8. Rennen met ogen dicht


Groeninx van Zoelen zou zweren dat iemand achter hem zijn keel dichtknijpt maar dat moet inbeelding zijn. Toch springt hij op uit de kerkbank en rent panisch naar de uitgang, botsend tegen een tafel met psalmboekjes en kaarsen. De grijze hemel doet pijn aan zijn ogen. Het dorpsplein staat blank. Stortregen veroorzaakt furieuze stromingen in de smalle steegjes van het volkomen verlaten bergdorp. Groeninx van Zoelen sopt in zijn All Stars langs de gesloten deuren, luiken. Bij een kruising besluit hij de kortere, steilere weg terug te nemen. Hij weet ook wel dat dit geen goed moment is om te vallen, als er ooit een goed moment voor is, maar hij waagt het erop, en komt wonderwel ongeschonden onder aan de heuvel aan, maar daar wordt hij verrast – er moet een verrassing zijn – door een geluidloze streekbus die de scherpe bocht om komt. Het is te laat om te remmen, dus rent hij met ogen dicht door naar de overkant, waar hij wordt opgevangen door prikkeldraad. Als hij later eenzaam op zijn kamertje ligt te bloeden, leest hij: 'We may, indeed, say that the hour of death is uncertain, but when we say this we think of that hour as situated in a vague and remote expanse of time; it does not occur to us that it can have any connection with the day that has already dawned.'

1 opmerking:

  1. Goeie foto, ook in het (bezield) verband van tekst+plaatje (vergankelijke lelie, in vallende beweging gelijk G.v.Z. die op de vlucht is voor de onheilszwangere schaduw van... tja, van een hand met cameraatje, zou je denken).

    BeantwoordenVerwijderen