Vulsel



Vulsel was ik gevraagd te zijn op een werf-receptie voor een kunstzuster. Het vulsel was nodig om de mecenassen de indruk te geven dat er Interessante Lieden op haar kunst afkwamen, Lieden van Divers Pluimage. Niet bejaard ook, vooral.
Aan in elk geval de laatste voorwaarde voldeed ik.
Ik heb altijd al vulsel willen zijn. Ik voel me vaak vulsel bij sociale gelegenheden, maar dan wordt er toch weer iets van me verwacht. Verwachtingen: je zou ze graag willen uitzetten. Verwachtingen zijn de vijand van het vulsel.
Toen ik op de receptie aankwam, stuitte ik op een heerschap van wie ik vermoedde dat hij mecenas was, omdat hij die vanzelfsprekende macht uitstraalde die bij het mecenaat hoort, maar het was niet de mecenas die gemasseerd diende te worden. Ik was niet gevraagd om te masseren, alleen om te vullen, dus ik hield mijn mond. Ik was bang voor hem. Ik was bang dat hij mij zou verpulveren. Ik kwam hem tegen bij de toiletten. Dus zo ziet macht eruit, dacht ik. Ik was het vergeten. Ik verkeer zelden in machtige kringen. Machtige kringen vragen mij nooit om te vullen. De machtigen vullen zichzelf.
De massage verliep ondertussen naar wens.
Ik maakte een praatje met een slavist, die, vermoedde ik, ook als vulsel diende. Gevraagd naar een leestip uit de modernere Russische literatuur, raadde hij mij Kankerpaviljoen aan van Solzjenitsyn.
Dat heb ik gelezen toen ik denk ik zestien was of zeventien. Ik begreep er niets van. Nog maar eens proberen dus.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten