Honderd verhalen in honderd dagen: 9. Twaalf seconden



Net zit ik in de geluidsbibliotheek van mijn computer te grasduinen, de geluidsbibliotheek die jarenlang met al mijn computers is meeverhuisd, of gemigreerd moet je geloof ik zeggen, – ik ben allang weer vergeten waar ik naar op zoek was –, of ik stuit op het wav-bestandje Eric.

Er gaat een siddering door mijn lichaam, zoals wanneer je 's avonds buiten in de kou een plasje doet.

De twaalf laatste seconden van mijn vriend Eric. Nou ja, vriend, voorzover dat woord in New York enige betekenis heeft. Ik ken hem uit mijn stamkroeg in Soho. Maar ik heb in zijn ogen gekeken. Misschien heeft hij mij wel zijn diepste geheim verteld.

Ik wilde het bestandje onmiddellijk openen en tegelijk niet openen, altijd en nooit meer openen, publiceren en deleten. Het gehijg, het gesmak, het geknisper, het paniekerige geschreeuw (van een vrouw op de achtergrond), de suizende wind, de snoeiharde klap aan het eind, vermengd met steeds luider wordende brandweersirenes.

Dan: de herhaalde liefdesverklaring aan zijn dochter, Josey. Zeven indertijd. Ik heb haar wel eens gegoogled. Ze is DJ. Reist de wereld rond. Oogt niet ongelukkig. Maar dat zegt 'dus' allemaal niet zoveel. Haar muziekstijl is niet de mijne. Hoewel, ik heb nu een set van haar op staan uit New Delhi uit 2017 en ik raak bedwelmd door het gestamp en gedreun. Eén grote, grommende machine die alles en iedereen tussen zijn kaken vermaalt, daar doet het me aan denken. Toen net dacht ik dat ik een flard uit Eric hoorde, maar dat moet inbeelding zijn.

Hoe zou het met zijn vrouw zijn, Kathryn? Hoe zou zij het hebben gevonden dat Eric de laatste seconden aan zijn dochter opdroeg? Misschien heeft ze gedacht dat zijn liefde door hun dochter tot de moeder kwam.

Waarom heeft hij het gedaan? Waarom heeft hij zijn boodschap niet opgenomen voor de sprong? Hij kon toch weten, financial wizard als hij was, dat hij na zoveel seconden, – hoeveel waren het er geweest? vier, vijf? – letterlijk buiten adem zou zijn? Dat zijn dictafoon uit zijn hand viel, dat er alleen ruis over zou blijven?

Misschien was er geen tijd meer, kwam hij te laat op het idee.

Hij wilde de dood te slim af zijn, denk ik, zo lang mogelijk bewijs leveren van zijn leven (vandaar ook dat zijn laatste stemgeluid meer wegheeft van zang, dan van een gil, maar misschien wil ik dat erin horen).

Misschien dacht hij dat hij nog inzichten kreeg die de moeite van het delen waard waren. Absurd, maar zo'n ongeneeslijke optimist was hij.

Die inzichten zijn niet bewaard gebleven. De rest dus wel.

Heeft Kathryn hier ook maar enige troost uit geput, uit deze schreeuw uit het graf? Misschien heeft ze er nooit naar durven luisteren.

We waren nooit close, Kathryn en ik. Na mijn terugkeer naar Europa heb ik haar niet meer gesproken. Moet ik haar alsnog een berichtje sturen, om haar te laten weten dat ik aan Eric denk, zoveel jaar na dato? Dat Eric nog leeft, omdat hij leeft in mijn gedachten, ook al gebeurde dit dan serendipitously?