28. De man zonder ambitie (II)


Toen Domasov het dienblad waarvan hij in bed zijn champagne-ontbijt had genuttigd, wat beter bestudeerde, ontdekte hij een telegram. Uit Moskou. Met zijn pink scheurde hij de envelop open, ritste het papier eruit en las: 'Waarde Valery. Vanaf 1-1-11 zal ik je toelage stopzetten. Ik heb dingen gedaan die zich niet makkelijk laten terugdraaien. Ik hoop dat je je weet te redden. Het allerbeste. Je vader.'

Domasov dacht dat hij een hartverzakking kreeg. Hij begon heel erg te zweten. Het leek alsof er onder zijn oksels een kraan was aangezet. Hij duwde met geweld het dienblad van zijn dikke buik, waardoor het op de grond viel (de jampotjes en de scones en de clotted cream en de finger sandwiches rolden over het gebladerde art nouveau vloerkleed), stond op en haastte zich naar de badkamer.

Een van de dingen die hij het liefste deed was baden, en zeker wanneer hij troost nodig had. Zeker, hij moest ook nadenken, maar hij vond dat hij eerst recht had op een warm bad dat tegen hem zou zeggen: Valery, het valt allemaal wel mee. Alles komt goed. Maak je geen zorgen... Precies de dingen die zijn moeder tegen hem zei toen hij klein was. Hij zette de kraan wijd open. Juist op dat moment werd er op de deur geklopt, hij vermoedde dat het Anastasia was met het verzoek om het ontbijt af te ruimen, maar hij ging er niet op in.

Wat kon er zijn gebeurd?

Domasov verbaasde zich dat hij zich die ochtend, nog maar net eigenlijk, tijdens het nuttigen van zijn ontbijt, nog zo goed had gevoeld, over de sneeuw, over het leven, en dat hij nu ineenkromp van ellende. Hij stapte uit bad, druipend van het water en de sop, griste de fles champagne, die nog halfvol was, van het nachtkastje en ging weer in bad zitten.

Hij nam paar grote slokken uit de fles, gulzig en toch voorzichtig dat hij zich niet zou verslikken of de drank over zijn kin morsen. Vrijwel meteen voelde hij zich wat lichter in het hoofd.

'Ik heb dingen gedaan die zich niet makkelijk laten terugdraaien.' Waarom sprak vadertje zo cryptisch? En waarom belde hij niet gewoon naar het hotel? Was hij bang voor de reactie van zijn zoon?

Hoofdschuddend legde Domasov een hand op zijn dikke, behaarde buik en liet zijn worstige teentjes jubelen op de rand van het bad. Hij begon zich alweer wat beter te voelen. Maar de belangrijkste vraag, waar hij naar toe moest als hij zich geen hotelleven meer kon veroorloven, liet hem niet los.

Misschien dat zijn vriend Tjersjev raad wist. Maar die woonde onder de Lomonosov Brug.

Domasov liet zich dieper en dieper zakken in het ruime sop, als een kikker die in een moeras verdwijnt om een winterslaap te houden.