Ongelegen
Hoe komt dat plantje hier? Daar weet ik niks van, en in het boek staat ook niks... Ik lag diep te slapen – denk ik, want van dat slapen was ik me niet bewust, alleen van het wakker worden, geloof ik – toen er aangebeld werd. Ik opende mijn ogen. Wie kon dat nou weer zijn? Wie belde op dit onmogelijke uur? Iedereen die mijn dagritme ook maar enigszins kent, die ook maar een heel klein beetje op de hoogte is van mijn status, weet dat ik op dit uur slaap en dus niet gestoord wens te worden. Het was pikdonker in mijn kamer, (hetgeen niet verwonderlijk was, want ik herinnerde me zelf de dikke gordijnen te hebben dichtgetrokken), op een spleet licht na. Ik werkte mezelf uit bed. Gelukkig had ik wat kleren aan. Niet mijn meest representatieve outfit, maar ik verwachtte dan ook niemand. Ik schuifelde naar de deur en opende deze. Er stond een man voor mijn neus die me vaag bekend voorkwam. Hij had twee kinderen bij zich, een ervan droeg een fel gekleurde jas die mijn aandacht trok. 'Dag tante,' zei de man. 'Komen we gelegen?' De vraag stellen was hem ontkennend beantwoorden, maar ik manoeuvreerde mijn gezicht in een beleefde plooi, terwijl ik hen binnenliet. Hij trok meteen de gordijnen open ging thee zetten. De jongen met de felle jas nam plaats in mijn bureaustoel en giechelde om mijn verstrooidheid, wat mij weer deed giechelen. Knipperend met mijn ogen, en voorzichtig proberend met mijn lippen, nipte ik van de hete thee. Ik wou dat ze weggingen, die lui, en dat deden ze eindelijk ook. Hij hielp me terug in bed, sloot de gordijnen en was weer verdwenen.
Stoten
Met mijn gymnasiast stel ik voor te gaan biljarten. Dat lijkt hem wel wat. 'Poolen, toch?' Ja, poolen, verzeker ik hem.
Ik denk terug aan de jaren dat ik biljartte met A. in rokerige café's in de achtergebleven gebieden toen ik zo oud was als mijn zoon nu. Nee, zo treurig als bij Dimitri Verhulst waren die café's niet, maar toch treurig genoeg, hoewel je daar als jonge biljarter weinig van meekrijgt. Dat biljarten was eigenlijk te hoog gegrepen voor pubers als wij. We deden maar wat. Urenlang moeten we om de tafel hebben gelopen in ijdele afwachting an een combinatie.
Het poolen in het poolcentrum gaat me na een stroeve start verrassend goed af. Mijn ballen laten zich maar wat graag in gaten stoten en de witte gaat zelden mee.
Mijn gymnasiast heeft minder ervaring, zijn keu beweegt nog wat stroef, maar ik weet niet of hij op mijn adviezen zit te wachten.
Ik denk terug aan de jaren dat ik biljartte met A. in rokerige café's in de achtergebleven gebieden toen ik zo oud was als mijn zoon nu. Nee, zo treurig als bij Dimitri Verhulst waren die café's niet, maar toch treurig genoeg, hoewel je daar als jonge biljarter weinig van meekrijgt. Dat biljarten was eigenlijk te hoog gegrepen voor pubers als wij. We deden maar wat. Urenlang moeten we om de tafel hebben gelopen in ijdele afwachting an een combinatie.
Het poolen in het poolcentrum gaat me na een stroeve start verrassend goed af. Mijn ballen laten zich maar wat graag in gaten stoten en de witte gaat zelden mee.
Mijn gymnasiast heeft minder ervaring, zijn keu beweegt nog wat stroef, maar ik weet niet of hij op mijn adviezen zit te wachten.
'Alleen glijhoudingen toegestaan die zijn gecomminiceerd.'
Maandagochtend in het De Mirandabad. Dit zijn niet mijn favoriete coördinaten, maar verzin maar eens betere voor een zevenjarige met vakantie. Alleen al de opwinding vooraf – we gaan zwemmen en we mogen de driejarige er niets over vertellen anders wil ze mee – is... ontroerend. Bij aankomst blijkt alles weer eens mede te vallen. De zevenjarige vindt zelf zijn weg in het nog vrijwel lege zwembad; ik mag van hem op een plastic terrasstoel een boek lezen. Om niet helemaal een afwezige vader te zijn, gaan we samen de familie-glijbaan af, een brede la die steil maar niet te steil, een halve meter of wat boven het bassin eindigt. Op een bord lees ik: 'Alleen glijhoudingen toegestaan die zijn gecomminiceerd.' De glijhouding waarbij de vader op de buik met de kop naar beneden naar beneden glijdt is niet toegestaan (want niet gecomminiceerd). 'Dat mag niet, pap,' wijst mijn zevenjarige mij terecht, maar de toeziend badmeesteres, die in een Russisch kuuroord niet zou misstaan, heeft denkelijk nog geen zin om in te grijpen.
Bericht van de cramping I: 'Je weet dat je fout zit.'
We hebben een nieuw plekje op de cramping. Dat plekje is kleiner, maar, zo leg ik uit aan belangstellenden, het biedt meer privacy. Verlangen naar privacy op de cramping is zoiets als verlangen naar de Noordpool in de tropen, maar je moet wat. Het probleem met je plekje afbakenen middels manshoge hekken, is dat de privacy weliswaar toeneemt, maar de vijandigheid ook. Dus onze nieuwe buurvrouw had al een opmerking over ons hek gemaakt – met een tamelijk goed argument bovendien: 'Als je dat hek weghaalt hebben we allebei een halve meter meer grond.'
Bij de pingpong-tafel had ik alweer mijn eerste woordenwisseling te pakken, nadat ik de aldaar pongende kindjes, na een poosje te hebben gewacht, vriendelijk had verzocht of ik even met mijn mijn zevenjarige een paar ballen mocht slaan. Dat mocht. Een ongeschoren figuur, die net met een pakje sigaretten aan kwam sloffen, sprak er op luide toon zijn afkeuring over uit. 'Jij jaagt gewoon die kinderen weg, man! Dat kan toch niet! En je wéét dat je fout zit. O, o, o.' Gelukkig kreeg hij de aanwezige afwassers niet mee in zijn verontwaardiging. Wordt nog een leuk seizoen, dit.
Bij de pingpong-tafel had ik alweer mijn eerste woordenwisseling te pakken, nadat ik de aldaar pongende kindjes, na een poosje te hebben gewacht, vriendelijk had verzocht of ik even met mijn mijn zevenjarige een paar ballen mocht slaan. Dat mocht. Een ongeschoren figuur, die net met een pakje sigaretten aan kwam sloffen, sprak er op luide toon zijn afkeuring over uit. 'Jij jaagt gewoon die kinderen weg, man! Dat kan toch niet! En je wéét dat je fout zit. O, o, o.' Gelukkig kreeg hij de aanwezige afwassers niet mee in zijn verontwaardiging. Wordt nog een leuk seizoen, dit.
Brullen
De koning en ik zijn even oud. Al jaren, eigenlijk. Maar nu zijn we eindelijk geleveld. We waren lang geleden al eens bijna geleveld, toen we beiden op het punt stonden – hij iets meer dan ik –, om naar het Atlantic College te gaan. Hij ging. Ik bleef thuis. De rest is geschiedenis.
Maar nu is hij tragisch geworden (ik was het al). Een tragische held? Dat moet nog blijken, maar tragisch in elk geval.
De koning, vertelde de buurvrouw geïmpressioneerd, heeft in zijn interview 'twee keer bijna gehuild'. Jammer van dat bijna. Hij had moeten brullen, de koning. Hij had zijn hele hofhouding, met zijn moeder (de tragische prinses) erbij, en zijn vrouw (ook een klein beetje tragisch) en dochters, bij elkaar moeten brullen. Het hele land. Dat was op zijn plaats geweest. Het volk apprecieert zoiets; we leven in een emo-cratie. Als Obama een paar camera-ready tranen kan plengen om gun violence, dan moet onze koning – mijn koning – er toch toe in staat zijn te brullen om Nederland, om de wereld, om alles?
Ik adviseer hem in deze gaarne.
Maar nu is hij tragisch geworden (ik was het al). Een tragische held? Dat moet nog blijken, maar tragisch in elk geval.
De koning, vertelde de buurvrouw geïmpressioneerd, heeft in zijn interview 'twee keer bijna gehuild'. Jammer van dat bijna. Hij had moeten brullen, de koning. Hij had zijn hele hofhouding, met zijn moeder (de tragische prinses) erbij, en zijn vrouw (ook een klein beetje tragisch) en dochters, bij elkaar moeten brullen. Het hele land. Dat was op zijn plaats geweest. Het volk apprecieert zoiets; we leven in een emo-cratie. Als Obama een paar camera-ready tranen kan plengen om gun violence, dan moet onze koning – mijn koning – er toch toe in staat zijn te brullen om Nederland, om de wereld, om alles?
Ik adviseer hem in deze gaarne.
'Verveeld'
We wilden met zijn tweeën weg. Eerst dachten we Antwerpen. Dat bleek vol te zitten. Toen werd het Gent. Maar op weg naar Gent dachten we waarom niet Maastricht? Minder ver, meer stad, en wat zou het, als je in bad zit? In Maastricht aangekomen stuitten we op 'hippe tentjes', en vonden we ook nog een 'heel leuk hotelletje' tegen een 'alleszins redelijke prijs' – met bad. Maar 's avonds, in een – alweer 'bijzonder sfeervol eetcafé' – aan het eind van de met asperges overladen dis, vroeg lieftallige ineens: 'Verveel je je?'
Ik: 'Hoezo?'
Zij: 'Je kijkt zo verveeld. Je doet zo verveeld. Je zit er zo verveeld bij.'
Ik: 'Hoezo? Ik zit gewoon een beetje uit te buiken.' Nu was het wel waar, dat ik nogal onderuitgezakt in mijn stoel hing, met een stukje plastic speelde, en al een tijdje niets gezegd had. Maar als ik zwijg, is dat wel zo rustig. Ook voor mezelf, trouwens.
Zij: 'Je bent snel verveeld.'
Ik: 'Dat wel, geloof ik. Maar jij bent ongeduldig. Misschien komt het op hetzelfde neer.'
In die argumentatie wenste zij niet mee te gaan. Ze was ervan overtuigd dat ik was verveeld, dus de avond was verpest. Daar veranderde ook een wandelingetje langs de Maas niets meer aan.
De volgende ochtend bij de koffie op het 'mooiste terras van Nederland' was alles weer koek en ei, en dat kon ook moeilijk anders.
Ik: 'Hoezo?'
Zij: 'Je kijkt zo verveeld. Je doet zo verveeld. Je zit er zo verveeld bij.'
Ik: 'Hoezo? Ik zit gewoon een beetje uit te buiken.' Nu was het wel waar, dat ik nogal onderuitgezakt in mijn stoel hing, met een stukje plastic speelde, en al een tijdje niets gezegd had. Maar als ik zwijg, is dat wel zo rustig. Ook voor mezelf, trouwens.
Zij: 'Je bent snel verveeld.'
Ik: 'Dat wel, geloof ik. Maar jij bent ongeduldig. Misschien komt het op hetzelfde neer.'
In die argumentatie wenste zij niet mee te gaan. Ze was ervan overtuigd dat ik was verveeld, dus de avond was verpest. Daar veranderde ook een wandelingetje langs de Maas niets meer aan.
De volgende ochtend bij de koffie op het 'mooiste terras van Nederland' was alles weer koek en ei, en dat kon ook moeilijk anders.
Cougar
'Wat vind je van die Franse verkiezingen?' vraag ik aan mijn moeder over de telefoon. Zij moet er toch een mening over hebben, zou je denken, als francofiel en soort van française. Maar wat moet je ervan denken? Die Macron had nog nooit iemand van gehoord, en Marine le Pen en haar Front wil je liefst zo snel mogelijk vergeten, als een slechte ervaring bij een goed restaurant.
Ik weet ook niks over Macron, behalve dat hij een econoom is, noch links noch rechts is (hetgeen me een sine qua non lijkt voor een econoom), en een vrouw heeft die twintig jaar ouder is – maak daarvan vijfentwintig jaar. Hij is 39, zij 64.
'O, dat lijkt me ook wel wat,' zegt mijn moeder, 'zo'n veel jongere geliefde. Dat houd je scherp. Nu zit ik in de mantelzorg.'
'Ja, als je cougar was geweest,' kan ik niet nalaten tegen te werpen, 'zat je geliefde in de mantelzorg. Vroeg of laat zit de een of de ander in de mantelzorg.'
Ik weet ook niks over Macron, behalve dat hij een econoom is, noch links noch rechts is (hetgeen me een sine qua non lijkt voor een econoom), en een vrouw heeft die twintig jaar ouder is – maak daarvan vijfentwintig jaar. Hij is 39, zij 64.
'O, dat lijkt me ook wel wat,' zegt mijn moeder, 'zo'n veel jongere geliefde. Dat houd je scherp. Nu zit ik in de mantelzorg.'
'Ja, als je cougar was geweest,' kan ik niet nalaten tegen te werpen, 'zat je geliefde in de mantelzorg. Vroeg of laat zit de een of de ander in de mantelzorg.'
Project Kansloos
'De doden hebben het goed voor mekaar,' verzuchtte ik.
'Hoezo dat dan?' wilde lieftallige weten.
'Die hoeven niet te leven.'
Reden voor mijn moedeloosheid was het project dat ik onderhanden had genomen: het vervangen van de vertiefte spiegeldeurtjes van het badkamerkastje. Het demonteren was tot daaraan toe, maar toen ik al te voortvarend met mijn zojuist aangeschafte glassnijder te keer ging in het door mijn schoonouders royaal ter beschikking gestelde spiegelglas, ging de boel aan diggelen. Symbolisch?
Kan wezen, maar ik moest naar de Jamma voor nieuwe spiegels. Thuis maakte ik met een glasboor (waarvan ik het bestaan tot dan toe niet afwist, maar ik het met terugwerkende kracht wel kon vermoeden) een gaatje van 5 mm voor het kastdeurknopje.
Pang! daar barstte de spiegel van het linkerdeurtje, die ik tot mijn eigen verbazing zo mooi op maat had weten te snijden. Ik vloek niet vaak, maar hier was het terecht. Ik besloot de Jamma te ontwijken, en deze barst te accepteren. (Leven is barsten accepteren.) Ik begon de barst zelfs charmant te vinden, jeugdig, inspirerend.
Een nieuwe vloekpartij galmde door de badkamer toen bij de montage bleek dat ik een van de deurknopjes diametraal verkeerd had gesitueerd: rechtsboven in plaats van linksonder.
Dit foutieve, nutteloze kastdeurknopje zou de gebruiker van de spiegel steeds opnieuw herinneren aan de onhandigheid van de monteur.
Soit!
Pas toen de spiegel van het andere deurtje ook barstte tijdens het, tot nieuwe vloekpartijen aanleiding gevende vastschroeven, kon niet langer van een doe het zelf klus, maar alleen nog van een not so ready made kunstwerk worden gesproken.
De vraag die mij alleen nog bezighield was hoeveel stomende douchebeurten de lijm aan zou kunnen, waarmee de spiegels aan de deurtjes waren bevestigd. De tijd gaf hier uitkomst.
'Dit k a n jij gewoon niet!' luidde het lieftallige commentaar toen ik haar had uitgenodigd een kijkje te komen nemen. 'Dat is niet erg, maar d o e het dan ook niet!'
'Hoezo dat dan?' wilde lieftallige weten.
'Die hoeven niet te leven.'
Reden voor mijn moedeloosheid was het project dat ik onderhanden had genomen: het vervangen van de vertiefte spiegeldeurtjes van het badkamerkastje. Het demonteren was tot daaraan toe, maar toen ik al te voortvarend met mijn zojuist aangeschafte glassnijder te keer ging in het door mijn schoonouders royaal ter beschikking gestelde spiegelglas, ging de boel aan diggelen. Symbolisch?
Kan wezen, maar ik moest naar de Jamma voor nieuwe spiegels. Thuis maakte ik met een glasboor (waarvan ik het bestaan tot dan toe niet afwist, maar ik het met terugwerkende kracht wel kon vermoeden) een gaatje van 5 mm voor het kastdeurknopje.
Pang! daar barstte de spiegel van het linkerdeurtje, die ik tot mijn eigen verbazing zo mooi op maat had weten te snijden. Ik vloek niet vaak, maar hier was het terecht. Ik besloot de Jamma te ontwijken, en deze barst te accepteren. (Leven is barsten accepteren.) Ik begon de barst zelfs charmant te vinden, jeugdig, inspirerend.
Een nieuwe vloekpartij galmde door de badkamer toen bij de montage bleek dat ik een van de deurknopjes diametraal verkeerd had gesitueerd: rechtsboven in plaats van linksonder.
Dit foutieve, nutteloze kastdeurknopje zou de gebruiker van de spiegel steeds opnieuw herinneren aan de onhandigheid van de monteur.
Soit!
Pas toen de spiegel van het andere deurtje ook barstte tijdens het, tot nieuwe vloekpartijen aanleiding gevende vastschroeven, kon niet langer van een doe het zelf klus, maar alleen nog van een not so ready made kunstwerk worden gesproken.
De vraag die mij alleen nog bezighield was hoeveel stomende douchebeurten de lijm aan zou kunnen, waarmee de spiegels aan de deurtjes waren bevestigd. De tijd gaf hier uitkomst.
'Dit k a n jij gewoon niet!' luidde het lieftallige commentaar toen ik haar had uitgenodigd een kijkje te komen nemen. 'Dat is niet erg, maar d o e het dan ook niet!'
Bestelling
Als schrijver kom ik graag bij de mensen thuis. Een bestelling van DVEP via mijn webshop bracht me naar Eyckestein, Amstelveen – 38 minuten fietsen. Googlemaps stuurde me dwars door het Amsterdamse Bos; ik ontdekte delen, waar je je nog helemaal alleen kan wanen. (Niet iedereen is daarnaar op zoek.) Ik fantaseerde over de vrouw die mijn boek had besteld – woonde ze in een villa? Had ze kleren aan? – de wedergeboorte, kortom, van Eduard P. Restante. Alsof de duivel ermee speelde bereikte ik mijn doel, een vreugdeloos flatgebouw, tegelijk met de postbezorger van dienst. Ik zei niks. Hij had oortjes. Tijdens de lift naar boven dacht ik: ze trekt me naar binnen en slaat me dood met een tosti-ijzer. Of ze dwingt me mijn boek voor te lezen en elke voorgelezen bladzijde op te eten. Maar niets van dat alles. Ik kreeg cola, zij rookte een sigaret. Mijn aandacht werd getrokken door een stoffige sanseveria in de vensterbank, met roze punten.
Dialoog
Sport verbroedert, hoewel slechts ten dele en op onvermoede manieren. Vanochtend zat ik op een bank in de zon op de voetbalclub naast de vader van, zo bleek, de topscorer van de tegenpartij van mijn zevenjarige. De man droeg een casual jasje, had een pleister om zijn vinger en een soul patch onder zijn onderlip. Als u hieruit afleidt dat hij een Nederlander is met een migratie-achtergrond, dan heeft u goed gegokt. Ik gokte verkeerd door een gesprek aan te knopen met: 'En, voor Erdogan gestemd?'
'Ik ben van Marokkaanse afkomst,' antwoordde de man, terwijl hij ging staan om het eerste doelpunt van zijn zoon te bejubelen.
Ik putte me uit in excuses over mijn blunder, maar hij wuifde die weg, en begon aan een mini-college over het Ottomaanse rijk, dat damals strekte tot aan Marokko, en daarna over het Moorse rijk, dat zo'n beetje de hele Maghreb besloeg en nog tot in de middeleeuwen de baas mocht spelen over de Spanjaarden. 'Daaruit is het huidige Marokko ontstaan,' vatte hij vergenoegd samen.
Stiekem hoopte ik dat hij geen moslim was. Maar hij was wel moslim, zij het een verlicht moslim, werd hij niet moe uit te leggen.
Ik wilde hem geloven.
'Bent u christen?' vroeg hij mij. Ik antwoordde dat het weinig zin had te ontkennen dat ik dat was, dat de vraag of ik wel of niet gelovig ben, er nauwelijks toe doet, omdat ik de normen en waarden van de christelijke cultuur alleen al door mijn opvoeding heb geïnternaliseerd. Dat antwoord beviel hem.
Toen zijn zoon drie keer had gescoord, en zijn team onverslaanbaar bleek, stond hij op en zei: 'Mooi, nu kan ik koffie halen.' Hij bood niet aan ook voor mij te halen. Ik vroeg me af of dit een kwestie was van opvoeding, cultuur, karakter of toeval.
'Ik ben van Marokkaanse afkomst,' antwoordde de man, terwijl hij ging staan om het eerste doelpunt van zijn zoon te bejubelen.
Ik putte me uit in excuses over mijn blunder, maar hij wuifde die weg, en begon aan een mini-college over het Ottomaanse rijk, dat damals strekte tot aan Marokko, en daarna over het Moorse rijk, dat zo'n beetje de hele Maghreb besloeg en nog tot in de middeleeuwen de baas mocht spelen over de Spanjaarden. 'Daaruit is het huidige Marokko ontstaan,' vatte hij vergenoegd samen.
Stiekem hoopte ik dat hij geen moslim was. Maar hij was wel moslim, zij het een verlicht moslim, werd hij niet moe uit te leggen.
Ik wilde hem geloven.
'Bent u christen?' vroeg hij mij. Ik antwoordde dat het weinig zin had te ontkennen dat ik dat was, dat de vraag of ik wel of niet gelovig ben, er nauwelijks toe doet, omdat ik de normen en waarden van de christelijke cultuur alleen al door mijn opvoeding heb geïnternaliseerd. Dat antwoord beviel hem.
Toen zijn zoon drie keer had gescoord, en zijn team onverslaanbaar bleek, stond hij op en zei: 'Mooi, nu kan ik koffie halen.' Hij bood niet aan ook voor mij te halen. Ik vroeg me af of dit een kwestie was van opvoeding, cultuur, karakter of toeval.
Abonneren op:
Posts (Atom)