7. Conspiracy

En het kind? Het kind werd geboren. Het was een mooi kind. Aan niets viel af te lezen dat het een buitenechtelijk, illegaal, onder gedrogeerde omstandigheden, halfgehandicapt, ongewenst kind was. Het was, zoals dat heet, een thriving baby. Het heette Jikke. Omdat de zuster van de weduwe niet in staat was tot het opvoeden van een baby, nam zij het onder haar hoede. De vrouw die nooit kinderen had gehad, had gewild, had proberen te baren, bloeide op tot de ideale moeder van het neefje dat eigenlijk niet geboren had mogen worden. De geheime vader werd niet gemist. Ze kon het uitstekend in haar eentje af. Werken hoefde ze toch niet; de verkoop van de apotheek, samen met zijn geërfde pensioen, leverde voldoende middelen op om haar leven, dat eigenlijk nu pas zou beginnen, op een aangename wijze te financieren. Iedereen te S. vermoedde wie de vader was, daarvoor hoefde je weinig detective-werk te verrichten, maar niemand sprak erover. Het was een conspiracy of silence die de Friese weduwe uitstekend beviel. Jikke bleek een intelligent, niet te zeggen geniaal kind, maar praten deed hij nauwelijks, niet te zeggen nooit, en toen hij als puber voor het eerst straalbezopen thuiskwam van een zuipkeet, begon de weduwe zich ietwat zorgen te maken.