Creatieve havisten

Genadeloos?

Mijn poging om drie HAVO 4-klassen gisterochtend te verleiden Zalig uiteinde, dat door de sectie Nederlands op hun literatuurlijst was geplaatst, ook daadwerkelijk te  l e z e n , bevatte behalve verwijzingen naar 'literaire rapper' Fresku (tevens uit Eindje), een mini cursus creative writing, bestaande uit deze opdracht: schrijf één zin die a)schaamteloos is; b)genadeloos (niet hetzelfde), c) ironisch en d) origineel, onder het motto 'alles mag'.
De tekst mocht anoniem blijven, en dat was ook wel nodig, want schaamteloos zijn met je naam eronder is toch wat anders dan schaamteloos zijn zonder naam. Als ik de cursus nog eens mag overdoen met gymnasiasten eis ik op zijn minst een pseudoniem. De anonimiteit had ik trouwens gewaarborgd door ze hun tekst op een klein papiertje te laten schrijven, dat op te vouwen en in mijn vrijheidshoed te deponeren.
Dit hele systeem kon ze wel amuseren, en mij ook wel om eerlijk te zijn, en toen ik hun bijdragen aan het eind van de les in willekeurige volgorde voorlas waren de hilarische explosies cq. het geschamper en hoongelach niet van de lucht (ook en vooral bij bovenstaand tekstje).
Niet verwonderlijk hadden de adolescenten het meeste moeite met c) en d), hoewel genadeloosheid moeilijker is dan menigeen denkt. De bijdragen à la '... is kut' hadden de overhand, maar er waren toch ook wel interessante bij. 'Absent gemeld worden terwijl je gewoon aanwezig bent,' bijvoorbeeld.
Leuk, in al zijn eenvoud, vond ik: 'Mijn kat is dood en ik ben blij.'
'Deze lokalen stinken en de wc's mogen schoner.' Die was het origineelst, en indien ironisch: meesterlijk.


Zorgfunctie

Image result for chinees baby bos haar



Maandagochtend, first thing, belt M., mijn 90-jarige vriendin, maar het weekend is net achter de rug en ik heb even geen zin in een zorgfunctie, ik heb zin om egofiel met eigen werk bezig te zijn, dus ik neem niet op. Meteen daarna gaat de telefoon weer, nu een anoniem nummer, en als mijn huis- en kantoorgenoot dat wil wegdrukken – zij heeft  n o g  minder zin in mijn zorgfunctie – wint mijn medemenselijkheid het van mijn egofilie. 'Misschien ligt ze wel te creperen.'
Het OLVG aan de lijn. Ze ligt niet te creperen, integendeel, maar of ik M. wil komen ophalen van de spoedeisende hulp, waar zij vannacht per ambulance heen is gebracht, hoewel er weinig aan de hand was (een terugkerend patroon).
Natuurlijk doe ik dat. Nooit is mijn egofiele bezigheid van groter belang dan dat van een medemens met een hulpvraag.
Bovendien ben ik vergeten hoe de spoedeisende hulp van het OLVG eruit ziet.
'Ik kom eraan als ik mijn koffie op heb.'
Bij de spoedeisende hulp van het OLVG word ik door opmerkelijk opgewekte mensen naar een bed verwezen waarop M. in haar zwartfluwelen leefpak zit te kletsen met een opmerkelijk opgewekte verpleegster.
'Dat is snel!' zegt de laatste.
'We moeten opschieten, want ik verlang naar mijn tweede kopje koffie.'
Ik rijd M. in de rolstoel naar de auto, en laad haar in. 'Koud!' zegt ze. Ze trilt ook, en ademt in van die korte pufjes.
Ik zet klassieke muziek op om M.'s gedachten om te buigen, af te leiden. Afleiding is een van mijn beproefde zorgtechnieken. (Veel meer dan dat kan ik ook niet, trouwens. Het wordt tijd dat ik een EHBO-cursus volg.)
Thuis plant ik haar in haar bedje, dat wel eens verschoond zou mogen worden, denk ik en dat spreek ik ook uit, maar daar ga ik niet over. Bejaarden zonder kinderen zijn at the end of the day aan de goden overgeleverd.
Als ik haar Telegraaf uit de brievenbus heb gevist en haar wijs op een berichtje op de voorpagina: een Chinese baby met een enorme bos haar, kan er toch weer een glimlach vanaf. Haar gebrek aan make up staat haar goed.
'Viktor,' zegt ze ten afscheid, 'zul je af en toe toch nog eens aan me denken en me opbellen om te vragen hoe het met me gaat?'



Stepping out of fear

Image result for el capitan alex honnold













There are, in my mind, some similarities between free soloing and writing fiction. Both should be practised, preferably, in solitude. Other people are at best redundant, and at worst a major distraction. Both require focus, calmness and discipline. Both are completely useless (as in: there is no demand for it, the world is indifferent to it, nobody asked for it). And, here is the most interesting similarity, I think: both the soloist on the big wall and the writer facing the empty page must 'step out of fear' – in the expression of Alex Honnold in Free solo, a documentary about his ascend, without ropes or helpers, of El Capitan, a 900 meter high block of granite in Yosemite Park, California. It took him just short of 4 hours, and although I knew he would make it – I secretly betted my life on it – I felt a pit in my stomach when I saw him trying to traverse the euphemistically called 'Boulder Problem' near the end of the climb by way of the so called 'karate kick' (if he went for the jump, I would have left the movie theatre).
It's not a matter of overcoming fear, Honnold insists. It is a matter of stepping out of it, not letting it get into your consciousness. (It helps that this climber's brain has a amygdala that hardly reacts to anything, as is shown in a MRI-scan, so emotions tend not so much to interfere with his behavior.)
The fear writers of fiction have to deal with is not a mortal fear (except maybe in the case of Salman Rushdie), but a fear of their own demons, deepest insecurities, which may lead to a fear of madness, perhaps (at least in my case).
Free soloists are in search of perfection, actually, their lives depend on it, and in a way, this is true of (true) writers. It is not so much the margin of error (which is of course infinite in the case of writers), but in a way, if a fiction writer is taking his fiction writing seriously, he is fighting himself, just like a climber is fighting himself. Every word is a 'crimp', every sentence a ridge, every chapter a stop on the route to the top.

Robocalyps

Image result for robots artist

De vraag is niet of de robots het gaan overnemen maar of ze het winnen van de Chinezen en of het verschil te merken zal zijn.
Leven we in de Eindtijd – een andere dan die de christenen voor ogen hadden, maar toch met hetzelfde resultaat, namelijk dat we ten dode zijn opgeschreven, dan wel overgeleverd aan machines die ons kapot zullen maken, of, dit lijkt waarschijnlijker, ons langzaam zullen laten verpieteren?
Of wordt de Eindtijd een Begintijd als de robots de planeet redden of andere planeten voor Chinezen te bouwen of bewoonbaar te maken?
Ik werd weer eens ontroerd door de Informaticus, die, min of meer uit het niets zei: 'Pap, ik denk dat het zo gaat: eerst gaat het helemaal mis met die robots, ze richten een slachting aan. Een massamoord. Vervolgens worden ze getweaked en gefinetuned, en dan kunnen we ze weer voor ons grotere heil inzetten.'
Hij zei het natuurlijk anders, niet in deze bewoordingen, de bewoordingen zijn van mij, de vader, de robotvrezende vader, die nog gelooft in boeken en typmachines.
Het woord massamoord gebruikte hij wel, maar ik denk niet dat hij daarmee een massamoord van holocaustachtige proporties bedoelde. Meer enkele tientallen slachtoffers of daaromtrent.
We zullen zien. Dat wil zeggen: hij en zijn Chinese vrienden zullen het zien. Ik denk niet dat ik het nog ga meemaken. Dat heeft ook wel weer iets geruststellends, voor alle betrokkenen.

Brief aan mijn aambei

Image result for rosebud painting abstract
Oksana Tanasiv


'Leuk' dat je er weer bent, dat was toch wel een tijdje geleden, dat we elkaar 'zagen'; dat wil zeggen, ik zie je niet (tenzij ik een anale selfie zou maken, waar ik nu geen zin in heb), ik  v o e l   je alleen, en niet zo'n beetje. Je bent weer 'lekker' aanwezig. De vraag die mij bezighoudt is wel, wanneer ga je weer weg. Neem dit alsjeblieft niet persoonlijk. Het gaat me niet om jou als zodanig, meer om jouw soort, de subcategorie van bloedvatuitstulpingen op krappe plekken. Nu zou je me kunnen betichten van, ja, van wat eigenlijk, nou ja, zoek maar uit, verzin maar iets, er is vast wel iets dat eindigt op -isme waar ik me aan schuldig maak, uitstulpisme, het wordt langzamerhand lastig zo niet onmogelijk om een uitspraak te doen waar niemand aan zich aan stoort, waar niemand zich gekwetst door zou kunnen voelen en die toch iets betekent, meer dan een tautologie als 'druk leidt tot uitstulping'. Ik heb het idee, maar corrigeer me als ik verkeerd zit, dat je dit keer wat feller de kop op steekt dan normaal, alsof je een punt wilt maken, alsof je me wilt wijzen op iets dat ik zelf over het hoofd heb gezien. Als dat zo is, geachte aambei, wat? Kun je specifieker zijn? Nee, natuurlijk. Je speelt je spel in stilte, achter mijn rug om, veilig uit het zicht. Wat dat betreft ben je een prachtig voorbeeld van passieve agressie. Gefeliciteerd daarmee. Tot zelden in de toekomst,

Je gastheer

Non, il probablement ne regrette rien

Marvel Harris

Zonder het te weten is Marvel Harris bezig te veranderen in een oude vriend van mij zoals ik hem mij herinner van veertig jaar geleden of daaromtrent. De overeenkomst is opmerkelijk. Nu was die vriend van mij van veertig jaar geleden, J., al enigszins androgyn, zoals wij allemaal androgyn waren destijds, – ja, waar is onze androgynie gebleven? – maar hij was toch echt wel een jongen, dat weet ik zeker, dat heb ik gecheckt. Meer een jongen dan ik, zelfs. Zo had hij eerder de baard in de keel, eerder 'haartjes' en eerder spierballen en wat dies meer zij. Ik weet niet hoever Marvel is met haar transitie, of moet ik zeggen zijn transitie, maar ik vraag me met terugwerkende kracht af of ik me destijds had kunnen voorstellen dat vriend J. transgender was, of genderdysforisch of iets dergelijks. Ik kan het me nu wel voorstellen, maar kon ik het me toen voorstellen? Wist ik ervan af? Misschien een vaag besef. Wat als J., de vriend van toen, sinds ik hem niet meer gezien heb, bezig is een transitie de andere kant op? Dan zijn de genders weer in evenwicht. Er zijn ook transgenders met spijt, wist mijn moeder me te vertellen. Dit had ze gelezen. Dat er transgenders zijn met spijt wil ik best geloven. Van iedere beslissing kun je spijt hebben, dus ook van een sex change, alleen lijkt me het rechtzetten hiervan iets bewerkelijker. Zoals je laser shops hebt om tattoeages weg te werken, krijg je straks sex shops om je sex change terug te draaien. Met de groeten uit Nashville. Maar Marvel ziet er niet uit dat hij spijt heeft. Integendeel. Gelukkig maar.

Dierindrukken opgedaan op het Friese platteland

Bruno Pontiroli
Bruno Pontiroli

Een haas die rent voor zijn leven terwijl hij achterna wordt gezeten door een middelgrote jachthond. Ik had nog nooit een haas zo hard zien rennen, herstel: ik had nog nooit een haas zien rennen, en begrijp nu waar de uitdrukkingen hoe de hazen lopen, het hazepad kiezen en zo bang zijn als een haas vandaan komen. Waarom bleef haas alsmaar volledig in het zicht van zijn belager, die op pakweg dertig meter volgde? Pas op het allerlaatst dook hij wijselijk het riet in naast de sloot. De jachthond hield het niet droog.
Een rat gevangen in een val. Een ex-rat, om precies te zijn. Een rat die is opgehouden te bestaan. Een rat op bezoek bij zijn schepper.
Een kreupele koe, net volautomatisch gemolken in de lokale melkveehouderij, probeert haar weg te vinden door de stalen poortjes naar de jeukmachine (niet ongelijk de borstels in een autowasstraat), waar zij zich de streling zonder emotie laat welgevallen. In het voorbijgaan had ze naar mij, stadse pottenkijker, omhoog gekeken en haar niet onwelriekende adem gewasemd. Misschien wordt het tijd ook zuivel te vermijden.

Doodsobsessie (toch weer)

Trevor Chowning: Damien Hearse

'Mamma, ik hou zoveel van je dat ik niet kan wachten dat je doodgaat.'
Het jaar is nog niet begonnen of we worden alweer geconfronteerd met de levensvreugde van de vijfjarige, die zich niet zelden uit in doodsverlangen. Hierin toont zij zich een vroege romantica.
Ze kan gemeen zijn. Zoals wanneer de negenjarige de hele ochtend op zijn vriendje wacht, en zij tegen hem zegt: 'Hij komt niet. Hij is dood.'
Sinds kort speelt ze ook met liefde. Op geraffineerde manier, nu al. Zo heeft ze al meerdere keren verklaard aan haar moeder, dat ze, nou, ja, ze vindt het heel vervelend te moeten zeggen, maar het is niet anders, ietsiepietsie klein beetje meer van pappa houdt dan van mamma. 'Heel klein beetje meer!'
De moeder begrijpt dat wel, deed vroeger hetzelfde, en misschien nog steeds, zonder het met zoveel woorden te zeggen. Iets uitspreken is meer dan alleen iets uitspreken. Iets uitspreken, John Searle wist het al, is een handeling. Een daad.
Ik krijg ook te pas en te onpas kusjes, op allerlei plaatsen. Ze weet mij daarmee in te palmen, te verleiden – om dingen gedaan te krijgen.
Van de week probeerde ik 'een beetje' te werken – proberen te werken tijdens een kindervakantie is proberen een ei te bakken op een landmijn – en toen ik haar niet snel genoeg mijn aandacht schonk, zei ze: 'Als je nu niet komt, vind ik jou niet meer liever dan mamma.'
Ziehier het gevolg van haar liefdesobsessie: de Totale Fysieke en Psychische Confiscatie van het Object Harer Liefde.
Je zou haar  b i j n a  dood wensen.

Het tragische lot van Matthieu Smakman



Dat had de titel kunnen zijn van een novelle van, ik noem maar iemand: – nee, laat ik dat niet doen, maar het zou wel degelijk de titel van een novelle kunnen zijn. En niet alleen dat, het zou een waar gebeurde novelle kunnen zijn, maar dan heet zoiets geloof ik een long read.
Van het bestaan van Matthieu Smakman was ik tot een paar dagen geleden niet op de hoogte, maar toen iemand zijn naam noemde en ik begon te googelen, vond ik het moeilijk om op te houden met googelen. De feiten zijn gauw opgesomd: gezette vijftiger met onblusbare ambitie en dito can do mentaliteit keert terug uit Frankrijk (waar hij eerder, zoals door het programma Ik vertrek vastgelegd, in Normandië met vrouw en kinderen een landgoed had opgeketst) om een zelfvoorzienende 'kolonie' te stichten op een tochtig stuk boerenland nabij Purmerend. Dit mislukt, zoals vastgelegd door Frans Bromet, maar Smakman strijkt neer in Exloo om daar een whiskey-stokerij op te zetten (onder de beroerde merknaam Turv). In het laatste shot van Bromet zien we Smakman met volle jezus-baard, een kleine ingreep die hem in een totaal ander mens omtovert. Flash forward naar 2017: Smakmans stokerij, alsmede zijn boerderij die te koop stond, brandt tot de grond toe af. Vrouw en kinderen zijn gevlucht, maar, zo blijkt later, de tragicus zelf is bij de brand omgekomen. Wat is gebeurd? Wat dreef Smakman? Heeft deze voormalige 'slager van het jaar' zichzelf in de vernieling gedraaid, of hebben de vijanden die hij in de loop der jaren had verzameld dat gedaan? Een intrigerend personage.

Vier diners



Het eerste diner zal de geschiedenis ingaan als het diner waarop ik, al kauwende, besefte dat ik het lot uit de loterij aan het vermalen was: de amandel die verstopt zat in het Noorse toetje. Geen bewijs, geen prijs.
Het tweede diner zal herinnerd worden, althans door mij, en misschien alleen maar omdat ik er hier over schrijf, als het diner waarop ik mijn eigen keuken uit werd gejaagd door mijn Gesprekspartner sinds '83, die ik niet alleen had uitgenodigd om te komen eten, maar tevens om te komen koken. Be careful what you wish for. Overigens kan hij veel beter koken, dus was het niet meer dan terecht, maar toch. Onze cultuur is een eercultuur: waar zouden we ons anders druk over moeten maken?
Het derde diner, ook wel het tweede familiediner – ach ja, dat moest er ook nog komen; natuurlijk, nee zeggen zou flauw zijn, onnodig grievend, en uiteindelijk was het ook toch gezellig? Jawel, samenleven is gezelligheid opzoeken, afdwingen, organiseren (ook al kun je, zoals ik, nog zo blijven hameren op het belang van ongezelligheid) – herinner ik me als het diner waarop Gesproken Werd. Door mijzelf zelfs, tot mijn eigen verbazing, toch wel, terwijl ik Eigenlijk Niets te Zeggen had. Aardig lastig om dat met zoveel woorden te verbergen.
Het vierde diner was als het laatste avondmaal, maar dan met kinderen, die aan hun eigen disje zaten (dat dan wel weer; de maatschappelijke hegemonie van het kind mag dan onafwendbaar zijn, dat wil niet zeggen dat kinderen niet, zoals vroeger bij mijn tante thuis, apart kunnen en mogen tafelen). Noem het apartheid nieuwe stijl.
En nu vasten.