Onbekendegracht (II)

Mijn moeder en mijn zus zijn in aantocht.
Er ging druk berichtenverkeer aan vooraf.
Ze komen op de thee. Mijn vrouw kocht cake.


Mijn advies om links om Carré heen te lopen

Omdat de loopbrug over de Onbekendegracht

Zeer instabiel is verklaard wordt niet opgevolgd.


Bij de loopbrug aangekomen wil mijn moeder

Er natuurlijk toch overheen, verbodsbord of niet,

Want ja, hoezo instabiel en wie bepaalt dat.


Ik zie haar al, achter in de tachtig, tongpunt tussen de lippen,

Regenhoedje scheef op het hoofd, over het hek klimmen,

Terwijl mijn zus haar probeert naar beneden te trekken.


Het hek valt om. De brug stort in. Mijn moeder en mijn zus

Raken te water. Een eenzame zwaan schiet te hulp.

Nee, zo gaat het niet, zo gaat het nooit.


Mijn vrouw ziet hoe onze dochter op schoot kruipt bij mijn zus.

Ik plof naast mijn moeder op de bank, sla een arm om haar heen

En aai haar over haar stevige, witte haar.