18. Vluchtauto + onderduikadres



Ik tippelde soepeltjes binnendoor naar de parkeerkelder, stapte in mijn Jaguar en scheurde de straat uit. Nee, dat zeg ik verkeerd. Ik tippelde binnendoor naar de parkeerkelder, kwam via de alternatieve gang in de wijnkelder uit en stapte met een fles sancerre de keuken binnen, waar ik werd opgewacht door een giebelende want reeds ruimschoots aan de sancerre zittende Enna en Bettina. (Het keffertje liet zichzelf uit in de achtertuin.)
'Je gelooft niet wat er net is gebeurd,' zei ik, het restje van Enna achteroverslaand. Al dat gedoe in mijn bureau had me dorstig gemaakt. Naar alcohol, vooral, dat laatste bastion voor de verdoving zoekende bourgeois.
'God daalde neer op je laptop,' antwoordde Enna, zonder een moment na te denken. 'O nee, je hebt geen laptop, jij doet alles op je telefoon die je niet hebt.'
'Ja, omdat –... bijna. Nog eens?'
'De duivel trekt baantjes in Mastenbroeks zwembad,' probeerde Bettina.
'Fout. Fouter, eigenlijk. Mikkel heeft me gered met die drone van hem.'
Enna joeg een hand door haar haar. 'Is ook een briljante jongeling.' En tegen Bettina: 'Ik wou –'
'Ik kan helaas niet lang blijven,' kwam ik tussenbeide.
Daar had je het al: gehoest op de overloop, gestommel in de gang, beginnend traplopen in het trappenhuis – het openbare trappenhuis – dat onmiskenbaar zijn natuurlijk einde zou krijgen in de keuken, waar het allemaal was begonnen.
'Neem je de Jag?' vroeg Enna.
'Nee, jouw Birò, als je het goedvindt. Kan ik tegen het verkeer in, over de stoep, enzovoorts. In jouw birootje voel ik me een James Bondje.'
Bettina produceerde uit haar handtas een bos sleutels. 'Ik weet niet wat hier allemaal aan de hand is, en hoe jullie huwelijk precies in elkaar zit, maar je bent van harte welkom om even te schuilen in mijn woonboot.'
Dat was het mooie van Bettina, weliswaar reed ze tegen je op als ze praatte, en bleef ze overal waar ze was te lang plakken, maar ze deed ook niet moeilijk over het afstaan van haar heiligdom.
Aan de sleutelhanger bevond zich een doodshoofdje, zag ik, hetgeen niet verbazingwekkend was, want waar zag je tegenwoordig géén doodshoofd? De hele wereld was een doodshoofd geworden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten