Schacht

Anish Kapoor: Descent into limbo


Haruki Murakami zou het jongetje over de rand hebben laten kijken, in de put hebben laten turen, en misschien iets hebben laten zeggen als: 'Ola?'
Haruki Murakami zou schrijven: het was geen put. Het was een schacht. Maar het idee, dat Murakami zo grenzeloos fascineert, namelijk dat van een ruimte die je wel in kan, heel makkelijk zelfs, maar niet meer uitkomt, zonder onmiddellijk te sterven (tenminste als je niet net een buiteling hebt gemaakt van 70 meter), blijft.
Murakami zou het jongetje, buiten het zicht van zijn ouders, die beiden in beslag worden genomen door hun mobiele telefoons, hebben laten knielen bij de schacht, en zijn hoofd in het gat laten steken. Hij zou hem, zoals elk kind dat de zwaartekracht ontdekt, en elke volwassene die nog graag de zwaartekracht aan het werk wil zien, enkele steentjes of papiertjes naar beneden hebben laten vallen. Hij zou hem niet hebben laten wachten op de plof of de plons, daarvoor is hij te jong, daarvoor heeft hij nog te weinig verwachtingen. Misschien dat Murakami hem daarom niet twee, wat belachelijk jong is, maar bijvoorbeeld vijf jaar maken, maar dat zou betekenen dat de schacht ook groter moet zijn om gevaarlijk te kunnen blijven, en hoe breder de schacht, hoe toepasselijker de term put.
Murakami is, net zoals zijn protagonistje, geobsedeerd door de put. Het mag geen ongeluk zijn, ook geen freak ongeluk. Er moet een intentie zijn, anders is er geen verhaal. Het jongetje wil naar beneden klimmen, omdat hij zich wil verstoppen. Voor wie? Hoe lang doet een kinderlijfje van pakweg 10 kilo erover om een afstand van 70 meter te vallen? Hoeveel miljoenen mensen hebben hun gedachten laten gaan over dit scenario, terwijl, maar dat is een cliché, elders kinderen in stilte sterven?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten