22. Lijkenopslag


'Il faut que je fais pipi. Immédiatement.' De supermarktallochtonen kijken elkaar verbaasd aan. 'Muß pinkeln. Sofort.' Bij de vrouw uit Wuppertal verschijnt nu een heel dun spoor van begrip. 'Need to pee. Right now?' De magere man wacht niet af of Andrei hem begrijpt. Zijn vrouw uit Wuppertal mag uitleggen waarom hij plotseling wegrent, zonder behoorlijk afscheid te nemen. Voor zijn gevoel wordt hij alras door niemand meer nagekeken. Volgens de dienstregeling bij de bushalte blijkt dat de streekbus die Caux niet overslaat net vertrokken is, maar als de magere man opkijkt zweeft hij voor zijn neus. Thuis wacht hij tot de duisternis komt – de duisternis is zijn medeplichtige – en sleept dan, heel zachtjes, het opmerkelijk lichte lichaam van Frédéric Groeninx van Zoelen naar het schuurtje achter de composthoop. Daar schuift hij het met beleid op het lichaam van de vierkante vrouw, en bespuit het geheel met een gemeen goedje tegen de kadaverlucht. 'Mijn lijken,' grinnikt de magere man bij zichzelf. Hij verheugt zich op de email die hij zo direct gaat componeren. De email naar IJburg. Er moet nog een email naar IJburg worden geschreven, om het verhaal ook aan die kant goed af te hechten. Dit om toekomstig verrassingsbezoek uit IJburg en elders te voorkomen. De magere man houdt niet van verrassingsbezoek, zeker niet uit IJburg. Hij houdt überhaupt niet van bezoek. Als er sprake moet zijn van bezoek, dan wil de magere man de bezoeker zijn, niet de bezochte.