Van lopende subsidie-aanvragen kan een mens niet eten.

Niet voor het eerst zit ik weer eens helemaal zonder geld. Alleen door alle laatjes te doorzoeken, alle zakken te legen, en alle schaaltjes om te keren, ben ik in staat om mijn (bescheiden, heus!) boodschappen te bekostigen. Ik ben ontroerd, maar daarna ook wat verontrust, als mijn zevenjarige mij spontaan zijn spaarcenten aanbiedt. Weliswaar om een notenschriftje (sic) bij mij te bestellen, maar toch. Als hij mij dezelfde munten later in de winkel ziet uitgeven, roept hij: 'Dat zijn toch niet de munten die ik je heb gegeven voor het notenschriftje?'
'Maak je geen zorgen,' zeg ik.
Ik zou me wel zorgen moeten maken. Weliswaar heb ik twee subsidie-aanvragen lopen, maar van lopende subsidie-aanvragen kan een mens niet eten, ook een schrijvende postbezorger niet. Ik kijk niet elke dag op mijn bankrekening, dat is niet goed voor mijn gezondheid, maar ik had stiekem gehoopt dat ik met de overmaking van mijn maandelijkse postbode-salaris die rond deze tijd plaatsgrijpt, enigszins los zou kunnen raken van de bodem van de put gelijk een kite surfer van de zee, maar nee.
Ik weet eigenlijk niet waar mijn hoop op is gebaseerd dat het ooit goed zal komen. Gelukkig word ik omringd door mensen met meer financieel inzicht – meer financiën ook.