Blue Friday



Was het gisteren Blue Friday? Het had er alle schijn naar, toen we op het station aankwamen en een groot deel van het treinverkeer ontregeld was door een stuk of zes aanrijdingen met/van een persoon. 'Is het vandaag nationale voor de trein-spring dag?' vroeg ik aan een moeder die net zoals ik, vanaf Schiphol, met een trosje kindjes naar Rotterdam probeerde te geraken. 'Ik geloof het,' antwoordde zij opgeruimd. 'Vandaag vinden meerdere mensen het leven niet meer leuk.'
Aan de negenjarige, die eerder nog hardop had gefantaseerd over de vraag of hij op Station Zuid vanaf het perron het spoor op kon lopen zonder te worden geraakt door een trein, kon ik er niet meer omheen uit te leggen wat een aanrijding met/van een persoon behelst. (De vijfjarige liet ik nog maar even ongemoeid.) Hij was zich wel bewust van de mogelijkheid, zo bleek, hij had ook wel eens een vriendje horen praten over iemand die voor de trein sprong, maar hij had er geen rekening mee gehouden dat dit ook echt gebeurde, op een dag dat hij zelf met de trein ging.
'Akelig,' probeerde ik zijn gevoelens uit te drukken, hoewel die ook zeker, net zoals dit stukje, een element van sensatie bevatten.
De vertraging gaf ruimschoots de tijd te reflecteren op mogelijke manieren om deze run op het spoor aan het eind van de herfstvakantie in andere, minder confronterende banen te leiden, – van hekken rond het spoor, zelfmoordkamers à la vondelingkamers, tot gratis pillen van Drion – maar ik kwam er niet uit. Er is geen oplossing.
Mijn gedachten gingen uit naar de diverse teams van NS die op dit moment her en der in het land moesten zijn belast met de nazorg. Het informeren van de familie, het begeleiden van de machinisten, het bergen van de lichamen. En de treinen weer aan het rijden krijgen, natuurlijk.
Voor onze neus stopte een Intercity Direct. We mochten in de eerste klas gaan zitten. Dat was ook een sensatie. Alsnog moesten we, omdat we in een stiltecoupé zaten, stilte in acht nemen.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten