11. Roman



'Niet slecht.' Radek Z. bekeek zichzelf uitgebreid in de spiegel. Het was lang geleden dat hij zich uitgebreid in de spiegel had bekeken. De laatste jaren, op straat, had hij geen tijd gehad om in de spiegel te kijken. Er viel ook niets te zien. Ja, een 'mislukkeling,' zo had Jitka het bondig uitgedrukt. Een stinkende bedelaar. Maar nu zag hij er tip top uit. Een kale man in een wit linnen pak. Daar zag je er tegenwoordig wel meer van, afgezien misschien van de ontbrekende wenkbrauwen, maar dat kon hem niets schelen. Zijn drang tot uniciteit had hij al jaren geleden naar de mesthoop van de privégeschiedenis verwezen. Nu voelde hij zich herboren. Waarom zou hij, nu hij toch bezig was, en niemand in de buurt was om hem ervan te weerhouden, geen nieuwe naam verzinnen, en een nieuwe persoonlijkheid, zoals dat wel gebeurde in sommige werken van fictie? Hij had altijd Roman willen heten. Hij had altijd huisjurist willen zijn bij een verzekeringsmaatschappij gespecialiseerd in arbeidsongeschiktheid. Wat lette hem, om hier en nu, zichzelf te herdopen tot Roman, huisjurist van een verzekeringsmaatschappij gespecialiseerd in arbeidsongeschiktheid? Het enige wat hij nog nodig had was een achternaam, een rechtenstudie en een verzekeringsmaatschappij die hem in dienst wilde nemen, maar zo moeilijk kon dit niet zijn.