15. Zazi


Een maand later, Wezensteins fondsen raakten op, ofschoon hij niets meer had gedaan, althans niets dat op kunst leek, of je moest ledigheid en eenzame afzondering daar ook onder rekenen, waar veel voor te zeggen viel, in het huidige tijdsgewricht, maar de Commissie liet zich niet vermurwen, die was nog niet zo ver, dacht hij aan Zazi. Zij verwachtte hem. Elk moment, eigenlijk. Zazi zat dan op haar gedeukte matrasje, rechtop, te wachten tot haar bevriende Dutch bullshit artist (zo noemde hij zichzelf, schertsend uiteraard, alles schertsend) haar eindelijk zou verheffen van alleenstaande, lees: ongelukkig in het leven staande, naar depressie neigende thirtysomething tot een begerenswaardig model – ook al kon The Big Sleep inmiddels als een mislukt project worden beschouwd maar dat kon zij niet weten. Nog niet. Wezenstein koos een zondagnacht uit. Of een maandagochtend, zo men wil. Zijn apparatuur had hij in het hotel gelaten (hij overwoog serieus om het nog tijdens zijn verblijf op eBay te zetten zodat hij het niet mee terug naar Rotterdam hoefde te sjouwen), maar wel had hij bij zich een schaar, waarmee hij, toen hij, aangekomen in Zazi's slaapkamer, bij haar lichaam was, ze lag voor de verandering te slapen, een slordige dertig centimeter van haar golvende haar afknipte, het enige dat zij had, of: het enige waar zij nog trots op kon zijn, waarop zij, in een klap klaarwakker, alsof haar zenuw was geraakt, in de hierna volgende schermutseling erin slaagde de schaar af te pakken en hem, dat was niet haar bedoeling geweest, maar het was wel het resultaat, 6 steken toebracht in de hartstreek (3 keer hakken met 2 punten), hetgeen hem verrassend snel, zeg maar binnen het uur nog, richting de eeuwige jachtvelden stuurde. 'Please,' zei hij. 'Take a picture of me.'