your sympathy
i think i know now
3.
i pray to no god
i let the sun shine, wind blow
hand me a donut
4.
japanese cherries
blossom exuberantly
i get the picture
5.
let our feet hug, rub
don’t cut me with your toenail
gently scratch my calf
levitatie
mijn steeds veranderende ik
blijft zuchten
naar het droombeeld
dat ik in een opwelling
boetseerde uit blinde klei
van jou
jij zwevend op mijn hand
zo niet slapend dan badend
ik vererend
als een
zachtstenen venus
je verheven gestalte
Nachtelijke opruiming
De man die op een stille avond alle zwarte VanMoofs die hij op zijn wandeling tegenkwam een voor een de gracht van inkt in reed voelde toen hij in bed lag een vreemd soort schuldige voldoening, tegelijk had hij ook spijt van van deze zinloze, in de grond kinderachtige verplaatsing van andermans goed, wellicht gemotiveerd door naijver, hoewel hij onmogelijk medelijden kon opbrengen voor de berijders van deze machines, die de stad naar zijn smaak, een kille, lugubere, ja misschien zelfs licht-fascistoïde toets gaven, of stelde hij zich nu aan, nog afgezien van die keer dat hij bijna dood gereden werd.




