11. Geluk (slot)

Jean-Jacques Henner

Na afloop hebben we uitgebreid gedineerd, Walter en ik, in The French Room in Dallas, exquis en niet goedkoop. Erykah kwam ook nog even langs, voor een laatste afrekening. Hoe lang had ik in die geairconditionede museale spiegelruimte gezeten? Voor mijn gevoel een week, maar het bleek dus maar een etmaal te zijn geweest. Een etmaal naar jezelf kijken, ik geef het de grootste zelfhaters te doen. Niet slapen ook vooral. Oorlog tegen de herhaling, de leegte... Herinneringen ophalen, daar kun je wat tijd mee vullen. Ogen dicht. Je oogleden zijn de kortste weg naar het verleden. Herdenk wat je ooit hebt beleefd, if anything. Als je het niet meer weet, verzin iets.
Ik dacht aan mijn vrouw, hoeveel ik van haar hield. Ik was vergeten hoeveel ik van haar hield. Ze moest eerst sterven voordat ik tot de ontdekking kon komen hoeveel ik van haar hield. Of hield ik van een fantasmagorie? Had ik haar geïdealiseerd omdat ze er niet meer was, tot een idool gemaakt, een halfgod van de dood? Had ik haar überhaupt wel gekend? Wist ik wel wie ze was, wat ze wilde, of ze gelukkig was?
Geluk is een speeltje voor ouderen. Die hebben er de tijd voor. De nog niet ouderen vluchten voor het geluk in het genot.
Nou ja dit soort dingen hielden me bezig, zei ik tegen Walter.
Walter zei dat hij wel degelijk had overwogen om 24 uur lang via de geluidsinstallatie een hele harde hele hoge piep te laten horen, een oorverdovend priemend geluid, 'het geluid van het niets', zoals hij het noemde, maar dat hij daar, mede op voorspraak van Erykah, toch maar van had afgezien.

1 opmerking: