21. Apologie van een wiskundige



Lange tijd gebeurde er niets. Voor wie alleen op een woonboot zit, iemand anders haar woonboot, en hij kan er niet af bovendien, lijkt alle tijd lange tijd waarin niets gebeurt. Ik had alle sleutels die ik kon vinden in alle sloten uitgeprobeerd. De enige manier om Katalla af te komen, zonder sporen van braak na te laten, was door de voordeur, die tevens de achterdeur was, dus de enige deur, maar daar kreeg ik geen beweging in. Er restte mij niets anders dan me over te geven aan de druppende kraan van de tijd en te hopen op een handreiking uit het onbekende.
In Bettina's boekenkast, meer een stapeltje dan een kast, vond ik, in fel geel, YoYoGa. Stop met jojoën en yoga, en, in fel blauw, YogoYaga. Hoe je yoga kan yagaën. Die boeken liet ik liggen. Eronder vond ik een klein donkerrood boekje met de intrigerende titel Apologie van een wiskundige. Waar zou een wiskundige zich voor moeten verontschuldigen? Wat deed het werk van een wiskundige in de woonboot van een yoga-lerares? Aan de andere kant, iedereen heeft boeken in huis waar hij niet om heeft gevraagd.
De apologie was geschreven door G.H. Hardy, een Cambridge-wiskundige actief in de eerste helft van de vorige eeuw. In het lange voorwoord van C.P. Snow stond een anekdote die me aangreep. Hardy krijgt in Oxford (daar was hij als hoogleraar benoemd) op een dag een enorme envelop bezorgd met Indiase postzegels, waarin zich smoezelige, onwelriekende vellen papier bevinden, volgepend met wiskundige formules. Hardy heeft er geen zin in. Het zal niet de eerste keer zijn dat zijn oordeel wordt gevraagd over de oplossing van het wereldraadsel. Even later kijkt hij nog eens, om het opnieuw weg te leggen, omdat de bewijzen te enen male ontbreken, en wiskunde is bewijskunde. Nog weer later bedenkt hij: wat is waarschijnlijker, dat dit het product is van een geniale oplichter of een wiskundig, zij het wat onhandig, genie? Met zijn collega Littlewood neemt Hardy de papieren alsnog door en ze blijken – uiteraard – briljant. Srinivasa Ramanujan, want zo heette hij, wordt uit Madras naar Oxford gehaald en benoemd tot fellow. Maar dat gaat niet zo makkelijk, want als brahmaan mag hij niet reizen. Uiteindelijk ontvangt zijn moeder in een droom de goedkeuring van de goden. Het eindigt toch nog tragisch. De Indiër wordt voortijdig ingehaald door de tuberculose die hij onder de leden bleek te hebben.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten