Werkoverleg in de buurtkroeg

Werkoverleg in de buurtkroeg, die, o gunstige voorzienigheid, op een steenworp van mijn woonhuis is gelegen. Het valt me nu pas op, nippend aan mijn cappuccino – die slechter had gekund –, dat de twee klokken die hier aan de muur hangen een kwartier voorlopen. Wat zou daar de gedachte achter zijn? Is dit om zatlappen eerder naar huis te kunnen sturen? Voor het eerst zit er een man namens de OR bij het werkoverleg. Hij lijkt op meneer Foppe, heeft een paraplu bij zich, en zijn schoudertas is gemaakt van oude postzakken. Hij wil dat het zo snel mogelijk over het zomerdal gaat, want dan kan hij daarna meteen weg; hij heeft nog meer afspraken, vandaar. Waarom dat zomerdal zo belangrijk voor hem is wordt niet duidelijk. Het is altijd hetzelfde liedje, namelijk dat er 10 à 20 % van het volume afgaat (de vakantiepost compenseert in geen geval het gebrek aan bedrijfscommunicaties) en wij er dus een wijk bij krijgen om toch aan onze contracturen te komen. De teamleider tevens voorzitter van de vergadering is weer wijdlopig vandaag en uit zich in verrukkelijke vergadertautologiën als 'iedereen die afwezig is, is er niet', 'deze vraag die ook geldt als mededeling' en 'het verzoek dit gelieve in te vullen' . Ik klaag niet. Dit werkoverleg wordt in klinkende munt betaald, en voor geld doe ik – bijna – alles.