Honderd verhalen in honderd dagen: 13. Een spontaan uitstapje




'Weet je nog,' zei zij, hem steels aankijkend, nadat ze een tijdje in stilte met een slakkengang arm in arm hadden gewandeld door het park, 'dat we het deden in die perenboomgaard in Vermont, op klaarlichte dag? Toen we door New England reisden in die bloedhete zomer?'

Hij wist precies waar ze het over had.

Ze glunderde. 'Vóór de kinderen. In 1962, als ik me niet vergis.'

Ze stapten verder, pootje voor pootje, heel voorzichtig, omdat ze voor de verandering zonder rollator naar buiten waren gegaan.

Langzaam brak een jongensachtige glimlach door rond zijn zware ogen. 'Een gouden greep was dat om je mee te nemen naar Boston. Maar het was geen perenboomgaard. Het was een appelboomgaard.'

'Nee, een perenboomgaard, dat weet ik zeker, ik heb nog een peer geplukt maar die was keihard, zo hard als een appel. Even zuur ook... Het was een prachtige dag. We reden in zo'n Amerikaanse slee –'

'Een Cadillac,' vulde hij aan, hoofdschuddend. 'Een Cadillac El Dorado. Een belachelijke auto.'

'Zo'n lange inderdaad, met open dak, mijn haar sloeg me de hele tijd in het gezicht. We reden door het glooiende landschap... volgens mij was het in de buurt van Bennington...  en het leek wel of we de enige waren, alsof iedereen weg was. de wereld was van ons.'

Hij kneep haar in haar schouder. 'Niet in Bennington. Het was in Burlington. Ik zag een bord langs de weg Apples For Sale.'

'Het waren peren, dat weet ik zeker.'

'Ik remde af en in een reflex reed ik het terrein van die boer op. Zo door naar achter, alsof we er woonden. Er was niemand.'

'Waren we niet op zoek naar een plekje? Ik dacht dat we het er al de hele dag over hadden gehad.'

'Volgens mij ging het instinctief, spontaan.'

'Je wilt graag geloven dat jij het initiatief nam.'

'Ik zat achter het stuur.' Hij grinnikte. Ze gingen op een bankje zitten. Het was druk in het park. Als er ijs lag op het meertje, zou er worden geschaatst. Het leek wel of iedereen opeens een hond had. Die van hun was alweer jaren dood, niet de enige reden waarom ze nog maar zelden in het park kwamen.

'Jij was bang,' ging ze verder, geeuwend van de kou.

'Om betrapt te worden?'

'Ik moest jou geruststellen, in plaats van jij mij.'

'Ik kan me herinneren dat ik het wel spannend vond ja. Je riskeert toch door een boer met een jachtgeweer –.'

'Of een riek...'

'Politie... het waren preutse tijden...'

Hij knikte naar een vage bekende en wachtte tot deze buiten gehoorsafstand was. 'Hoe lang zouden we daar gelegen hebben?' Hij nam haar hand en stopte die met die van hemzelf in zijn jaszak. Daar stuitten ze op vochtige proppen papieren zakdoekjes.

'Twintig minuten? Misschien korter. Je denkt altijd dat het heel lang duurt, dat het een heel concert wordt, met verschillende delen, in allerlei tempi enzovoorts, maar uiteindelijk is het toch verrassend snel voorbij.'

Hij schraapte zijn keel. 'Dat is nu wel anders. 'Nu zijn we een half dagdeel in touw om iets gedaan te krijgen.'

'We hebben nu ook meer tijd,' zei zij, opgewekt. 'Dus dat is alleen maar winst. Zullen we naar huis gaan? Ik heb de elektrische deken al aangezet.'