15. Principekwestie


'Dit weekend naar Pézenas,' zegt Groeninx van Zoelen tegen de niet-inwonende vriendin aan de glazen ontbijttafel met uitzicht op een kaarsrecht water dat de naam gracht niet verdient. Groeninx van Zoelen spreekt zelden in hele zinnen tegen de niet-inwonende vriendin. 'Wat ga je doen in Pézenas?' 'Pézenas,' corrigeert hij onmiddellijk, 'niet Pézenà.' Hij neemt nog een hap van zijn verantwoorde muësli. 'Horloge terugbrengen.' 'Fré, dat meen je niet,' zegt zij. 'Je gaat toch niet weer met gevaar voor eigen leven 12 uur heen en 12 uur terug rijden voor een horloge dat vijf minuten voor loopt? Als het nou vijf minuten achterliep à la, maar voor.' 'Mag ik erop wijzen dat dat horloge dat vijf minuten voor loopt 1900 euro kostte?' 'Ja,' zegt zij, 'maar er zat geen garantie op.' Groeninx van Zoelen schuift zijn muësli opzij en zet zich aan zijn fruitsalade met geschaafde amandel. Zijn espresso laat hij koud worden. Op het pseudo-grachtje voor het raam gaat een bootje voorbij, een bootje met een kindje erin, een kindje met blauwe lippen. 'Principe-kwestie, zit me hoog, moet erheen, wat je ook zegt, ik ga.' Dit is een van die momenten waarop de vriendin beseft waarom ze niet-inwonend is. Groeninx van Zoelen had haar destijds wijsgemaakt dat hij naar Montpellier moest voor familiezaken, en dat hij tijdens een genoeglijk bezoekje aan het nabijgelegen Pézenas in een opwelling een vintage horloge had gekocht. (Hij heeft een zwak voor vintage horloges.) Ja, en omdat het vintage horloge het niet doet, moet hij het nu terugbrengen, tout simplement.