Deel 18: Het enige dat ik zeker weet is dat morgen nog niet is begonnen.



 'Goed dat je belt. Ik dacht dat je nooit meer zou bellen, bedoel ik niet sarcastisch. Ik heb ook veel te vertellen. Om te beginnen heb ik keelpijn. Wat? Gewoon keelpijn, har-har. Wat bedoel je? O, dat hoorde ik iemand hier doen, toen dacht ik hé, grappig. Dat, of ik heb het in een column van Floortje Smit gelezen. Die bezorgen ze hier ook. Over de hele wereld. Gisteren? Gisteren. Wat heb ik gisteren gedaan? De dagen lijken hier zo op elkaar dat je niet meer weet wat gisteren is en wat vandaag. Het enige dat ik zeker weet is dat morgen nog niet is begonnen. Wanneer heb je me voor het laatst gebeld? God, dat lijkt een eeuw geleden. Heerlijk, ik denk helemaal niet aan 't Bankje. Ik denk überhaupt niet aan banken. Ook niet aan omvallende banken, ik denk zelfs niet aan de puissant rijke cliënt, al hangen overal belangwekkende portretten van 'm. Heeft hij al geïnformeerd naar mij? Mij heeft hij nog niet gebeld. Waarom zou hij ook, de instructies voor alle huishoudelijke apparaten heeft hij keurig netjes erbij gehangen, op gele papiertjes. Wat zou hier mis kunnen gaan. Die overstroming? Lezen jullie daar nu pas iets over? Dat is hier zo passé. Hier spelen hele andere dingen. Moord & doodslag, etc, har-har. Goed ik zal het niet meer doen. Gisteren kwamen de buren op visite. Twee stellen. Spontaan ja. Mooi toch? Waar zie je zoiets nog, spontaniteit? Daarvoor moet je tegenwoordig dus helemaal naar de Côte.'