Huishouden

Het een mist een waterkoker,

Het ander een theepot.


Bij het een klemt de bestekla,


Bij het ander tel ik vier vorken.



De rijke heeft alles behalve


een uitklopbak en een spatel.


De arme stapelt bewaardozen


edoch ontbeert een beslagkom.



Logeren is een vak, jouw huis infiltreren een feest.


Elk huishouden vertoont strakke zwakke plekken.


Als parasiet merk ik ze op zonder ze te fixen.


Toon mij je vaat en ik zeg je waar de breuklijn loopt.