Verse sneeuw

Anne Reinke

Ik ben jaloers op de verse sneeuw van mijn vrouw. Ze zit in Oppland, Noorwegen, waar het eigenlijk al in oktober had moeten sneeuwen, maar door het opschuiven der temperaturen, is hij pas gevallen de dag voordat zij aankwam. Een flink pak, wel. Sneeuwschuiven, -kettingen, de hele rataplan. Maagdelijke sneeuw is het meest poëtisch, al was het maar omdat je er in kunt dichten. De foto hierboven, die ze me opstuurde, is een still uit een film die ik wil maken. Een film waarin sneeuw valt, in dikke watten van vlokken, op de wimpers van een jongen die in grote stappen door de sneeuw loopt zonder te weten waarheen. Zijn handen zijn bevroren. De sneeuw kraakt, maar hij plakt niet. De sneeuw is te nat, te koud of te droog. De jongen kijkt naar de grijszwarte hemel, steekt zijn tong uit, vangt vlokken op, slikt ze door. De sneeuw smaakt naar ijzer. Het is windstil, de vlokken vallen kaarsrecht naar beneden, als in een computerspel vallen ze het gezicht van de jongen aan. Ze worden geboren uit het zwart, reizen door het grijs en landen in het wit. De jongen is helemaal alleen in het doodstille landschap. Als hij nu door een sneeuwmonster wordt verzwolgen merkt niemand het. Dat idee windt hem op. Hij schuift een berg bij elkaar en graaft er een tunnel in, maakt een kamer voor zichzelf. Hij gaat op zijn rug in zijn sneeuwkamer liggen, met zijn handen onder zijn hoofd, slaat zijn ene been of het andere en sluit zijn ogen. Net voordat hij stilvalt, kijkt een meisje, dat niet kan slapen, uit haar raam en ziet hem liggen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten