Honderd verhalen in honderd dagen: 18. 'Pure' winst




Ze kwam vroeg, Angel, te vroeg, meestal als eerste, niet omdat ze zoveel zin had om te werken, integendeel, maar omdat ze als ze wist dat ze ging werken, aan niets anders meer kon denken, dus dan kon ze maar beter gaan en proberen wat vroege klanten binnen te slepen. Voor de verloren tijd had ze een boek.

Het was bitterkoud op de kade en pikdonker; het rode neonlicht om haar heen maakte het op een bepaalde manier nog donkerder. De donkerte deed haar denken aan haar jeugd in Bulgarije, toen ze nog Dragan heette en door het leven moest als spichtige, extreem leeshongerige jongen. Thuis hadden ze nauwelijks licht, de familie moest het doen met een paar lampen, en straatlantaarns waren er nauwelijks. Je kon maar beter naar bed gaan als het donker werd. Dragan probeerde te dromen van een ander bestaan, pas later bleek dat dat niet alleen een bestaan was in een ander land, maar vooral ook in een ander lichaam.

Hier zou het lukken, ze was al halverwege, maar de transitie was kostbaar, en uiteindelijk, na een serie domme, slechtbetaalde baantjes, was ze deze kade opgestuurd. Niemand had haar gestuurd, het lot had deze plek, op deze barkruk in dit kleine betegelde hokje, zorgvuldig voor haar uitgezocht. God of het lot, aan beiden viel niet te ontkomen. Je kon alleen maar proberen er iets van te maken.

Angel legde haar boek weg en wiebelde op haar hakken voor het raam. Ze probeerde te glimlachen naar een passerende jongeman in een dikke jas. Had ze die eerder gezien? Vorige week? Misschien niet. De jongeman bleef even kleven aan haar glimlach, checkte haar decolleté, een paar keer ging zijn blik op en neer, toen snoof hij en wandelde verder.

Ze stiftte haar lippen. Gelukkig deed het straalkacheltje het. Dat was een goede investering geweest. Net zoals die doos met honderd mondkapjes voor €10 via AliExpress. Niet dat ze de kans groot achtte dat klanten haar besmetten. Met een mondkapje op lukten het haar klanten beter de neiging te onderdrukken haar te kussen. Ook hun adem en spreken met consumptie kon ze missen als kiespijn.

Met een hand ging ze door haar nog natte, sluike haar en met de ander trok ze haar rokje recht. Thuis had ze lang gedoucht, en op weg naar de kade had ze half voor de grap een kerstmuts gedragen, met lampjes erin, waardoor haar haar nog een beetje nat aanvoelde, maar dat had op sommige klanten, wist ze, een bijzondere aantrekkingskracht.

Uit de duisternis doemde een gezicht voor haar op met een aarbeienneus. Martin. Woonde om de hoek. Gepensioneerde loodgieter. Gescheiden – althans, dat zei hij. Liep altijd op sloffen. De rits van zijn vale spijkerbroek stond wijd open. Hij lachte zijn slechte gebit bloot en Angel deed hetzelfde. Ze zoemde hem naar binnen, deed het gordijntje dicht en bood hem een mondkapje aan.

'Moet dat?'

'Sorry,' zei Angel. Ze leidde hem naar een fonteintje waar ze erop toezag dat hij grondig zijn handen waste. Zijn korte, schuin omhoog staande duimnagels deden haar denken aan die van haar oom, Grozdan. Geen leuke herinnering.

Toen Martin op het bed ging zitten met het Spongebob overtrek (ze had nooit de energie gehad, of het geld, om het te vervangen), liet ze hem een formulier invullen.

'Jezus wat een papierwerk. Trouwen is makkelijker.'

'Voornaam en 06 is genoeg hoor.'

'Ga je me nou eindelijk eens een keer bellen?' glunderde hij. Het bleef onvoorstelbaar hoe snel mannen, van welk pluimage dan ook, in kleine kinderen veranderden in haar bijzijn.

Nadat Martin een biljet had geproduceerd en dat op de tafel had gelegd, wierp Angel de man een condoom toe en deed haar bloesje uit. Eronder was inmiddels behoorlijke borstvorming zichtbaar, verpakt in een glimmende, felrode beha. Haar grote trots. Billen zou ze nooit krijgen.

'Wat wil je, op z'n Russisch, Italiaans of Hollands?' (De laatste categorie had ze zelf verzonnen.)

All the way ging ze niet. Niet alleen omdat ze nog niet klaar was met haar sekse-operatie, verre van, maar ook omdat ze zoveel mogelijk van zichzelf voor zichzelf wilde bewaren.

Martin murmelde zijn keuze vanachter zijn mondkapje. Ze kreeg, terwijl hij zijn spijkerbroek weer dichtknoopte, zoals altijd medelijden met de man, en met zichzelf, maar troostte zich met de gedachte dat ze in vijf minuten vijftig euro had verdiend, dat kon alleen de bestbetaalde advocaat aan de Zuidas haar nazeggen (wist ze van een klant die daar werkte). Ze leefde zuinig, dus dit was 'pure' winst.

Angel pakte haar boek en las verder. Lezen was iets dat ze nooit was verleerd. Binnen drie zinnen was ze vertrokken.