Brendan en Thierry



Ik zie een aantal overeenkomsten tussen het manifest van de geflipte gymleraar in Christchurch en de overwinningsspeech van de doctor in de grensbewaking Baudet.
Als disclaimer moet ik erbij zeggen dat ik het manifest van de geflipte gymleraar niet helemaal gelezen heb. Daarentegen heb ik mij wel ertoe gezet, in twee sessies, om de overwinningstoespraak van Baudet tot me te nemen.
Wat mij opvalt is dat zowel Baudet als Brendan zijn toevlucht neemt tot poëzie, waarbij moet aangetekend worden dat het citaat van Menno Wigman, waarmee Baudet zijn speech lardeerde, tot afgrijzen van de nabestaanden, hoewel niet slecht, toch onderdoet voor het gehele gedicht van Dylan Thomas, dat de gymleraar als motto aan zijn manifest heeft vastgehangen: het beroemde Do not go gentle into that good night. Ik denk overigens niet dat Brendan dat gedicht begrepen heeft, maar iedereen mag eruit halen wat hij wil.
Een andere overeenkomst is hun jeugd, hun kinderloosheid en hun status van outsider. Die outsider strategie – brandjes stichten en dan zeggen dat je er niets mee te maken hebt, maar wel bluffen dat je de macht overneemt – kennen we nog van Fortuyn, en diens voorgangers.
Ik denk dat Brendan fitter is dan Baudet, maar Baudet is weer een beter model voor Suitsupply. Veel mensen zullen denken, als ze de Forum-leider zien: een hottie kan nooit zoveel kwaad in de zin hebben. Zij vergeten dat Hitler ook een dandy was en een halve kunstenaar.
Een saillantere overeenkomst is het woord vervangen, dat zowel Brendan als Baudet gebruiken. Brendan vreest, conform de replacement-theorie populair bij rechts-extremistische 'denkers', dat de witte Europeanen vervangen gaan worden door niet-witte Europeanen, binnenkort, omdat de eerste zich weigeren voort te planten.
Baudet wil voorlopig met zijn partijleden alleen het partijkartel vervangen.
Maar waar zowel de personal trainer als de corporale intellueel in uitblinken, is hun destructieve donderpreek over de westerse cultuur.
Die staat op instorten – tenzij! Tenzij! FvD voor een renaissance zorgt. Daarbij hoeven volgens de partij vooralsnog geen moslims te sneuvelen, zoals Brendan gelooft en ook in de praktijk heeft gebracht, of socialisten (zoals Breivik geloofde en in de praktijk bracht) maar helemaal vreedzaam lijkt die renaissance toch niet te kunnen zijn. Anders blijft het een – linkse! – hobby.
Ik voel niet vaak schaamte, maar nu schaam ik me voor Baudet, die toch 'een van ons' is, om het zo maar te zeggen, en de mensen in de zaal die Thierry Thierry roepen.
Baudet doet een 'trump' door te beweren dat we aan decadentie ten onder gaan, terwijl hij zelf een produkt en toonbeeld is van diezelfde decadentie.
Dat is wat Trump doet met fake news: iedereen van fake news beschuldigen terwijl hij zelf de grootste verspreider is ervan.
Een cynische strategie die werkt.

Social driver (7)

Georgia O'Keeffe

'Ah, een vrouw,' zegt de vrouw die ik kom ophalen, vanaf het donkere platje bovenaan de stenen buitentrap die naar haar appartement voert.
Elke gelegenheid om mij als iemand anders voor te doen grijp ik met beide handen aan, dus ik schik mijn kapsel enigszins, en zeg: 'Leuk hè?', maar ik ben tegelijk verbaasd want ik sta in het daglicht en zij in het donker; het ware logischer geweest als ik haar voor een ander aanzag. Een man bijvoorbeeld.
De vrouw die naar beneden komt moet een vrouw zijn, want dat staat op mijn schema, maar als iemand gezegd had dat ze een man was, had ik het ook geloofd. Ze heeft een zware rokersstem en een bijbehorend rokersgezicht dat uitzicht biedt op fascinerende groeven, valleien en heuveltjes. Een landschap van huid. Haar zwarte, al te zwarte haar staat rechtovereind, alsof ze onder stroom staat.
'O nee, nou zie ik het, je bent geen vrouw. Wel een nieuwe. Nou, laten we maar gaan... Die naam van mij? Mijn man stamt af van hugenoten... En mijn familie komt uit Italië, helemaal Noord-Oost. Veneto, ja. Goed dat je dat weet, maar je legt de klemtoon verkeerd, lieverd. Het is Ve-neto... O, ben je in Venetië geweest, ja dat is fantastisch, maar daar komt mijn familie niet vandaan. Een klein bergdorpje, met uitzicht op de Alpen, vlak bij Oostenrijk... en mijn man, hij is nu twee jaar dood, zat in de metaal. Metaalbewerker was hij...' Enzovoorts, enzoverder tot in de eeuwigheid amen.
'Nou leuk hoor, met jou... Echt een kletskous ben je, daar hou ik wel van.'
Deze vrouw, laat ik haar Georgia noemen, doet mij aan mijn moeder denken. Ik hoop dat ik haar nog een keer krijg.

Stemadvies



Sven Hoekstra: Narrenschip

Plato stelt democratie voor als een narrenschip, een boot dus, waarop de gekken het voor het zeggen hebben. Een hedendaags voorbeeld zou zijn een sloep dronken studenten op het IJ. Om de beurt pakt iemand het roer en vaart een stukje totdat hij of zij geen zin meer heeft (of moet plassen); het scheepje drijft doelloos rond, dan neemt een nieuwe zelfbenoemde stuurman of -vrouw het roer over en zet koers naar, nou ja, maakt niet uit. Plato's conclusie: laat bestuur over aan bestuurders.
Ik was dus van plan deze P.S. en W.S.-verkiezingen te laten passeren, of zelfs mijn stembiljetten te versnipperen, zoals ik wel eerder heb gedaan, tot woede van sommigen, om een punt te maken, maar toen Nieuwe Vriend P. mij machtigde omdat hij naar New York moest, had ik plotseling verantwoordelijkheid en die wilde ik nu eens niet beschamen.
Waarop gaan we ook alweer stemmen, emailde hij gisteravond.
Ik wist het niet.
Twee vrouwen, wie ik op straat om stemadvies vroeg, zeiden: 'Wat jij wil, als het maar niet op de VVD, de PVV of dat schorem van Forum is.'
Dus dat heb ik gedaan. Voor de PS, die de Eerste Kamer weer samenstelt (die zelf trouwens niet kan uitleggen wat ze doen, maar dat kan ik ook zelden), ben ik voor de status quo gegaan, dus Adnan Tekin (PvdA).
Voor de Waterschappen dacht ik er goed aan te doen op Olivia Reschofsky te stemmen van Queer, maar vraag me niet waarom. Hoewel, vraag maar wel, dan zou ik antwoorden: omdat ik een zwak heb voor dwars.
Als ik hiermee maar niet Nieuwe Vriend P. heb ontriefd.

Verweerschrift



Gisteren werd mijn dag voor een groot deel in beslag genomen door een columnist. Niet door iets dat deze columnist geschreven had, want ik lees zelden columnisten (eigenlijk alleen Holman, en die ook niet altijd), maar door iets wat deze columnist gezegd had tegen een onbezoldigd evangelist van mijn werk. Deze had durven suggereren aan de columnist dat ik wellicht een column zou kunnen vullen, op een mooie plek in de krant. Een open sollicitatie dus, zonder dat ik erom had gevraagd (ik had hem ook niet tegengehouden toen hij mij ervan op de hoogte stelde, dat is waar), maar ik had  z e k e r  niet gevraagd om de diskwalificatie die erop volgde. Maar die kreeg ik dus gratis en voor niets cadeau ten geschenke, zomaar op de maandagmiddag.
Het voelde een beetje alsof een bedelaar bij de Albert Heijn ineens in mijn gezicht zou roepen: 'Denk maar niet dat ik geld van jou aanneem!'
Wat moet je op zo'n moment, als lijdend voorwerp van een diskwalificatie door een columnist ten aanzien van een column waar je niet om gevraagd hebt?
Het werk van de columnist tot de grond toe afbreken zou een Hermansiaanse mogelijkheid zijn, maar daarvoor is het nodig om het werk van deze columnist te bestuderen, en daartoe ontbreekt mij de tijd, en ook de energie trouwens.
Een foto verspreiden van de columnist met een hitlersnorretje erop getekend, zou makkelijk, al te makkelijk zijn.
Negeren is en blijft de beste optie, maar probeer dat maar eens, met al die uitingsvormen heden ten dage, al die kanalen waarop een mens zijn zegje kan doen.
Ik heb het geprobeerd.

Een vroeg orgasme



Voor sommige Japanse kersen aan de kade is de lente alweer voorbij. Deze Japanse kersen hebben die paar warme dagen van een paar weken geleden aangegrepen om te zeggen: we gaan beginnen. Toen zijn ze begonnen en nu zijn ze klaar. Als kinderen die na het zwemmen hun zwemkleren van zich afwerpen schudden ze hun bloesem af. Slordig, achteloos, wreed.
Ik vond de bloesem van deze voorbarige Japanse kersen gisteravond in de goot tijdens mijn avondlijke wandeling. Een wolkje roze op straat. Klimaatrouw is een woord dat ik niet snel zal gebruiken, maar hier lijkt het op zijn plaats. Als de lente goed en wel is begonnen, is dit wolkje aan het rotten.
Inderdaad, er zijn Amsterdamse Japanse kersen voor dewelke de lente nog niet is afgelopen. Niet allemaal staan ze te juichen. Sommige houden hun bloesem nog vast, of hij moet zelfs nog verschijnen. Even opzoeken wanneer dit seizoen in Japan de Japanse kers geheel en al in bloei staat, wanneer het orgasme van de lente plaats vindt, maar wat blijkt, niet verwonderlijk, hanami, zoals dit hoogtepunt heet: het duurt een paar maanden, bijna een half jaar, en loopt van noord naar zuid.
In grote steden zoals Tokio en Kyoto wordt de hanami begin april verwacht. Ik hoop dat er tegen die tijd in Amsterdam nog iets te zien is.
Te vroeg pieken is beter dan niet pieken, maar er blijft onvervuld verlangen.

Ouderen maken gelukkig

Drs. P.: Heen en weer

Wie mij tien jaar geleden had voorspeld dat ik in 2019 vooral met hoogbejaarden in de weer zou zijn, had ik voor gek verklaard, maar ik heb dit alles over mezelf afgeroepen.
Wim Kok, de bedenker van de participatie-samenleving, zou tevreden zijn.
Eerst was er de oud-bibliothecaresse, die in ruil voor wat aanspraak een schrijfzolder ter beschikking stelde in de Jordaan. Dit zit thans in een zorgcentrum in West (met piano).
Toen kwam de vrouw die model stond voor mijn verhaal De mantel der liefde, maar die valt technisch onder de verantwoordelijkheid van huis- en kantoorgenoot.
Vriendin M. (90), voorheen bekend als de glamour-bejaarde, is inmiddels ook afgevoerd naar de Georganiseerde Zorg, maar gelukkig heb ik mijn bijbaan als social driver nog. Of om met Drs. P. te zingen: Zo denk ik dikwijls over het geheim van het bestaan/ En dat ik op de wereld ben om heen en weer te gaan.
Vanmiddag zat Greet (97) in mijn woonkamer zich te vergapen aan de verzamelde kinderschare. Ik had deze meedogenloos opgewekte Groningse oud-juf, altijd partner- en kinderloos gebleven, eens gevraagd of ze dat wat zou vinden, op de thee bij mij thuis. Daarop knikte ze hevig. Nu zat ze in mijn luie stoel met haar halflange grijze haar door de war en vroeg ik mij af of ik het met mijn hand moest kammen.
Toen ik Greet thuisbracht werden we opgewacht door een verschrikte dame, die een afspraak met haar bleek te hebben om koffie te drinken, en die, toen Greet niet opendeed, het ergste vreesde. Iedereen wil voor ouderen zorgen. Ouderen maken gelukkig, vooropgesteld dat ze gelukkig zijn.

Doucheputje



'Ik ben overgeleverd aan de heidenen.' Ik heb het M. (90) al een paar keer horen beweren maar beggars can't be chosers. Voor wie het thuis niet meer volhoudt, en geen inkomen heeft, geen vermogen en geen sponsors, rest alleen nog het doucheputje van Amsterdam. Halsoverkop is ze door een vriendelijke meneer van de thuiszorg die zich om haar bekommerde ondergebracht in een woonzorgcentrum dat plaats had, en dat bleek, who knew?, in Amsterdam Zuid-Oost te zijn. Ze sputterde tegen – 'daar ga ik van mijn leven niet naar toe' – maar ze had geen keus.
Vandaag wezen brengen: rode satijnen kussens, een stretch rok (een broek aan- en uittrekken is op deze leeftijd een crime), een stapel oude Telegrafen en foto's van loved ones, zoals haar hondje Christa.
De lucht in dit soort woonzorgcentra slaat altijd op mijn longen. Je zou een raam open willen zetten, meer dan een, maar zo'n open raam wordt onmiddellijk weer dichtgedaan.
In een vitrine bood iemand zelfgebreide kinderkleertjes aan à €3.
M. zat, gedoucht en wel, aan het ontbijt toen we kwamen, zo rond elven, in de gemeenschappelijke ruimte. Ze had een tafel voor zichzelf. Het personeel was goedgeluimd en goedgevormd. De overige bewoners, die geen bezoek kregen, keken zwijgzaam toe.
'Gister was er hier ruzie,' zegt M., met een malicieuze twinkeling in haar zwaaropgemaakte ogen. 'Een vrouw die op weg was naar haar vaste plek begon een scheldpartij tegen een andere vrouw die haar rollator niet opzij wilde zetten.'
Naar het zich laat aanzien gaat M. zich prima vermaken tussen de heidenen.

Zes soorten behang

Dit hangt in de gang.

'Ik wil wat met je bespreken.' De Grote Huisverbeteraar. Ik zeg: 'Nee.'
'Het is buiten.'
'Luister, ik probeer een roman te schrijven...'
'Je hoeft niet mee te helpen.' Terwijl ze dit zegt, denkt ze: waarom vertel ik het hem dan eigenlijk? Waarom zou ik iemand de mogelijkheid tot inspraak bieden als hij toch geen zak uitvoert?
Dus binnenkort verwacht ik wederom Grands Travaux in achter- dan wel geveltuin.
'Hoeveel soorten behang heb je nu in dit huis gebruikt?'
Ze moet even tellen. 'Zes. Kinderkamer meegerekend.'
'Lijkt je dat niet voldoende zo langzamerhand, zes soorten behang voor een huis dat, laten we elkaar recht in de ogen kijken, niet veel groter is dan de walk in closet van een middelgrote villa?'
Dat behangen heeft ze wel helemaal alleen gedaan, moet ik erbij aantekenen – behalve in de gevallen dat ze mijn hulp toch nodig had.
Mijn mening is ook gevraagd, kan ik me herinneren, bij de keuze van het behang in de slaapkamer. Dank daarvoor.
Klop op deur van Schrijftempel. Ik schrik me dan altijd wezenloos, kan ik ook niet helpen.
'Je moet nu komen! Je hoeft alleen maar even de rol vast te houden.' Als ik daar dan sta met die rol in mijn hand, is het: 'En nu die rol laten zakken, dat  s n a p  je toch wel?! Bij de plint op maat snijden, graag, daar ligt de papiersnijder. En vlug een beetje!'
Daarna mag ik weer terug mijn hok in. Tot de volgende strook.
Goed. Het behang hangt. In zes soorten. En ik kan mijn leven niet meer voorstellen zonder.

Social driver (6)



In haar strakke leren broek, op redelijk hoge hakken en met haar zorgvuldig gecoiffeerde, zachtrood geverfde haar, plus lekker geurtje op, wekte Cora de indruk op zijn minst een afspraak te hebben, of een begrafenis, maar niets daarvan; ze hoefde alleen even haar bloeddruk op te nemen bij de huisartsenpost.
Ik vind dit toch zo'n leuk initiatief! verkneukelde ze zich in mijn autootje, nadat ik haar had vastgegespt.
Ik moest het beamen. Komt ook van twee hele leuke vrouwen, zei ik. HeenEnWeer bestaat nu nog alleen in de Pijp en R-buurt, maar zou in de hele stad moeten bestaan.
Vandaag had ik de Canta op benzine, een soort Solex. Je zet hem ook, net zoals een Solex vroeger, in beweging door met een hendel de motor op de wielen te zetten – althans zo voelt het. Het verschil met de elektrisch aangedreven Max Mobiel bestaat er vooral in dat die nogal traag reageert als je 'gas' geeft. Ook al versta je elkaar niet door het lawaai, met dit ding is het heerlijk scheuren door de stad. Typisch een geval van veranderd perspectief. Zodra ik door een Canta voor mijn sokken word gereden, is de wereld te klein. Zit ik zelf achter het stuur, dan ziet de Rivierenbuurt er uit als een race parcours.
Met Cora hield ik me keurig aan de regels. Als ik de snelheidsdrempels zou nemen zoals ik ze zou willen nemen, raakte haar kapsel in het ongerede.
In de wachtkamer van de huisarts keuvelden we over de waterschapsverkiezingen en de rest van het leven. Toen ik haar later weer thuis afzette, vermoedde ik dat dit misschien haar afspraak was geweest.

Seneca



Toen mijn ex-gymnasiast, thans informaticus, 's avonds laat op de weg naar Delft, uit zichzelf Seneca citeerde omdat hij die een nuttige filosoof vond, dacht ik: dat heb ik niet zo slecht gedaan. Daarna dacht ik: dat heeft hij niet zo slecht gedaan. En weer daarna: dat heeft zijn moeder niet zo slecht gedaan.
Misschien was het toch zijn docent Latijn, bij wie hij onlangs nog te gast was. Docenten die je bij hen thuis uitnodigen hebben bij mij een streepje voor, zolang ze hun handen thuishouden.
Het citaat luidde dat het leven helemaal niet kort is voor wie geen tijd verspilt. Vond ik een mooie. Kan ik ook onderschrijven, maar wat is tijd, wat is verspilling, wat is kort en wat is leven?
Dat zijn subvragen.
Ik had ook een Seneca-citaat voor hem, waar ik veel aan had gehad, namelijk: elk mens zit in zijn eigen gevangenis. 'Zijn  e i g e n  gevangenis. Niet in een gevangenis, zijn eigen,' ramde ik mijn punt, of eigenlijk Seneca's punt, bij hem naar binnen.
Het was even stil. We waren bijna in Delft. De wissers zwoegden om alle regen weg te duwen van de vooruit.
'Wat zou dat betekenen?'
'Dat iedereen is veroordeeld tot zijn eigen werkelijkheid, dat contact met anderen in de grond onmogelijk is.'
Terwijl ik het zei, begon ik te twijfelen aan Seneca's wijsheid.

Weet wat je zegt

Related image
Foto-onderschrift


Ik was nooit in Barneveld, maar gisteren moest ik er zijn, dacht ik. Bij de afslag Barneveld viel me een bord op in het weiland, 'Weet wat je zegt'. O ja, land van het Woord. Ik kende Barneveld alleen van de oud-bibliothecaresse, die er geboren is, en toen ze ertoe in staat was niet wist, geloof ik, hoe snel ze er weg moest komen.
Kunst op de eerste rotonde: kleurig geschilderde kippen, een paar maten groter dan levensgroot. Kunst op de tweede rotonde: een rode houten stoel, klassiek model, vele maten groter dan levensgroot, bovendien enigszins gekanteld – hoeveel ingezonden brieven heeft  d a t  opgeleverd?
Ik was er nog niet, want op de derde rotonde stak, op nog weer grotere schaal – de rotondekunstenaars steken elkaar hier de loef af –, de kop van een hamer uit de grond. Kunst, geen twijfel over mogelijk, gesponsord door een bedrijf dat adverteert met de slogan: wij maken van jongens mannen. Het werd tijd.
Uit de verkiezingsposters leidde ik af dat dit een SGP-gemeente is. Een zegen voor de gemeenschap, of een vloek? Mogelijk beide.
Ik parkeerde op een troosteloos parkeerterrein, liep een troosteloos gebouw binnen kreeg te horen dat ik verkeerd zat.
Godverdomme, ik moest in Nijkerk wezen. (Wordt niet vervolgd).

Zandzakken

Dan Peterman: Civilian Defense

Elke tentoonstelling die mij ontregelt, die ik niet begrijp, die aan mij een reactie ontlokt die ik niet had verwacht, vind ik een geslaagde, zelfs als hij (zij?) uit slechte kunst bestaat. Dit dacht ik toen ik door het Van Abbemuseum liep in Eindhoven, overigens een van de fijnste musea van Nederland: klein en voorzien van verrassende doorkijken, niveauverschillen en nisjes. En laten we de zingende lift niet vergeten. De zingende lift is van een heerlijk eenvoud. Er zit een koortje in, en dat koortje gaat steeds hoger zingen bij iedere verdieping. Je zou eigenlijk de hele dag in die zingende lift willen zitten, en dan omhoog en omlaag gaan al naar gelang je je voelt (of zou willen voelen).
Tussen alle ontregelende, en vaak uiteindelijk toch teleurstellende kunst die ik aantrof, zaten gelukkig nog een paar goede werken, zoals Civilian Defense van Dan Peterman. Een ouderwetse, ronde zitkuil, maar dan gemaakt van kleurige zandzakken. Het idee is dat je erin plaatsneemt, met een boek (een stapeltje ligt klaar), of naar een film kijkt die wordt geprojecteerd, waarop mensen bezig zijn een stad te bouwen (of te repareren na een aanslag, dat kan ook), met een van de rondslingerende draadloze koptelefoons op.
Mijn kinderen deden onmiddellijk hun schoenen uit, renden in de zitkuil rond met een koptelefoon op en nodigden mij uit hetzelfde te doen. 'Ik ben aan het lezen,' zei ik, wat ook waar was, (in Gloria Wekkers 'Witte onschuld bestaat niet') maar uiteindelijk bezweek ik natuurlijk, deed mijn schoenen uit en rende achter mijn kinderen aan over de zandzakken, want de ondergrond van de zitkuil is ook van zandzakken gemaakt. Best hard, toch nog. Zwaar en hard.

Hulde

Margriet Heim

Heb je nog nieuws vraag ik aan mijn moeder die, hoe je ook wendt of keert, toch een soort nieuwscentrum is – ik moet de eerste moeder trouwens nog tegenkomen die géén nieuwscentrum is, maar mijn moeder is 24/7 aan het werk, 365.
'Jazeker!' glundert ze. 'Je nicht wordt geridderd!'
Welke wil ik weten want ik heb dankzij Rome nogal wat nichten. Neven ook trouwens, maar die zie ik voorlopig niet worden geridderd. De enige die tot nog toe is geridderd in mijn familie, in de orde van Oranje Nassau, was mijn grootvader Joop, maar die was dan ook een kwarteeuw verantwoordelijk voor de gasfabricage in Amsterdam-Zuid.
'Margriet Heim! Voor haar onderzoek naar verbeterde communicatie met kinderen en volwassenen die niet of nauwelijks spreken!'
Dat zijn twee nieuwtjes in één, want het was ook nieuws voor me dat Margriet Heim specialist is op dat gebied.
Complexe materie. Ik moet denken aan Merel, een andere nicht van mij, van de andere tak van de familie, een dochter van een nicht, dus een achternicht, met een zware handicap, die niet of nauwelijks tot spreken in staat is. Die kwam vroeger nog wel eens op visite. Dan sloeg ze met haar lange armen om zich heen, en maakte geluiden die soms wel op taalhandelingen leken maar vaker niet. Hoe ga je met die uitingen om?
Dankzij mijn geridderde nicht, die ook blogt, weet ik nu dat er een protocol bestaat dat de communicatie tussen mensen met een meervoudige beperking en hun omgeving, kan verbeteren. Beiden worden hierdoor, denk ik, weer een klein beetje meer uit hun isolement gehaald.

Meer of juist minder

100 years of Schiphol 

Een brief. Van Schiphol. Ik ontvang al weinig post ('schrijft u nog eens wat', ja graag: Van Miereveldstraat 1, 1071 DW) en al helemaal niet van Schiphol, al zou de aanhef, 'Aan de bewoner(s) van dit adres' enige argwaan bij me moeten wekken.
Sinds wanneer  b e w o o n  ik dit adres?
Nu ja. Waar gaat het eigenlijk over?
Schiphol, of beter gezegd, Birgit Otto, Operationeel Directeur Schiphol, schrijft om te vertellen dat er onderhoud wordt gepleegd aan de Zwanenburgbaan, en dat dit 'afwijkend baangebruik' ten gevolge zal hebben.
Wat kan mij, zijnde bewoner van dit adres, dit bommen? Ik schrijf Birgit toch ook geen brief als ik mezelf een grote onderhoudsbeurt geef, en dat dit afwijkend baangebruik ten gevolge zal hebben?
Nee, maar er zit meer aan te komen. Als Schiphol je een brief schrijft, weet je dat er meer aan zit te komen.
'Het groot onderhoud aan de Zwanenburgbaan kan leiden tot meer of juist minder geluidshinder dan gebruikelijk.'
Yesss, kunnen we eindelijk rustig slapen! Ho stop, houd je paarden:  m e e r  of juist minder. Ik heb weer eens ergens overheen gelezen.
Birgit Otto vervolgt, en dit vind ik ontroerend, maar ja, ik vind dezer dagen zoveel ontroerend: 'Mocht u hierdoor meer geluidshinder ervaren, dan vinden we dat vervelend.'
Lieve Birgit Otto, ik vind het fijn dat u het vervelend vindt als wij meer geluidshinder gaan ervaren. Maar hoe gaat u het vinden als wij, door een godswonder,  j u i s t   m i n d e r  geluidshinder gaan ervaren? Komt u dan op de thee, om dit samen met ons te ervaren? U bent bij deze uitgenodigd. Ik kan niet beloven dat de kopjes op de tafel blijven staan.

Het is ingewikkeld

Image result for father of the bride art


In ruil voor mijn hand- en spandiensten voert mijn 90-jarige vriendin M. mij met verhalen. Zoals het verhaal van de bruiloft van haar dochter in Londen. Het was haar tweede bruiloft. Uit haar eerste huwelijk, met een volgens M. a-seksuele man, had ze toch nog een zoon overgehouden, die toen 8 was. De zoon was tegen het tweede huwelijk. Hij kwam niet uit zijn kamer. Hij had de gordijnen gesloten en weigerde zijn schoenen aan te trekken. Alles om de boel te traineren. Uiteindelijk kwamen ze een uur te laat in de kerk, het volgende bruidspaar stond al ongeduldig in de coulissen te wachten.
De vader van de bruid, tamelijk noodzakelijk bij een Britse bruiloft, omdat hij zijn dochter moet weggeven, schitterde door afwezigheid. Misschien had het ermee te maken dat hij uit Australië moest komen. De moeder had gezegd: als het aan mij ligt dat je niet komt, dan trek ik me wel terug, zodat onze dochter een behoorlijke bruiloft kan hebben, maar hij zei: 'Nee, het is te emotioneel voor me.'
M. had ook moeite met het huwelijk. De man met wie haar dochter ging trouwen had op zijn 29ste drie kinderen bij drie verschillende vrouwen. Dat toonde weliswaar aan dat hij niet a-seksueel was, maar hoelang zou hij het deze keer volhouden?
Halverwege de plechtigheid beende M. de kerk uit, omdat ze anders haar vliegtuig zou missen. Dat heeft haar dochter haar lang kwalijk genomen. Bij thuiskomst had M. pijn aan haar enkels en voeten, omdat ze te hoge hakken aan had gehad.
Het huwelijk houdt ondertussen nog steeds stand. De zoon is nu in de twintig en, als de voortekenen niet bedriegen, a-seksueel.

Weglopen

Katie Scott


'Ik ga weg, ik ga nu weg. Ja, ik ga echt weg.'
Wij zitten nog aan tafel maar de bijna tienjarige verlaat, voor het eerst in zijn leven, voorzover ik me kan herinneren, stampvoetend het ouderlijk huis omdat, ja, waarom eigenlijk ook alweer? Iets met games. Meningsverschillen die hoog oplopen met deze jonge god hebben niet zelden met games van doen. Hou eens op met gamen, die game mag je niet meer spelen, die halen we van de iPad af, en meer van dat soort ouderlijke interventies willen nog wel eens tot verontwaardiging leiden. Het kwaadst krijg ik hem als ik de iPad uit zijn handen trek terwijl hij verdiept is in een game. Maar daar was nu geen sprake van. We hadden het over een vriendje met wie hij graag wilde afspreken en dat mocht ook, maar wij zagen graag dat hij bij het vriendje ging spelen, in plaats van het vriendje bij ons, en nu zijn de rapen gaar, want volgens hem betekende dit dat hij zijn favoriete game, iets met een slang die steeds langer wordt, niet kan spelen.
Briesend stapt hij de gang in, met, ziet lieftallige nog in het voorbijgaan, zijn knuffel en een opschrijfboekje bij zich. Dat laatste vind ik hartverwarmend. Hij trekt de deur achter zich dicht en is verdwenen.
Wij nippen aan onze wijn. De vijfjarige ziet geen reden om haar broer achterna te hollen, de duisternis in. Waarschijnlijk hoopt ze op meer iPad-tijd.
Even later gaat de moeder een kijkje nemen. Hij was alweer op weg naar huis, maar als hij zijn moeder aan ziet komen, knijpt hij er opnieuw tussenuit.
Weglopen is moeilijk. Terugkomen ook.


Monomanie




Peter Buwalda, die van het verkreukelde gezicht en Bonita Avenue (voorschot 35.000 euro van de Bezige Bij, goed gegokt van die uitgever want er zijn er 350.000 van verkocht), verder een aardige jongen, zegt dat hij acht jaar aan zijn nieuwe romantrilogie heeft gewerkt, 1700+ pagina’s, met, alweer, een 'lekker' ingewikkelde intrige. Op het hoogte-, dan wel dieptepunt werkte hij 18 uur per dag. Af en toe even opdrukken, een slaappil bij het naar bed gaan, en dan hop de volgende dag weer verder. Die routine doet me niet aan John Cheever of John Updike of Marcel Proust denken, maar aan die van Dan Brown die ik lang geleden hoorde opscheppen over zijn vier uur slaap per etmaal en zijn workout routines (ter verklaring van de herdrukken van zijn Da Vinci Code). Schrijven als krachtsport.
Dus maar beter niet tegenkomen in een donker steegje of in de gangen bij het Boekenbal, die Buwalda.
Maar waar het mij om gaat: maakt monomanie gelukkig? Nee. Ik bedoel: leidt monomanie tot goede literatuur? Zeker, ik denk wel dat een schrijver zich moet concentreren, zonder focus krijgt ze geen coherente zin op papier, laat staan een coherente plot verteld over 1700+ pagina’s, maar zo’n monomaan geschreven roman kan ook iets, nou ja, monomaans krijgen. Hier moet ik bij aantekenen: alles met -manie erin heeft mijn interesse als psychische aandoening (ik was zelf pyromaan en dat was een mooie tijd), maar zou het kunnen dat een manische schrijfhouding, misschien een toch iets te, nou ja, manische literatuur oplevert?
Ik had die indruk bij Bonita Avenue. Een hoog tempo, veel informatie wordt op de lezer afgevuurd, interessante karakters worden vliegensvlug neergezet, enzovoorts, enzoverder, maar zoiets krijgt dus ook iets hijgerigs. Waar is de kalme contemplatie? Waar zijn de meanderende gedachten, het wegdromen, waar is, met andere woorden, het leven? Krijgt de lezer nog wat lucht, of wordt zij bij de keel gegrepen?
Waarom willen wij zo graag bij de keel worden gegrepen?

Social driver (5)



Een action packed middagje, met name door de harde wind, die niet alleen de portier van mijn Max Mobiel er bijna afsloeg, maar ook de Max Mobiel zelf op eigen houtje in beweging bracht.
'Kijk, daar gaat het autootje,' zei mijn laatste passagier, nadat we allebei waren uitgestapt.
Vergeten de handrem aan te trekken.
Een andere passagier – 92 – wilde winkelen. Ik reed haar fluitend van winkel naar winkel. Bij de Albert Heijn duurde het nogal lang. Wat bleek, ze had zoveel gekocht dat ze de tas niet meer kon dragen.
Het grootste avontuur beleefde ik met de 97-jarige oud-juf Greet. Als ik haar terugbreng naar de hoge flat waar ze al vijftig jaar woont, zet ik haar altijd bij haar eigen voordeur af, maar bij de voordeur aangekomen, zag ik dat er iets mis was, en niet zozeer door de gillende wind in de lange gang. 'Hier hing toch een foto van een poes?'
Greet reageerde niet, ze was op zoek naar haar huissleutel.
Ik belde aan. Een vreemde meneer deed open. Juist. De verkeerde verdieping. De kortste route was via de andere lift, maar dat betekende dat we een trappetje moesten nemen. Met de ene hand hield ik de rollator in de lucht en met de andere begeleidde ik Greet.
Al eerder had ze me verteld dat ze absoluut gecremeerd wilde worden; as uitgestrooid over het water, maakt niet uit welk.
Stel voor dat ze hier van de trap valt, dacht ik, en zij het niet overleeft. Alleen maar omdat we te vroeg zijn uitgestapt uit de lift.

TunFun



Zach Johnsen


Ik probeer te werken bij TunFun en het valt me niet tegen. Er is zoveel chaos om me heen, dat die zich makkelijk laat blokken. Als er één kind krijst, kijk ik wel op, maar als er honderd tegelijk krijsen, dan blijkt dit bevordelijk te zijn voor mijn concentratie.
Maar dan: 'Pappa, mogen we een slush puppie?'
'Nee.'
'Zeg ja.'
'Nee.'
'Nee: ja!'
'Oké, vooruit. Een kleintje.'
Er wordt even driftig aan de slush puppie gezogen en dan gaan ze weer de jungle in. Zolang ik geen bebloede hoofden of afgerukte ledematen zie, denk ik dat het goed gaat. Eén keer, in een andere apenkooi, was ik mijn kind kwijt. Ik zoeken. Roepen. Bleek hij verstrikt te zijn in een kubus van touw.
Mijn computer is leeg. Ik bestudeer de tijddodende ouders, een vader met getatoeëerd gezicht in het bijzonder. Niet helemaal, maar voor veertig procent, schat ik. Geen woorden, maar een web, dat vanuit zijn hals, over zijn wang en slaap en voorhoofd zich verspreidt. Ik mag er graag naar kijken, maar dit blijft toch een uiterst eigenaardig aspect van lichamelijke versiering, dat de drager aan de ene kant bekeken wil worden (stel ik me zo voor, want waarom anders de moeite gedaan?) en aan de andere kant met rust gelaten wil worden, zoals iedereen. Het wordt nog vreemder, want deze gezichtstatoeage is voor mij zichtbaar, maar niet voor hem. Ik hoop voor hem dat hij hem, al is het maar voor even, vergeten is.

Zenuwen

Image result for spreekgestoelte kunst



'Wat ben je braaf geworden!' riep boekhandelaar Stein Spijkerman gisteravond vanachter zijn verkooptafel bij mijn avondvullende lezing in Eindje. 'De vorige keer was je nog de kunstenaar.'
Ik vroeg me af wat hij bedoelde. Misschien had het met mijn haardracht te maken. Ik zie er inderdaad meer uit als een accountant dan een rockstar, maar 'het gaat om het innerlijk', dacht ik.
Ik had Stein Spijkerman zes jaar geleden voor het laatst gezien. Toen was ik naar zijn boekhandel gekomen om mijn roman Zalig uiteinde te promoten. Ik had een punkbandje uit Someren opgetrommeld om de boel op te leuken. Er kwamen drie mensen. Volgens mijn moeder kwam dit omdat het zulk slecht weer was, maar van dat slechte weer kan ik me niets herinneren.
Gisteren, bij het AG, was de zaal goed gevuld, en gelukkig niet alleen met vriendinnen van mijn moeder.
Ze was erg nerveus. 'Heb je het wel goed voorbereid?' vroeg ze, weken van te voren.
'Ik ben er dag en nacht mee bezig,' zei ik.
Op de dag zelf werd ook ik alsnog zo nerveus dat ik ervan ging roken. Dit was toch een beetje mijn maidenspeech voor eigen parochie. En dat na zoveel jaren.
Op de avond zelf ontspande ik na een paar glazen wijn, maar mijn moeder bleef nerveus. Eerst stootte ze een bierglas om en daarna een glas wijn. In de pauze hoorde ik haar gillen: 'En? Hoe vond je het?'
'Als je je eigen kind iets ziet doen,' zei ze na afloop, 'lijkt het alsof je zelf daar staat.' Dit kan ik beamen. Als mijn negenjarige moet voorspelen, voel ik ook hartkloppingen.
Mijn vader was de rust zelve. Hij vertrouwde erop dat het goed zou zijn. Of het kon hem niet zoveel schelen.

De jacht op de leegte



De laatste nacht dacht ik Venetië te slim af te zijn door om vier uur, in the dead of night, te gaan wandelen. Ik wilde de stegen voor mezelf. Ik wilde lege stegen, lege bruggen, lege kades, lege kanalen, een naakte stad, ervaren wat Borges had bedoeld toen hij Venetië een stenen jungle noemde (ik kende Venetië alleen als een jungle van bewegend vlees).
Bang om te verdwalen was ik niet. Het is onmogelijk te verdwalen in Venetië, – of in welke stad dan ook, denk ik wel eens. Zeker, Google Maps was af en toe in de war, in de hoge smalle straatjes raakte de satelliet de draad kwijt, maar dat duurde nooit lang en de afwijking was nergens ernstig.
Een vermoedelijk onbedoeld gevolg van googles hegemonie in de navigatie is dat veel bewegende mensen in Venetië naar hun scherm turen, in het spoor van het blauwe pad. 'Want zij waren in robots veranderd, zonder het te merken.'
Ik wist de weg naar San Marco wel ongeveer uit mijn hoofd.
Venetië bij nacht helemaal voor jezelf alleen is filmisch. Don't look now, die andere met Sutherland,  toch nog maar eens bekijken.
De eerste keer dat ik schrok, was toen een alarm ergens afging; automatisch liep ik van het lawaai vandaan.
De tweede keer schrok ik van mijn eigen gestalte die plotseling opdoemde in de spiegel naast een toeristenwinkel.
Op het San Marco-plein was een handvol schoonmakers doende confetti op te vegen. De basiliek, gehuld in zwart, lag er dreigend bij. 

Casanova (appropriate)

Fellini's Casanova (Donald Sutherland)

Vanuit de ruimgesorteerde giftshop van het Casanova Museum bel ik Reiseführer. 'Denk je dat onze negenjarige boos wordt als ik zonder hem ga? Als hij hoort dat er een virtual reality-dingetje in zat, zal hij dat vast niet hebben willen missen.'
Reiseführer gaat niet akkoord met de veronderstelling die van de vraag uitgaat, namelijk dat ik een keus heb om nu in mijn eentje naar het Casanova Museum, of welk museum dan ook, te gaan. 'Wij zijn zo bij het barretje waar we hebben afgesproken! Dus kom jij daar ook maar eerst heen.'
Ik had niet moeten bellen, denk ik, zoals zo vaak, te laat.
Even later zit ik achter een glinsterende soave in het barretje te wachten op mijn gezin.
Nog weer later zitten mijn zoon en ik alsnog in het Casanova Museum, met een VR-bril en koptelefoon op. Hij heeft er zin in. Ik ook. Ik bedenk me dat dit toch wel erg veel op een rite de passage begint te lijken, maar wat zou het? Negen jaar is in warme landen helemaal niet zo vroeg voor een cursus paren.
Weinig paring trouwens, in het Casanova Museum. Alles blijft 'appropriate', had de dame die de kaartjes verkoopt mij vooraf al verzekerd. 'Mijn interesse was groter geweest, als de tentoonstelling niet appropriate zou zijn,' zei ik. 'Casanova was zelf niet appropriate.' Daar was ze het mee eens, maar probeer heden ten dage nog maar eens inappropriateness te verkopen.
Het VR-dingetje doen mijn zoon en ik twee keer. We zetten een bril op en een kop telefoon, en wanen ons drie minuten Casanova in 18e eeuws Venetië.
Leuk, dat is het woord.

Madonna col Bacio

Jacopo Sansovino

'Gaan jullie met de boot naar Burano met zijn drietjes, dan ga ik naar dat begrafeniseiland om het graf van Stravinsky te bekijken,' probeer ik een solotrip binnen de familie-vakantie voor mezelf te regelen, maar ik ben geen Reiseführer dus ik heb geen leverage.
Bij bestudering van het bootschema blijkt dat Burano een uur heen en een uur terug is, dus dat valt af. In mij groeit ondertussen het besef dat het begrafeniseiland weliswaar een stuk dichterbij ligt, maar ook dat zo'n bezoek aan het knekelveld waarschijnlijk tegenvalt. Zeker, ik ben een groot fan van Stravinsky, maar als ik zijn graf google kom ik er ook. Liever ga ik bij nader inzien rondsnuffelen in een palazzo met een goede kunstcollectie, want ja, kom daar maar eens om in de Amsterdamse Rivièra.
Uiteindelijk gaan we natuurlijk met zijn allen naar dat palazzo, Ca d'Oro, met uitzicht op de Canal Grande en in bezit van precies 1 Tintoretto maar ook nog een heleboel minder bekende beelden, tapijten en doeken. Het is compleet verlaten. De blondjes zoeven door de zalen. 'Wij gaan naar de Disney-store,' zegt Reiseführer. 'Die kinderen hebben ook vakantie.' Ik probeer niet afkeurend te kijken, maar verkneukel met tevens bij het idee dat hier onze wegen zich hier, voor even, scheiden.  When push comes to shove zullen moeders grotere offers brengen voor hun kroost dan vaders, denk ik, behalve misschien, hoop ik, in tijden van gevaar.
Mijn oog blijft haken aan een marmer beeld: de zoveelste Madonna col Bambino, maar dan innig. Madonna col Bacio. Er is echte liefde tussen deze twee, waar niemand tussen kan komen.
De moeder lijkt ondertussen angstvallig haar telefoon bij haar geliefde weg te houden.

Parade van de arme meisjes



Venetiaans carnaval – wat moet je je daar bij voorstellen? Precies: dat, dat en dat. Vooral veel maskers en hoofdtooien en uitgebreide verkleedpartijen. Al die dingen waarmee je dood gegooid wordt, ook al ben je nog nooit met carnaval (16/2-5/3, wegens succes verlengd tot drie weken) in deze stad geweest. Dus wij waren enigszins verbaasd om een toneelstukje mee te maken, in de Giardini (waar ook de Biennale plaatsvindt), waarbij twaalf dirndl-achtige wichtjes op een toneel aan den volke werden getoond; van een corpulent heerschap dat op luide toon schlager-achtige liederen ten beste gaf een buidel meekregen, plus felicitaties van een oudere, zwaaropgemaakte dame die de indruk wekte een modellenbureau te runnen, of een bordeel; en tenslotte op houten brancards werden gehesen door jonge als misdienaren verklede knullen, om in die hoedanigheid naar het San Marcoplein te worden getransporteerd.
Een Engelssprekende Italiaanse begon uit zichzelf, alsof ze zich schaamde, tegen mij tekst en uitleg te geven. Hier wordt een traditioneel verhaal uitgebeeld, vertelde ze, getiteld 'La Festa delle Marie'. Arme meisjes tonen zich aan de vorst in de hoop van hem een bruidsschat te krijgen, opdat ze alsnog kunnen trouwen.
Ik keek nog eens goed naar één van die meisjes, zie boven (Anna Favaro bleek ze te heten) en probeerde uit haar blik af te leiden of ze er lol in had of zich doodschaamde. Ik kwam er niet achter. Waarschijnlijk beide.

Un ragazzo e una ragazza



Laat ik maar met het meisje beginnen. Ze zat achter de toonbank van een vintage winkel in een overvolle steeg achter San Marco, maar wij waren de enige klanten. Misschien kwam het omdat het nogal, nou ja, vintage rook in haar winkel, of houden ze hier meer van nieuw. Halflang stijl donker haar had ze, dunne lippen en een kuiltje in haar wang. Ze was een boek aan het lezen. L'Arte di Fare l'Amore.
De jongen in de koffieshop was gespierd, met zware wenkbrauwen, lichtbruin haar en stralende ogen. Zo'n Jean Paul Gaultier-model uit vroeger tijden. Hij werkte in Cannareggio, waar wij nu eens wel op tijd een tafeltje hadden bemachtigd, en de goings on dus op ons gemak konden gadeslaan met koffie en croissants. De armlange tattoo op de linkerarm van de jongen, die niet voor niets een t-shirt droeg, blonk als gerookte zalm, alsof hij net was gezet. Wat de afbeelding voorstelde weet ik niet, maar ik was gebiologeerd door een tekstje eronder. Dus terwijl hij bij ons kwam afruimen, kon ik het niet laten om zijn arm beet te pakken, en te draaien zodat ik de tekst kon lezen.
I vow to come for you
If you wait for me
'Zoiets kun je niet maken,' zei Reiseführer.
De jongen stribbelde nauwelijks tegen, verweerde ik me. Moet je maar geen tekst op je lijf inkten. Dan weet je dat je ten prooi valt aan dwangmatige lezers.

Venetië

Image result for cuoio maschera




Je weet dat je in Italië bent als de man die buskaartjes verkoopt op het vliegveld je adviseert om de leeftijd van je jongste twee jaar jonger op te geven, opdat die gratis kan reizen, en je weet dat je jongste kind jouw jongste kind is als deze vervolgens tegenover iedereen gevraagd en ongevraagd verklaart dat ze drie is.
Hoe feeëriek en fabelachtig om door Venetië te sjokken, bij avond, in de winternevel! Wat is er veranderd sinds we hier voor het laatst waren in 2005? Nog steeds geen rolkofferbaan over de bruggetjes. Maar wel People are people van Depêche Mode op hoog volume in de koffiebar, en een kraakpand achter het hotel, met ontroerende anarchistenvlag. 'Die zitten er al een paar jaar. Willen er maar niet uit. En ze betalen niets en ze doen niets,' klaagt de receptioniste humorloos.
Ik ben op een missie. Ik wil een masker kopen. Een mens kan niet zonder maskers, en als je dan zonodig een masker moet kopen, lijkt me Venetië geen gekke plek. Alleen: er zijn ∞ aanbieders met junk, dus waar moet ik zijn? Vanmiddag was ik in een winkel die leren maskers verkocht, gemaakt door een lokale kunstenaar. Kunstwerken dus. 'Probeer maar,' moedigde de verkoper me aan. Ik keek in de spiegel en zag dat het goed was. Een grote smoelpartij, die in de verte aan Homer Simpson deed denken, en die schuin naar buiten afliep waardoor je dus rustig door kunt drinken en eten, en wat je verder nog met je mond van plan bent. Vanaf €350. Niet veel voor een mooi masker waar je de rest van je leven mee doet, maar toch een hobbel voor een krabbelaar.
'Ik moet dit met mijn vrouw bespreken,' smoeste ik bij de uitgang tegen de verkoper, die toen ik hem goed bekeek, zelf geen masker leek nodig te hebben.

De verliefden in een kooi

René Magritte: Le thérapeute

De verliefden zaten in een kooi met een glazen plafond, waarop nog wat gebladerte was achtergebleven. Boven in de lucht passeerden geen fazanten, want die vliegen niet zo hoog (ze kunnen het wel maar ze verdommen het) maar vliegtuigen, en duiven. De verliefden bleven niet van elkaar af. Ze plukten, frunnikten en vingerden elkaars handen. Af en toe, maar niet vaak, en zeker niet zo vaak dat een getuige zou kunnen spreken van aanstootgevend gedrag, dus de politie hoefde niet te worden verwittigd, stalen zij een geluidloze kus. Veel werd er niet gezegd. Wat viel er te zeggen? Wel werd er gelezen en geluisterd. Een verliefde die luistert naar een verliefde die leest: de getuige was er getuige van. Waar de blik op te richten tijdens de lezing ener verliefde? Voor de verliefde luisteraar was de vraag gauw beantwoord: naar elke huidcel, iedere grijze haar en stoppel, alle poriën van de verliefde lezer. De stem van de verliefde lezer klonk niet anders dan de getuige gewend was. Niet verliefder, maar ook niet minder verliefd. Dat kwam misschien omdat hij niet over verliefden las. Toen de lezing voorbij was, en de getuige even aan zijn neus zat, en een van de verliefden net de neus van de andere verliefde had gepoetst, leunde de verliefde poetser over naar de getuige, om ook diens neus te poetsen. Een interessant gebaar. Wie verliefd is, is verliefd op iedereen en alles.

Boodschappen



Als het leven een boek is, moet het uit meerdere hoofdstukken bestaan. Gisteren werd ik kort teruggeworpen naar het hoofdstuk 'postbode', toen ik mijn oude folderaar, hij die helemaal onderaan de pikorde van de post bungelt, hij die bij wijze van spreken nog niet eens voor Sandd mag werken – bij wijze van spreken, want dat deed hij wel, maar nu niet meer, want ik zie hem nooit meer in functie.
Gepensioneerd misschien.
Ik herkende hem aan zijn kromte. Hij stond voor me in de rij van de Albert Heijn. Drie totaal versleten boodschappentassen had hij bij zich; twee in de ene hand, een in de ander. Ze waren met grijze duct tape gerepareerd, en gevuld met onduidelijkheden.
Ik was benieuwd naar zijn boodschappen. (Toon mij uw boodschappen, en ik zeg u wie u bent. Niet Facebook moeten wij vrezen, maar Ahold.)
Wie had geraden wat mijn voormalige, gebochelde folderaar, die met de bij elkaar gepleisterde spatborden en bril, op de boodschappenband legde, mag zichzelf fantast noemen; ik was er niet op gekomen. Ik zag het als een bewijs dat ook de fantast af en toe de deur uit moet om het fantastische van de werkelijkheid te ondergaan.
99 cent kostten de boodschappen, een aanbieding.
Hij betaalde met 55 ct statiegeld, plus 45 ct aan losse munten.
'Ik hoef geen bonnetje,' zei hij, nog voordat de kassière kans had gezien het hem aan te bieden.

Blaffen en brullen

Related image



De 24-uurs buikgriep valt uiteen in drie fasen van ieder 8 uur. In fase 1 voel je een beestje in je buik. Het prikkelt, bruist en rommelt in je maag. Er ontsnappen rare boertjes en scheetjes. Dan weet je zeker: het is weer zover, ik heb 't en ik moet er doorheen.
De rest van fase 1 wordt gespendeerd aan halfslachtig doorleven alsof er niets aan de hand is, en een halfslachtige gang naar de wc, halfslachtig omdat je weet dat je in deze fase toch nog niets kunt produceren. Soms denk je even dat de buikgriep verdwenen is, maar dan later keert hij weer terug. Het gevoel komt in golven.
Ook, althans in mijn geval, wordt in fase 1 een zinloze zoektocht ondernomen in het hoofd naar het moment van overdracht. Je probeert de afgelopen twaalf uur te reproduceren. Heb je iemand de hand geschud die mogelijk buikgriep had? Heb je verzuimd je handen te wassen in dat dubieuze etablissement? Je krijgt begrip voor het ooit als idioot beschouwde gebruik dat D. Trump, toen nog vastgoedman in New York, wilde invoeren, naar Aziatisch voorbeeld, namelijk buigen als begroeting in plaats van handenschudden.
Fase 2 is de hoofdfase. Je ligt in bed en wacht op the point of no return. De grote overgave. Je kunt een emmer naast je bed zetten, maar ik doe het liever boven de pot, al was het alleen maar om mijn kantoor- en huisgenoot niet te veel overlast te bezorgen. 'Je klonk als een gewonde dinosaurus,' zei ze de volgende ochtend.
Fase 3 is gammelte, katerigheid en langzaam weer wat eten, de spreekwoordelijke getoaste witte boterhammen met jam (zonder boter).
Ongelooflijk, als het voorbij is ben je alweer vergeten hoe vreselijk het was op het dieptepunt: de bodem van de WC-pot aanstaren, vinger naar binnen en blaffen en brullen tot de tranen je in de ogen springen.

Anti-depressiva

Jeff Koons: Balloon Dog (op het dak van Metropolitan Museum of Art)

Vriendin M. (90) is het niet eens met de diagnose die haar zorgteam haar heeft gegeven. 'Volgens mij ben ik helemaal niet depressief.'
'Volgens mij ben je wel depressief. Je hebt nergens zin meer in, je komt al weken je bed niet uit en je slaapt slecht.'
De onbezoldigde wonderdokter in mij is weer eens aan het woord. Ik kan mijn eigen analyses niet tegenhouden. Niemand kan zijn eigen analyses tegenhouden, de vraag is alleen of je ze moet uitspreken.
'Gebruik je anti-depressiva?'
'Ja, maar daar word ik helemaal niet goed van. Dan gaat mijn maag overstuur, dat wil je niet weten, dan komt het er overal uit, van boven en van onder, en dan eet ik niets meer, en ik weeg al bijna niks.'
'Hoeveel weeg je?'
'Achtendertig.'
'Dan zou ik die anti-depressiva maar vergeten. Of een ander soort proberen. First things first... heb je al kans gezien wat zonnestralen op te pikken?' Lichttherapie lijkt me toch de goedkoopste therapie – maar dan moet er wel licht zijn, en dat is er nu.
'Ik zit op het balkon, verder kom ik niet, en dat balkon is op het noorden, maar ik vang wel iets op.'
'Ik vind trouwens dat je nu inderdaad helemaal niet depressief klinkt... De afgelopen keren klaagde je alsmaar, maar nu klink je vrolijk.'
'Ik ben ook vrolijk.'
Dat is winst.
Eigenlijk moet ik haar uitlaten, zoals je een hondje uitlaat. M. heeft een hondje, dus die zouden elkaar kunnen uitlaten, maar het hondje logeert thans elders.
Een goed anti-depressivum, zo'n hondje, en niet alleen omdat je gedwongen wordt naar buiten te gaan.

'Stinkend arrogant'

Image result for edouard louis



Twee Franse romans liggen voor mij op tafel, een dunne en een dikke. De dunne begint zo: Aan mijn kinderjaren bewaar ik geen enkele goede herinnering.
De dikke (met dank aan de dicteerfunctie op mijn computer) zo: Het plan kwam ter sprake om Monsieur Norpois voor het eerst uit te nodigen en mijn moeder vond het toen jammer dat professor Cottard op reis was en zijzelf helemaal geen contact meer had met Swann, want beiden waren misschien boeiend gezelschap geweest voor de voormalige ambassadeur; mijn vader zei toen dat zo'n prominente gast, zo'n beroemd geleerde als Cottard, nooit de verkeerde keuze was voor een diner, maar dat Swann, met zijn opschepperige gedoe en zijn slechte gewoonte om met de onbenulligste relaties te koop te lopen, een ordinaire aansteller was die markies de Norpois, in de woorden van mijn vader, 'stinkend arrogant' zou vinden.
De eerste beginzin is recent geschreven, de tweede honderd jaar geleden. De eerste door een auteur die een naargeestig, gewelddadig, drankzuchtig milieu schetst in de armoedige Noord-Franse provincie, de tweede door een auteur die duizenden pagina's lang, met chirurgische precisie, de gedachten en gevoelens en sociale interacties in de gegoede, kunstzinnige kringen van Parijs en omgeving tracht te beschrijven.
Proust wordt ook wel een writer's writer genoemd, een schrijver die je gelezen moet hebben wil je jezelf schrijver noemen, maar ik zit al meteen in 'Weg met Eddy Bellegueule', van Édouard Louis, die geen fluwelen handschoenen draagt maar een boksbeugel.

Libido




Voor mijn verjaardag kreeg ik van mijn wonderdokter een testosteron-deficiëntie cadeau. Ik moest lachen. 'Wacht tot mijn vrouw dit hoort,' zei ik. 'Die gelooft zoiets nooit.' Mijn wonderdokter wees op de uitslag van de bloedtest en zei: 'Testosteron bijslikken verbetert de levenskwaliteit. Kijk eens op andros.nl, kliniek voor mannen.'
Een wereld gaat voor me open. Misschien ben ik inderdaad futloos, depressief en heb ik kortom van al die klachten last behalve van libido-verlies, volgens mij is er met mijn libido niets mis, maar het kan zijn dat mijn libido volgens Andros nog veel hoger moet. We zullen zien. Hoe dan ook denk ik dat mijn vrouw niet wil dat mijn libido omhoog gaat, dus daar zullen we iets op moeten verzinnen.
Ander 'nieuwtje' is dat ik nog 28,1 jaar te leven heb – statistisch gezien dan, afgaande op de gemiddelde levensverwachting van mannen in Nederland – en ik heb besloten om vanaf dit jaar af te tellen. Volgend jaar vier ik dus dat ik nog 27,1 jaar te leven heb, etc, tot ik uitgeteld ben. Als ik dan nog leef, tel ik weer bij. Dat is dan de tijd die ik als winst beschouw.
Overigens vind ik 28,1 jaar een belachelijk lange tijd. Wat je in die tijd niet allemaal kunt doen... Aan de andere kant, je kunt de dingen die je zou kunnen doen ook niet doen. In dat geval is 28,1 jaar niet zo lang.
'Of ik kom morgen onder de tram, dat kan ook,' zei ik tegen Nieuwe Vriend P., toen ik hem mijn statistiek en nieuwe verjaardagssysteem voorlegde.
'Daar zou ik maar van uit gaan,' zei hij.

Hartsvriendin

Image result for madelief verelst
Madelief (Verelst) in Krassen in het tafelblad


'Pappa, mag ik naar de kroeg? Met Annelies?' Mijn vijfjarige dochter staat voor me, dreinend, hoewel ik nog niet eens de kans heb gekregen om haar voorstel tot me te laten doordringen. Ik ging zelf ook vroeg naar de kroeg, hoewel misschien niet op mijn vijfde, maar zeker niet nadat ik mijn ouders om permissie had gevraagd. Ik ging van die permissie uit.
'Ja, hoor. Tuurlijk... En jij bent Annelies?' vraag ik aan het meisje, een stuk ouder, met een oversized bril op haar neus en lang, sluik haar. Ze doet me niet zozeer aan Pippi Langkous als wel aan Madelief (de oudere versie) denken. Ze knikt. Ze wacht op woensdag altijd in de kroeg tot haar vader haar komt ophalen.
We staan bij de 'houten speeltuin'. Ik had mijn dochter al met een groter meisje zien spelen. Ook hadden ze elkaar al omhelsd (lees: had mijn dochter Annelies omklemd). Nooit eerder had ik mijn dochter, of wie dan ook, zo snel een hartsvriendin zien maken.
'Welke kroeg? Die daar op de hoek? En daar gaan jullie appelsap drinken?' vul ik het scenario zodanig in, dat dit mij geen hartverzakking geeft. Annelies knikt opnieuw. Even flitst het door me heen dat Annelies onderdeel uitmaakt van een pedo-ring, of iets nog veel ergers, maar die gedachte duw ik opzij. Dit is de stad. Een stad leeft van onwaarschijnlijke ontmoetingen en bijbehorende avonturen, zoals deze. Ik wil mijn dochter de stad niet ontzeggen.
Als ik even later bij de kroeg ga kijken, staan ze daar: mijn dochter en Annelies, met een flesje, en een euro, die ze naar eigen zeggen uit de automaat hebben gevist. Een man met piekhaartjes en een ring door ieder oor staat zwijgend te roken.
'Is je vader er al?' vraag ik.
Annelies wijst met rollende ogen op de rokende man, die zijn zwarte tanden bloot lacht. Het is even stil. Annelies springt hoog in de lucht om haar vingers door zijn piekhaar te halen, een onverwacht filmisch moment.
Hopelijk krijgt mijn dochter Annelies ooit nog eens te zien.

Verrassende verliefdheid

Marc Chagall: Pour l'amour de Bella


Verliefdheid komt altijd als een verrassing, en ook als een ziekte trouwens, maar de persoon van wie ik me dikwijls afvroeg of hij er nog toe in staat zou zijn, c.q. er bevattelijk voor, kwam nu juist ineens met dat nieuws aanzetten. Geweldig. Fantastisch. Verliefdheid gun je iedereen toe, zelfs je ergste vijand, want hij zal erdoor verlamd raken. Verliefdheid doet je opnieuw geboren worden, maakt dat je leeft, eigenlijk zijn alle bewegingen tot aan de verliefdheid en alle bewegingen, helaas, daarna, nogal tja, flauwtjes vergeleken bij de verliefdheid. Nee, alleen wie verliefd is, leeft. Daarvoor en daarna regeert de dood, maar die kun je nog opleuken met werk en kinderen.
Zoals wel vaker bij verliefdheden die plotseling optreden, die toeslaan als een koorts, een griepgolf, een virus, die om zich heen grijpen en uitzaaien als een kanker, ja: verliefdheid is een kanker, waren er ook slachtoffers. Twee. Namelijk degenen die dachten dat de verliefden hen toebehoorden. Dat is toch de makkelijkste manier om naar menselijke verhoudingen te kijken: als bezit. De uitspraak ik wil jou moet je volgens mij vrij letterlijk nemen. Maar het spannende, verrukkelijke van een verliefdheid is dat dat bezit nooit als een last wordt ervaren door de verliefden.
Maar ik had het over de gewonden, de achterblijvers, zij die moesten wijken voor de verliefdheid. Moeten zij uit het leven stappen? Nee, maar ze kunnen ermee dreigen. Een sterk dreigement heb ik dat nooit gevonden. Moeten zij iets met elkaar beginnen, een groep van lotgenoten? Ja, dat zou efficiënt zijn, maar het kan niet. Verliefdheid en efficiency sluiten elkaar uit.

Social driver (4)



Meneer S., een nieuwe klant, moet ik ophalen bij de fysio en thuis afdroppen in de Pijp, een afstand, zie ik op GoogleMaps, van nog geen 300 meter. Als ik het raam openzet en ik trek mijn scheur open, dan kom ik nog verder. Maar als ik Meneer S., die een opvallende gelijkenis vertoont met wijlen Johannes van Dam, zowel qua pet als embonpoint, de Max Mobiel in help, begrijp ik dat de HeenEnWeer voor hem inderdaad geen overbodige luxe is.
Ik gesp meneer S., gekleed in gemakkelijk zittende huisbroek, vast, duw voorzichtig zijn portier dicht en neem plaats achter het stuur. Voorzover mogelijk, want zoveel ruimte is daar niet meer voor. Het voelt een beetje alsof we met zijn drieën voorin zitten.
Wel gezellig, eigenlijk.
Tweehonderd meter zoemen we voorwaarts om vervolgens tot stilstand te komen achter een takelwagen die aan het werk is in de opgebroken straat; een fegekleurd hesje wijst ons een parkeervak aan waar we mogen wachten. Een mooie gelegenheid voor mij om te trachten een verhaal aan meneer S. te ontlokken. Dat is het mooie van oude mensen: begin over vroeger en je krijgt een verhaal. Niet altijd het meest boeiende verhaal, maar toch: een verhaal.
'Ik ben lang huisschilder geweest,' vertelt meneer S., terwijl ik zijn sneeuwwitte gezichtsbeharing (het is meer dan een baard; het haar zit ongeveer overal behalve op zijn ogen, neus en mond) bewonder, 'maar daar werd ik niet zo gelukkig van.'
'Waarom niet?'
'Ik heb hoogtevrees.' Meneer S. kijkt me aan, alsof hem dat zelf ook verbaast.
'Wist u niet van uzelf dat u aan hoogtevrees lijdt?'
Traag schudt hij zijn hoofd. 'Tijdens de opleiding heb ik nooit op ladders hoeven staan.'


Veeleisender

Maria Lassnig (werkte tot in haar negentiger jaren)

Mijn telefoon gaat om 7.45 AM. Ik dacht dat er een stilzwijgende afspraak bestond, bij mensen die mijn nummer hebben, dat ik niet gebeld wens te worden voor achten; ook niet voor negenen trouwens, het liefst begin ik met telefoneren, en praten in het algemeen, rond het middaguur. Ik hijs mezelf uit bed en zie op het display dat het vriendin M. (90) is. Ik had haar overgehaald om e i n d e l ij k  eens naar het Amstelhuis te gaan kijken, het 'woonzorgcentrum', omdat ze  e c h t  haar eigen huis uit moet. Niet omdat het moet, maar omdat het moet, of zoiets. Zijzelf ziet dat ook wel in, maar ze stribbelt tegen.
'Viktor, ik moet onze afspraak afzeggen. Ik kan niet. Ik voel me helemaal niet goed. Ik ben de hele nacht wakker geweest.'
Ik zeg ja, ja en jammer, wens haar beterschap en beëindig het gesprek. 'Zul je zien dat ze me straks belt om te zeggen dat ze toch wil,' zeg ik tegen mijn huis- en kantoorgenoot. 'Hopeloos. Gewoon een klein kind.'
Maar ze belt niet om te zeggen dat ze toch wil.
Dus bel ik haar maar, want ja, ze is 90. Mensen die 90 zijn valt niets meer te verwijten. Die zijn het verwijt voorbij. 'Hoe is het nu?'
Het gaat nog steeds slecht. Maar ze wil het wel volgende maandag proberen, dat bezoekje aan het Amstelhuis. Oké, doen we dat.
Stilte.
'Ik moet verder, zeg ik.
'Waarom zie ik je nooit meer?' Mensen van 90 zijn het verwijt voorbij, maar dat wil niet zeggen dat ze zelf niet nog kunnen verwijten, dat vermogen eindigt pas bij de dood.
Ik som op: ik probeer een roman te schrijven, wellicht mijn mugnam upos, en dat daar nogal wat energie in gaat zitten, om nog maar te zwijgen van twee kleine kinderen plus een veeleisende vrouw.
'Wat?' klinkt het verbaasd. 'Is jouw vrouw veeleisend?'
'Ja. Nog veel veeleisender dan jij.'

Knipsels


Onbezoldigd herstelbezorgen door ruw bij het grofvuil gezette ex-postbezorgers. Gisteren deed ik het nog, in mijn eigengemaakte soep. Mijn bezorger had de straatnaam goed gelezen, maar van het huisnummer had hij geen chocola kunnen maken.
De wandeling was langer dan ik had verwacht, maar ik was opgetogen dat ik weer in mijn oude functie mocht optreden. Ik hoopte dat de adressant thuis was, want ik wilde meer van dit intrigerende pakket weten. Het betrof een licht beschadigde brown paper envelope uit Engeland met mickey mouse op de voorkant, plus een zelfgemaakte postzegel (dan heb je me) van een foto uit een krant die in het groot op de achterkant prijkte (zie boven). Zulke (onbedoelde?) mail art kan ik waarderen.
Ik belde aan. Een man van in de zeventig deed open, met een sympathiek, licht verfrommeld gezicht.
'Meneer, bent u .... '
Hij knikte.
'Dan heb ik een post voor u.' Tromgeroffel. Ik liet de envelop zien.
Hij zuchtte.
'Ah, van mijn oude legermaat in Noord-Ierland. Ja, u moet weten, ik ben internist, maag-long-darm, ik heb geneeskunde in Glasgow gestudeerd, mijn moeder is Schots, vandaar, die vond dat ik wel in het buitenland kon gaan studeren, en ik ken hem uit die tijd... We zaten samen in het leger... Ik beschouw hem als een van mijn beste vrienden... Om de zoveel tijd stuurt hij me een pakketje knipsels op... Je zou denken, ten tijde van internet is dit niet meer zo nodig, maar hij is een, hoe zal ik het zeggen, ja, een kluizenaar... Hij blijft me artikelen sturen die mij volgens hem interesseren, een paar keer per jaar, dit is de eerste zending van dit jaar... Ik stuur nooit iets terug... Als u mij wilt verontschuldigen, ik zit naar rugby te kijken.'

Occupational suicide

Walter Stöhrer: Cyankali

1. Suicide by florist. 'Mevrouw, hebt u voor mij een stekelige cactus die net niet in mijn keel past?'

2. Suicide by dentist. 'Marc, wil je deze keer je boor hier tussen mijn ribben planten, hier aan de linkerkant, voor de kijker rechts, ja daar ja en dan flink uitboren tot ik niet meer beweeg?'

3. Suicide by Uberchauffeur. Gaat vanzelf. Geen afspraak nodig.

4. Suicide by fireman. Bord bij ingang van brandend huis: niet blussen, a.u.b.

5. Suicide by mailman. Jezelf cyankali opsturen en met open mond wachten bij de bus.

6. Suicide by garbageman. Vlak voordat de container terug wordt geplaatst, plaats je jezelf terug.

7. Suicide by teacher. Jezelf twee weken lang onafgebroken laten tentamineren over het Niets zonder drink- of eetpauze.

8. Suicide by writer. In plaats van een vernietigend boek te schrijven, wilt u met uw schrijfmachine mijn hersens inslaan?

Klimaatspijbel

Related image
Mark Rothko: Untitled (Blue, Green, and Brown)

Mooiemeisjescafé

Malcolm TEASDALE - Bag of Chips
Malcolm Teasdale: Bag of chips

Aangekomen bij het mooiemeisjescafé tref ik voor de ingang geen moederfietsen aan, geen vaderfietsen, geen opa- of omafietsen, alleen fietsen van vrijheidsstrijders, vrijheidsaanhangers, groots- en meeslepende levenskunstenaars, autonome dichters – naarstig op zoek naar monden om hun mond op te schroeven, stel ik me zo voor, dat dan weer wel – en binnen inderdaad mooie meisjes. Er moet, ergens, een verzadigingspunt zijn voor mooie meisjes, maar hier is het nog niet bereikt.
Het eerste mooie meisje valt niet weinig op, want ze staat achter de bar. Ze draagt een t-shirt met SCOOTER erop, onder of boven de afbeelding van een muis, of een poes of een konijn op een scooter. Het is moeilijk om niet de hele tijd naar dit meisje te kijken, niet dat er geen andere mooie meisjes zijn, maar Scooter huppelt onophoudelijk tussen de chaotisch opgestelde tafeltjes en stoeltjes door met bestellingen. Dit is nog zo'n café waar men bestellingen opneemt en bezorgt. Het mag niet verbazen dat Nieuwe Vriend P., nog gejetlagd van zijn jetsetbestaan, tegen een tafeltje stoot en hiermee het biertje dat op dat tafeltje stond doet omkiepen. Het mooie meisje dat bij het biertje hoort, blijft ongedeerd. In een Andere Tijd of een Andere Plaats was zo'n voorval het startschot geweest voor op zijn minst een Conversatie met Vreemden, maar vanavond in het mmc blijft het bij korte excuses, verlegen glimlachjes, een vers biertje, en wederzijds negeren.
Uit mijn ooghoek word ik een chipszakje op een belendend tafeltje gewaar. Ik hou het chipszakje scherp in het oog. Als het wat mij betreft te lang onaangeroerd blijft om nog van rechtmatig eigendom te kunnen spreken, leg ik er mijn hand op. Het zakje zakt in elkaar. Leeg. Pas nu zie ik de scheur aan de zijkant.
Een mooi meisje glimlacht, haalt even haar schouders op en trekt zich terug in haar bubbel.

Social driver (3)



Hans, een forse vent met drie puntjes bij zijn duim getatoeëerd, een jongensachtige grijns op zijn gezicht, en steeds hetzelfde anti-racisme t-shirt aan, is mijn jongste HeenEnWeer. Nog lang niet in de rollatorleeftijd, maar hij staat onvast op zijn benen. De vorige keer dat ik hem thuis afleverde in de Pijp, wilde hij absoluut zelf uitstappen. Even later ging hij languit op de stoep. 'Klote paaltje.'
Hans is niet gespeend van een Amsterdamse hang naar overdrijving, al stuit hij, als recovering alcoholic, nogal eens tegen het plafond van zijn geheugen. Eens gaf hij hoog op over zijn favoriete rockbands, maar toen ik vroeg welke bands, zei hij: 'Allemaal.'
Vandaag beweert hij al bij het instappen dat hij honderd vriendinnen heeft gehad.
'Weet je het zeker?'
We sjezen door de regen over de Van Woustraat. De ruitenwisser van de Max Mobiel zwoegt.
'Ja jôh,' zegt hij, onderuitgezakt in de riemen. 'Dat was in de yuppietijd. Toen mocht alles.'
'Hippietijd zul je bedoelen.'
'Die ja. Mooie tijd was dat hoor.'
Ik bedenk dat die tijd misschien niet voor iedereen even mooi was, maar ik hou mijn bedenkingen voor me.
'Ik woonde bij een hospita aan het Vondelpark. Nou, dan sprak ik gewoon iemand aan en dan...'
Het ritje zit er alweer op, helaas.
'Wie was je grootste liefde uit die tijd?' wil ik nog weten.
Zonder een moment na te denken, zegt hij: 'Barbara. Ik ga haar binnenkort weer zien.'