Niet chic

Een caramelkleurige vrouw met wild haar stapt van haar moutainbike en vraagt hijgend naar De Pijp. 'Is dat hier rechtdoor en dan bij de tweede stoplichten rechts? Of is het hier rechtdoor en dan bij de tweede stoplichten links?'
Ze praat druk gesticulerend, en wonderlijk geaffecteerd. Haar gebit is matig onderhouden.
'Bij de stoplichten rechts,' zeg ik.
'Ja, idioot!' gaat ze verder, 'ik heb jaren in de Pijp gewoond, en nu kan ik het niet meer vinden!'
'Waar woon je nu dan,' vraag ik. 'Op chic zeker?'
Ze schudt haar hoofd en begint hard te lachen. 'Nee, hè? Dat heb ik steeds! Door hoe ik praat. Kan ik er wat aan doen! Ik ben Marokkaanse uit Haarlem.'
'Zeker op een chique school gezeten?'
'Ook al niet! Ik ben een mavoklant...! Ik werkte in een restaurant, en als het dan lunchtijd was, dan zei ik, met die stem van mij, tegen een stel bouwvakkers: kom lanchen. Dat vonden ze zo gek!'
'Nou ja, als het maar niet saai is,' probeer ik het gesprekje tot een natuurlijk einde te brengen. Ik moet namelijk verder. Een postbode moet altijd verder.
Ze knikt naar de brieven in mijn hand. 'Dat heb jij, hè, saai. Ja, tenzij je die brieven openstoomt, dan is er misschien nog wel wat aan.'
'Doe ik wel eens,' berijd ik mijn stokpaardje, 'maar de inhoud valt tegen.'