Vier diners



Het eerste diner zal de geschiedenis ingaan als het diner waarop ik, al kauwende, besefte dat ik het lot uit de loterij aan het vermalen was: de amandel die verstopt zat in het Noorse toetje. Geen bewijs, geen prijs.
Het tweede diner zal herinnerd worden, althans door mij, en misschien alleen maar omdat ik er hier over schrijf, als het diner waarop ik mijn eigen keuken uit werd gejaagd door mijn Gesprekspartner sinds '83, die ik niet alleen had uitgenodigd om te komen eten, maar tevens om te komen koken. Be careful what you wish for. Overigens kan hij veel beter koken, dus was het niet meer dan terecht, maar toch. Onze cultuur is een eercultuur: waar zouden we ons anders druk over moeten maken?
Het derde diner, ook wel het tweede familiediner – ach ja, dat moest er ook nog komen; natuurlijk, nee zeggen zou flauw zijn, onnodig grievend, en uiteindelijk was het ook toch gezellig? Jawel, samenleven is gezelligheid opzoeken, afdwingen, organiseren (ook al kun je, zoals ik, nog zo blijven hameren op het belang van ongezelligheid) – herinner ik me als het diner waarop Gesproken Werd. Door mijzelf zelfs, tot mijn eigen verbazing, toch wel, terwijl ik Eigenlijk Niets te Zeggen had. Aardig lastig om dat met zoveel woorden te verbergen.
Het vierde diner was als het laatste avondmaal, maar dan met kinderen, die aan hun eigen disje zaten (dat dan wel weer; de maatschappelijke hegemonie van het kind mag dan onafwendbaar zijn, dat wil niet zeggen dat kinderen niet, zoals vroeger bij mijn tante thuis, apart kunnen en mogen tafelen). Noem het apartheid nieuwe stijl.
En nu vasten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten