12. Idee


Groeninx van Zoelen zit onderuitgezakt in zijn Audi, een hand losjes aan het stuur, op de terugweg naar Amsterdam, met True love waits van Radiohead op de repeat. Het rusteloze gelukszoeken zit er weer op. Of neemt voorlopig een andere wending, want het wezenskenmerk van het rusteloze gelukszoeken is dat het nooit ophoudt. Telkens als je denkt: ik heb het geluk gevonden, komt er een barstje in, dat allengs groter wordt, totdat er grote scheuren in komen en het geluk in duizend stukken uiteen valt. De reis is meer waard dan de bestemming, vooral als de bestemming ligt in de dood. Groeninx van Zoelen is niet lang bij zijn slachtoffer gebleven. Waarom ook? Hij heeft zich ervan vergewist dat de incisie die hij in lengterichting aanbracht in de halsslagader van de vierkante vrouw diep genoeg was. Toen het bloed begon te spuiten heeft hij afscheid genomen van zijn opdrachtgever, zijn spullen gepakt en de kamer verlaten. Hij hoefde de vierkante vrouw niet in de ogen te kijken terwijl zij leegliep. Die taak liet hij graag over aan de magere man. Hij wilde niet achtervolgd worden door haar vragende, stervende blik, of zijn macabere genoegen. 'Ik heb het gedaan,' mompelt Groeninx van Zoelen voor zichzelf uit, terwijl hij met grote snelheid over lege snelwegen rijdt. 'Maar het was mijn idee niet. Voor mij had het niet gehoeven.'

1 opmerking:

  1. Een goede ontknoping nodigt uit tot herlezing. Ik heb het feuilleton herlezen. Waarbij dit fragment dan toepasselijk is (de magere man is aan het woord): '(...) Is er nog iets dat je wil weten?' Nu schudt Groeninx van Zoelen zijn hoofd. Hij hoeft niets te weten. Voorzover hij niet alles weet, kunnen deze lacunes later, op een andere manier worden gevuld.

    Quizvraag: welk werk moest G.v.Z. dagelijks doen en waarom?

    BeantwoordenVerwijderen