3. Jezelf tegenkomen



Jezelf tegenkomen op een verre reis – bestond er een groter cliché? Mij leek het juist logischer om jezelf tegen te komen in je eigen huis, in je eigen badkamer, voor je eigen spiegel. Dat je jezelf bestudeert, je rimpels onderzoekt, je gele tanden, je lodderige ogen vul zelf in, en dat je dan denkt: zo zo, ben ik dat? Hoe lang nog? En: zou ik niet toch eens mijn gezicht ergens voor veel geld kunnen laten verjongen?
Nee, de zelfontmoeting waar veelal solo-reizigers 'op een kruispunt in hun leven' op zoek waren was uiteraard van psychische en/of, en dat woord bezorgde me braakneigingen zelfs zonder inname van ayahuasca, spirituele aard. De mannen en vrouwen die in hun eentje de halve of hele wereld afreisden, die zich afbeulden, de eindeloze eenzaamheid opzochten of juist allerlei slaapverwekkende groepsrituelen om zichzelf tegen te komen waren uit op een dieper zelfinzicht dat hun duidelijkheid zou brengen over de te maken cruciale keuze waarvoor ze stonden, of zoiets. Ik geloofde er niet in. Ik geloofde nergens in, dat was in zeker opzicht ook mijn probleem, hoewel ik het tegelijkertijd bevrijdend vond dat het leven geen zin had of hoefde te hebben.
Toch moest ik mijn Parijse buurman Peter ongelijk geven: mijn Texaanse trip was geen narcistische expeditie. Mijn narcisme werd begrensd door mijn gebrek aan interesse in mezelf.
Jij bent gewoon bang om in je eigen ziel te kijken, had Peter toen gezegd. Je bent bang voor wat je daar aan zult treffen.
Ik wierp tegen dat ik liever naar mijn ziel keek via de ziel van mijn dubbelganger, dat ik van spiegels hield om het spiegeleffect.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten