8. Rico krabde de roos uit zijn rossige wenkbrauwen.


'Ik ben zelf vondeling,' antwoordde Innocenti, nadat hij de laadjes in zijn hoofd had afgezocht naar het woord trovatello, en eindelijk de betekenis had gevonden. 'Maar in zekere zin zijn we allemaal vondelingen, nietwaar? Niemand weet precies waar hij vandaan komt. Niemand weet zeker dat de mensen die zich zijn ouders noemen, ook werkelijk zijn ouders zijn.' Rico reageerde niet. Hij jeukte met zijn lange nagels over zijn ribbenkast. Innocenti verbaasde zich over Rico's haarkleur: rossig, iets wat je zelden ziet in Italië. Toen keek Rico hem met zijn hologige blik aan en zei: 'Ik kan je accent niet thuisbrengen, waar kom je vandaan, Zwitserland?' Innocenti knikte hevig, misschien iets te hevig, en om het gesprek gauw een veiligere kant op te sturen, vroeg hij: 'Waar kom jij vandaan? Zuiden zeker? Napels? Of nog zuidelijker?' 'Reggio di Calabria.' 'Hoe ken je Domenica eigenlijk?' mitrailleurde hij er meteen achteraan. Rico krabde de roos uit zijn rossige wenkbrauwen. 'Net als jij denk ik: Craigslist.' Innocenti had zin om meteen ergens te gaan internetten om Craigslist af te speuren naar Domenica's advertentie, totdat hij bedacht dat die misschien wel eens onvindbaar zou kunnen zijn: cryptisch gesteld, of reeds verwijderd. Op de vraag cq. opmerking 'Had je je Domenica anders voorgesteld?' en 'Ik weet niet wat jij ervan denkt, maar dat experiment vertrouw ik niet helemaal' kwam weer dat onverschillige, gekmakende schouderophalen. Ze zwegen. Rico stak een sigaret op. Innocenti voelde het rommelen in zijn buik. Hij keek op zijn mobieltje. Het was 11 uur. Als hij zich haastte, kon Julius Scheepwachter waarschijnlijk de middagsessie op de mensenrechtenconferentie nog halen. Dan zou Scheepwachter, professor Scheepwachter, zich verontschuldigen dat hij buikgriep had, wat ook zo was, en dat hij een paar uur op een toilet had doorgebracht – gesteld dat er iemand naar de reden van zijn absentie zou vragen, hetgeen onwaarschijnlijk was. Maar het vooruitzicht zich weer professoraal te moeten gedragen, schier eindeloze uiteenzettingen in beroerd Engels van aan logorrhea lijdende concullega's te moeten aanhoren, tegen de slaap te moeten vechten in bedompte ruimtes zonder airconditioning, weerhield hem ervan terug te vallen in zijn default identiteit. Terwijl het mobieltje in zijn hand verwoed begon te brommen en te piepen, verscheen een foto van een vrolijke dame op het scherm. Dat moest mevrouw Scheepwachter-Van der Tocht zijn. Onmiddellijk drukte hij op het knopje 'negeer', iets dat hij nog nooit eerder had gedaan.

2 opmerkingen:

  1. Zo leer je nog es wat: logorrhea, nog nooit van gehoord. Hoe vertalen we dat, zwetslust, of liever ziekelijker: woorddiarree?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Van Dale kent het ook niet, 't is Engels. Zwetslust vind ik wel aardig als woord, maar dekt niet helemaal de lading, want er hoeft niet gezwetst te worden, er wordt gewoon aan een stuk door gesproken.

    BeantwoordenVerwijderen