Deel 7: Ik ben bang in het Nederlands te denken, daarom denk ik in het Frans.



La Ferme La Douceur was een geheimtip uit Nederland. Dat hebben Eternité en ik geweten. Het ligt in het midden van nergens, het is aardedonker als we aankomen, maar Nederlandssprekenden hebben de tent en masse weten te vinden. Ik ben bang in het Nederlands te denken, daarom denk ik in het Frans. La Douceur kent geen menukaart, geen wijnkaart, iedereen eet mee met de pot en drinkt het huisbocht in etiketloze flessen. Ik wantrouw etiketloze flessen. Maar tegen de flat rate van €42, all inclusive, ben ik niet bestand. Net zoals de plaatselijke pensionado's aan de belendende tafels die hun hart in Heerhugowaard, Bergen op Zoom, Geldrop of Alkmaar hebben laten liggen. 'Les Français à l'étranger,' fluister ik in Eternité's gaaf gevormde oor tussen hoofdgerecht (comfort food) en kaas (een plakje) in, 'ils vous irritent aussi?' Ik wil weten of het typisch Nederlands is dat Nederlanders zich in het buitenland aan Nederlanders ergeren, maar waarschijnlijk is het typisch Nederlands dit te willen weten. Enfin. Eternité haalt haar schouders op. Het enige wat zij wil weten, terwijl ze de kaas wegspoelt met het rode huisbocht, is of mijn ergernis zulke vormen aanneemt, dat zij ervoor moet zorgdragen dat een aantal van de Nederlandssprekenden het eind van de avond niet haalt, want daar heeft ze zo haar methodes voor. Discrete methodes. Ik schud mijn hoofd. De ergernis is alweer verdwenen. En trouwens, er zijn voorlopig genoeg doden gevallen. 'Okay,' zegt ze, in haar mooie Frans, waarbij de y melodieus de hoogte in gaat. 'Comme vous voulez.'

Een van de aardige weblogs die naar mij linken, is van Nederlandssprekenden in Frankrijk.