Honderd verhalen in honderd dagen: 11. De glazenwasser


Als een engel uit de hemel verscheen een niet onaantrekkelijke glazenwasser voor mijn raam in Kanaleneiland. Ik was vergeten dat ik een week eerder ja had geantwoord op een email waarin mij een glazenwasser werd aangeboden. Self Clean© zou arriveren met zijn eigen hoogwerker, herinnerde ik mij nu, die wel tot twintig meter kon. 100% zelfbediening, overal werd voor gezorgd.

Ik zat achter mijn bureau en deed alsof ik werkte.

Hij stond in zijn bakje en deed alsof hij werkte, maar bij hem ging het doen alsof hij werkte naadloos over in werken. Het resultaat was onmiddellijk en verbluffend. Wat je met sop, spons en trekker niet zoal kan bereiken! Zeker, ik verdien meer dan een glazenwasser (hoeveel keer meer vraag ik me af) maar de elegante efficiency van het glazenwassen zal voor mij altijd onbereikbaar blijven.

Bij alles wat Self Clean deed, schudde zijn bakje lichtjes. Was het doodeng om in zo'n bakje te werken? Misschien niet.

Plotseling keek hij geërgerd naar beneden, schreeuwde wat, – ik kon het niet verstaan, ik kon ook niet zien naar wie of wat hij schreeuwde. Hij zocht mijn blik. Toen pas, daarvoor had hij hem niet nodig gehad. Ik begreep wel waarom hij me tot dan toe had genegeerd, maar schrok toch van het oogcontact – omdat ik nog in mijn ochtendjas was? Wat wilde deze man? Ik moest denken aan The Unbearable Lightness of Being. Nee toch? Niet met mijn medewerking. Eh, me too?! Misschien verbeeldde ik me maar wat. Nu opstaan en weglopen zou raar zijn dus ik bleef zitten en deed alsof er niets aan de hand was.

Self Clean keek op zijn telefoon, belde, kreeg kennelijk geen gehoor, want hij gebaarde naar mij. 'Doe open,' las ik van zijn lippen. 'Doe dat raam open, alsjeblieft.'

Was zijn water op? Had hij zijn trekker laten vallen?

Ik stond op en opende het raam. Dat gaat niet zo eenvoudig. Het is een kantelraam, het is niet gemaakt voor communicatie met de buitenwereld. Ik geloof niet dat ik het in de drie jaar dat ik hier woon heb gebruikt.

'Mevrouw,' zei hij met een accent, zijn hoofd scheef, alsof ik hem dan beter zou verstaan. 'Sorry dat ik stoor.'

'Hallo meneer de glazenwassser,' zei ik. 'Waar kan ik u mee van dienst zijn?'

Zijn bakje trilde vervaarlijk. Ik vroeg me af hoe het mogelijk was dat hij zo precies voor mijn raam kon manoeuvreren, met zijn afstandbediening, dat het bakje niet het glas raakte en hij toch dichtbij genoeg kwam om te kunnen glazenwassen.

'Een of andere idioot heeft de sleutel uit het contact gehaald daar beneden, en nou kan ik mezelf niet meer besturen.'

'Dus?' flapte ik eruit. Deze vraag klinkt nooit erg intelligent, maar ik wist geen betere. Het antwoord wist ik wel al. Hij wilde door mijn raam naar binnen.

Ik deed het raam verder open.

Hij is precies een uur gebleven.