25. Talent voor uitsterving



Ze hadden moederlijke namen, Maria, Anna, Elizabeth en Eva, maar hun moeder heette Jos en toen ze, een paar jaar na haar echtscheiding, op haar ziekbed lag, zei ze: 'Als ik dood ben blijft er van de familie niets meer over.'

Niet dat er veel familie was. De dochters hadden zich nauwelijks voortgeplant. Anna en Elizabeth hadden helemaal geen kinderen en ook geen man; als dit een katholiek gezin was geweest, waren zij wellicht nonnen geworden; als ze van liberale of op zijn minst libertijnse huize waren geweest, hadden zij zich mogelijk tot de vrouwenliefde bekeerd. Maar ze bleven 'gewoon' alleen.

Alleen blijven was een constante in de familie.

Een andere was een forse gestalte. Dit waren geen fijne, handzame vrouwen, dit ware grove vrouwen met ferme boezems, flappende bovenarmen en veel haar.

Maria was getrouwd en had een kind, Ida, maar die had een afwijking bij de geboorte, en bezweek voor haar twintigste aan een zeldzame ziekte.

Nadat zowel Maria als Eva hun man verloren (die zware beroepen hadden gehad en een drankprobleem), bestond de familie nog uit vier alleenstaanden: twee weduwen en twee vrijgezellen. Plus Peter, de zoon van Eva, die zijn stinkende best deed, zoals hij zelf zei, om er te zijn, maar toen hij in zijn ogen louter afwijzing en tegenwerking ondervond, pakte hij zijn biezen en ging aan de andere kant van de wereld wonen.

Wat de moeder had voorspeld kwam uit: na haar dood groeide de zussen uit elkaar. Ook al woonden Eva en Anna bij elkaar in de buurt, dat betekende niet dat ze elkaar zagen.

Op een dag zat Eva op een bankje bij de gracht de meeuwen en de meerkoeten te voeren, toen Anna voorbijliep.

'Hé zus,' zei Eva, 'hoe gaat het? Kom even gezellig naast me zitten.'

Anna haalde haar schouders op, mompelde iets onverstaanbaars en vervolgde haar weg.

Maria en Elizabeth woonden elders. Het contact was zo gering dat niemand precies wist waar de ander woonde, en later, of ze nog leefde.

Van de week werd de laatste ten grave gedragen, waarmee de familie de facto is uitgestorven.

De kiem van het talent voor uitsterving lag bij Jos. Zij verloor haar beide ouders toen ze zeven was en groeide op in weeshuizen en internaten.

Haar man, zelf enig kind, had met haar een gezin gesticht, maar vemoedelijk had ze dat nooit gewild.