Het einde van het petloze papierproptijdperk

Op depot is de oudere collega die overal een mening over heeft vóór Brexit, – but of course –, hij begrijpt die Britten goed, dat ze niets te maken willen hebben met vluchtelingenstromen en arme knoflooklanden die overeind moeten worden gehouden. 'Dat is de eiland-mentaliteit!' Hoewel ik heimelijk de Britten bewonder om hun excentrieke Alleingang, probeer ik het verstandige standpunt uit te dragen dat de Brexit schadelijk is voor de Britten en uiteindelijk voor de rest van Europa. De derde collega houdt wijselijk zijn mond. Dan, tijdens het verhitte debat, dat alle kanten uitgaat, de oudere collega struikelt over zijn woorden, sputtert zijn argumenten in mijn gezicht, valt mijn blik op een stapel petten op het bureautje. ‘Het zal niet waar zijn,’ onderbreek ik ruw het betoog van de oudere collega, ‘ze zijn gearriveerd!’ Gretig deel ik de petten uit en zet er zelf ook een op. Al zolang ik mij postbezorger mag noemen voor Koninklijke PostNL BV zeur ik te pas en te onpas om petten, want een postbode zonder pet is geen postbode, maar een petloze papierpropper. Petten zijn mij door talrijke leidinggevenden in evenveel toonaarden beloofd, toegezegd en voorgehouden, als een worm aan een vis, maar geen van die leidinggevenden heeft zijn belofte waar gemaakt. Behalve de teamcoach van gisteren, dus, die daarmee een tikje in mijn achting is gestegen.