4. Jachtinstinct lijkt een beetje op wat mijn verzorgers lust noemen, denk ik wel eens. Het is een motor die niet vaak loopt, maar als hij loopt, moet hij zichzelf uitputten.



Vannacht, om een uur op vier, was het weer zover. Ik hoorde hem langs glippen, rommelen achter de boekenkast. Dat was voor mij het sein om me op te richten en in actie te komen. Ik had geen keus. Ik moest erachter aan. Jachtinstinct lijkt een beetje op wat mijn verzorgers lust noemen, denk ik wel eens. Het is een motor die niet vaak loopt, maar als hij loopt, moet hij zichzelf uitputten. Het punt is, ik zie slecht, en mijn reukvermogen is ook niet je van het. Ik moet het van mijn gehoor hebben, en van mijn calculaties. Ik dacht dat hij onder de piano zat. Ik naderde zo dicht mogelijk zijn schuilplaats, geruisloos, en wachtte. Ik liet het initiatief aan hem, ik hoef niet zo nodig initiatief te nemen. Het duurde maar een paar minuten voordat hij tevoorschijn kwam. De grap is natuurlijk, de wrede grap, dat hij nog slechter ziet dan ik. Maar hij hoort misschien beter, dat zou kunnen. Hoe dan ook is hij snel, dus daar komen mijn calculaties van pas, mijn voorspellend vermogen. Toen hij de grote oversteek waagde, van de piano naar de keuken, berekende ik zijn pad om te zorgen dat mijn klauw precies uitkwam bij zijn romp. Ik grijp zelden mis. Ook nu faalde ik niet. Nadat ik in zijn nek had gebeten, en had gewacht tot hij klaar was met leven, deponeerde ik het lijkje bij de pedaalemmer. Meer kon ik niet doen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten