Weet wat je zegt

Related image
Foto-onderschrift


Ik was nooit in Barneveld, maar gisteren moest ik er zijn, dacht ik. Bij de afslag Barneveld viel me een bord op in het weiland, 'Weet wat je zegt'. O ja, land van het Woord. Ik kende Barneveld alleen van de oud-bibliothecaresse, die er geboren is, en toen ze ertoe in staat was niet wist, geloof ik, hoe snel ze er weg moest komen.
Kunst op de eerste rotonde: kleurig geschilderde kippen, een paar maten groter dan levensgroot. Kunst op de tweede rotonde: een rode houten stoel, klassiek model, vele maten groter dan levensgroot, bovendien enigszins gekanteld – hoeveel ingezonden brieven heeft  d a t  opgeleverd?
Ik was er nog niet, want op de derde rotonde stak, op nog weer grotere schaal – de rotondekunstenaars steken elkaar hier de loef af –, de kop van een hamer uit de grond. Kunst, geen twijfel over mogelijk, gesponsord door een bedrijf dat adverteert met de slogan: wij maken van jongens mannen. Het werd tijd.
Uit de verkiezingsposters leidde ik af dat dit een SGP-gemeente is. Een zegen voor de gemeenschap, of een vloek? Mogelijk beide.
Ik parkeerde op een troosteloos parkeerterrein, liep een troosteloos gebouw binnen kreeg te horen dat ik verkeerd zat.
Godverdomme, ik moest in Nijkerk wezen. (Wordt niet vervolgd).

Zandzakken

Dan Peterman: Civilian Defense

Elke tentoonstelling die mij ontregelt, die ik niet begrijp, die aan mij een reactie ontlokt die ik niet had verwacht, vind ik een geslaagde, zelfs als hij (zij?) uit slechte kunst bestaat. Dit dacht ik toen ik door het Van Abbemuseum liep in Eindhoven, overigens een van de fijnste musea van Nederland: klein en voorzien van verrassende doorkijken, niveauverschillen en nisjes. En laten we de zingende lift niet vergeten. De zingende lift is van een heerlijk eenvoud. Er zit een koortje in, en dat koortje gaat steeds hoger zingen bij iedere verdieping. Je zou eigenlijk de hele dag in die zingende lift willen zitten, en dan omhoog en omlaag gaan al naar gelang je je voelt (of zou willen voelen).
Tussen alle ontregelende, en vaak uiteindelijk toch teleurstellende kunst die ik aantrof, zaten gelukkig nog een paar goede werken, zoals Civilian Defense van Dan Peterman. Een ouderwetse, ronde zitkuil, maar dan gemaakt van kleurige zandzakken. Het idee is dat je erin plaatsneemt, met een boek (een stapeltje ligt klaar), of naar een film kijkt die wordt geprojecteerd, waarop mensen bezig zijn een stad te bouwen (of te repareren na een aanslag, dat kan ook), met een van de rondslingerende draadloze koptelefoons op.
Mijn kinderen deden onmiddellijk hun schoenen uit, renden in de zitkuil rond met een koptelefoon op en nodigden mij uit hetzelfde te doen. 'Ik ben aan het lezen,' zei ik, wat ook waar was, (in Gloria Wekkers 'Witte onschuld bestaat niet') maar uiteindelijk bezweek ik natuurlijk, deed mijn schoenen uit en rende achter mijn kinderen aan over de zandzakken, want de ondergrond van de zitkuil is ook van zandzakken gemaakt. Best hard, toch nog. Zwaar en hard.

Hulde

Margriet Heim

Heb je nog nieuws vraag ik aan mijn moeder die, hoe je ook wendt of keert, toch een soort nieuwscentrum is – ik moet de eerste moeder trouwens nog tegenkomen die géén nieuwscentrum is, maar mijn moeder is 24/7 aan het werk, 365.
'Jazeker!' glundert ze. 'Je nicht wordt geridderd!'
Welke wil ik weten want ik heb dankzij Rome nogal wat nichten. Neven ook trouwens, maar die zie ik voorlopig niet worden geridderd. De enige die tot nog toe is geridderd in mijn familie, in de orde van Oranje Nassau, was mijn grootvader Joop, maar die was dan ook een kwarteeuw verantwoordelijk voor de gasfabricage in Amsterdam-Zuid.
'Margriet Heim! Voor haar onderzoek naar verbeterde communicatie met kinderen en volwassenen die niet of nauwelijks spreken!'
Dat zijn twee nieuwtjes in één, want het was ook nieuws voor me dat Margriet Heim specialist is op dat gebied.
Complexe materie. Ik moet denken aan Merel, een andere nicht van mij, van de andere tak van de familie, een dochter van een nicht, dus een achternicht, met een zware handicap, die niet of nauwelijks tot spreken in staat is. Die kwam vroeger nog wel eens op visite. Dan sloeg ze met haar lange armen om zich heen, en maakte geluiden die soms wel op taalhandelingen leken maar vaker niet. Hoe ga je met die uitingen om?
Dankzij mijn geridderde nicht, die ook blogt, weet ik nu dat er een protocol bestaat dat de communicatie tussen mensen met een meervoudige beperking en hun omgeving, kan verbeteren. Beiden worden hierdoor, denk ik, weer een klein beetje meer uit hun isolement gehaald.

Naschrift: er was nog een nieuwtje. Bij Margriet Heim werd in 2018 longkanker geconstateerd en behandelingen sloegen niet aan. Op 3 april 2019, vlak voor haar vierenzestigste verjaardag, is ze overleden, een week later onder grote belangstelling in Pakhuis de Zwijger herdacht. Deze onvermoeibare single mom liet drie dochters en vier kleinkinderen na.

Meer of juist minder

100 years of Schiphol 

Een brief. Van Schiphol. Ik ontvang al weinig post ('schrijft u nog eens wat', ja graag: Van Miereveldstraat 1, 1071 DW) en al helemaal niet van Schiphol, al zou de aanhef, 'Aan de bewoner(s) van dit adres' enige argwaan bij me moeten wekken.
Sinds wanneer  b e w o o n  ik dit adres?
Nu ja. Waar gaat het eigenlijk over?
Schiphol, of beter gezegd, Birgit Otto, Operationeel Directeur Schiphol, schrijft om te vertellen dat er onderhoud wordt gepleegd aan de Zwanenburgbaan, en dat dit 'afwijkend baangebruik' ten gevolge zal hebben.
Wat kan mij, zijnde bewoner van dit adres, dit bommen? Ik schrijf Birgit toch ook geen brief als ik mezelf een grote onderhoudsbeurt geef, en dat dit afwijkend baangebruik ten gevolge zal hebben?
Nee, maar er zit meer aan te komen. Als Schiphol je een brief schrijft, weet je dat er meer aan zit te komen.
'Het groot onderhoud aan de Zwanenburgbaan kan leiden tot meer of juist minder geluidshinder dan gebruikelijk.'
Yesss, kunnen we eindelijk rustig slapen! Ho stop, houd je paarden:  m e e r  of juist minder. Ik heb weer eens ergens overheen gelezen.
Birgit Otto vervolgt, en dit vind ik ontroerend, maar ja, ik vind dezer dagen zoveel ontroerend: 'Mocht u hierdoor meer geluidshinder ervaren, dan vinden we dat vervelend.'
Lieve Birgit Otto, ik vind het fijn dat u het vervelend vindt als wij meer geluidshinder gaan ervaren. Maar hoe gaat u het vinden als wij, door een godswonder,  j u i s t   m i n d e r  geluidshinder gaan ervaren? Komt u dan op de thee, om dit samen met ons te ervaren? U bent bij deze uitgenodigd. Ik kan niet beloven dat de kopjes op de tafel blijven staan.

Het is ingewikkeld

Image result for father of the bride art


In ruil voor mijn hand- en spandiensten voert mijn 90-jarige vriendin M. mij met verhalen. Zoals het verhaal van de bruiloft van haar dochter in Londen. Het was haar tweede bruiloft. Uit haar eerste huwelijk, met een volgens M. a-seksuele man, had ze toch nog een zoon overgehouden, die toen 8 was. De zoon was tegen het tweede huwelijk. Hij kwam niet uit zijn kamer. Hij had de gordijnen gesloten en weigerde zijn schoenen aan te trekken. Alles om de boel te traineren. Uiteindelijk kwamen ze een uur te laat in de kerk, het volgende bruidspaar stond al ongeduldig in de coulissen te wachten.
De vader van de bruid, tamelijk noodzakelijk bij een Britse bruiloft, omdat hij zijn dochter moet weggeven, schitterde door afwezigheid. Misschien had het ermee te maken dat hij uit Australië moest komen. De moeder had gezegd: als het aan mij ligt dat je niet komt, dan trek ik me wel terug, zodat onze dochter een behoorlijke bruiloft kan hebben, maar hij zei: 'Nee, het is te emotioneel voor me.'
M. had ook moeite met het huwelijk. De man met wie haar dochter ging trouwen had op zijn 29ste drie kinderen bij drie verschillende vrouwen. Dat toonde weliswaar aan dat hij niet a-seksueel was, maar hoelang zou hij het deze keer volhouden?
Halverwege de plechtigheid beende M. de kerk uit, omdat ze anders haar vliegtuig zou missen. Dat heeft haar dochter haar lang kwalijk genomen. Bij thuiskomst had M. pijn aan haar enkels en voeten, omdat ze te hoge hakken aan had gehad.
Het huwelijk houdt ondertussen nog steeds stand. De zoon is nu in de twintig en, als de voortekenen niet bedriegen, a-seksueel.

Weglopen

Katie Scott


'Ik ga weg, ik ga nu weg. Ja, ik ga echt weg.'
Wij zitten nog aan tafel maar de bijna tienjarige verlaat, voor het eerst in zijn leven, voorzover ik me kan herinneren, stampvoetend het ouderlijk huis omdat, ja, waarom eigenlijk ook alweer? Iets met games. Meningsverschillen die hoog oplopen met deze jonge god hebben niet zelden met games van doen. Hou eens op met gamen, die game mag je niet meer spelen, die halen we van de iPad af, en meer van dat soort ouderlijke interventies willen nog wel eens tot verontwaardiging leiden. Het kwaadst krijg ik hem als ik de iPad uit zijn handen trek terwijl hij verdiept is in een game. Maar daar was nu geen sprake van. We hadden het over een vriendje met wie hij graag wilde afspreken en dat mocht ook, maar wij zagen graag dat hij bij het vriendje ging spelen, in plaats van het vriendje bij ons, en nu zijn de rapen gaar, want volgens hem betekende dit dat hij zijn favoriete game, iets met een slang die steeds langer wordt, niet kan spelen.
Briesend stapt hij de gang in, met, ziet lieftallige nog in het voorbijgaan, zijn knuffel en een opschrijfboekje bij zich. Dat laatste vind ik hartverwarmend. Hij trekt de deur achter zich dicht en is verdwenen.
Wij nippen aan onze wijn. De vijfjarige ziet geen reden om haar broer achterna te hollen, de duisternis in. Waarschijnlijk hoopt ze op meer iPad-tijd.
Even later gaat de moeder een kijkje nemen. Hij was alweer op weg naar huis, maar als hij zijn moeder aan ziet komen, knijpt hij er opnieuw tussenuit.
Weglopen is moeilijk. Terugkomen ook.


Monomanie




Peter Buwalda, die van het verkreukelde gezicht en Bonita Avenue (voorschot 35.000 euro van de Bezige Bij, goed gegokt van die uitgever want er zijn er 350.000 van verkocht), verder een aardige jongen, zegt dat hij acht jaar aan zijn nieuwe romantrilogie heeft gewerkt, 1700+ pagina’s, met, alweer, een 'lekker' ingewikkelde intrige. Op het hoogte-, dan wel dieptepunt werkte hij 18 uur per dag. Af en toe even opdrukken, een slaappil bij het naar bed gaan, en dan hop de volgende dag weer verder. Die routine doet me niet aan John Cheever of John Updike of Marcel Proust denken, maar aan die van Dan Brown die ik lang geleden hoorde opscheppen over zijn vier uur slaap per etmaal en zijn workout routines (ter verklaring van de herdrukken van zijn Da Vinci Code). Schrijven als krachtsport.
Dus maar beter niet tegenkomen in een donker steegje of in de gangen bij het Boekenbal, die Buwalda.
Maar waar het mij om gaat: maakt monomanie gelukkig? Nee. Ik bedoel: leidt monomanie tot goede literatuur? Zeker, ik denk wel dat een schrijver zich moet concentreren, zonder focus krijgt ze geen coherente zin op papier, laat staan een coherente plot verteld over 1700+ pagina’s, maar zo’n monomaan geschreven roman kan ook iets, nou ja, monomaans krijgen. Hier moet ik bij aantekenen: alles met -manie erin heeft mijn interesse als psychische aandoening (ik was zelf pyromaan en dat was een mooie tijd), maar zou het kunnen dat een manische schrijfhouding, misschien een toch iets te, nou ja, manische literatuur oplevert?
Ik had die indruk bij Bonita Avenue. Een hoog tempo, veel informatie wordt op de lezer afgevuurd, interessante karakters worden vliegensvlug neergezet, enzovoorts, enzoverder, maar zoiets krijgt dus ook iets hijgerigs. Waar is de kalme contemplatie? Waar zijn de meanderende gedachten, het wegdromen, waar is, met andere woorden, het leven? Krijgt de lezer nog wat lucht, of wordt zij bij de keel gegrepen?
Waarom willen wij zo graag bij de keel worden gegrepen?

Social driver (5)



Een action packed middagje, met name door de harde wind, die niet alleen de portier van mijn Max Mobiel er bijna afsloeg, maar ook de Max Mobiel zelf op eigen houtje in beweging bracht.
'Kijk, daar gaat het autootje,' zei mijn laatste passagier, nadat we allebei waren uitgestapt.
Vergeten de handrem aan te trekken.
Een andere passagier – 92 – wilde winkelen. Ik reed haar fluitend van winkel naar winkel. Bij de Albert Heijn duurde het nogal lang. Wat bleek, ze had zoveel gekocht dat ze de tas niet meer kon dragen.
Het grootste avontuur beleefde ik met de 97-jarige oud-juf Greet. Als ik haar terugbreng naar de hoge flat waar ze al vijftig jaar woont, zet ik haar altijd bij haar eigen voordeur af, maar bij de voordeur aangekomen, zag ik dat er iets mis was, en niet zozeer door de gillende wind in de lange gang. 'Hier hing toch een foto van een poes?'
Greet reageerde niet, ze was op zoek naar haar huissleutel.
Ik belde aan. Een vreemde meneer deed open. Juist. De verkeerde verdieping. De kortste route was via de andere lift, maar dat betekende dat we een trappetje moesten nemen. Met de ene hand hield ik de rollator in de lucht en met de andere begeleidde ik Greet.
Al eerder had ze me verteld dat ze absoluut gecremeerd wilde worden; as uitgestrooid over het water, maakt niet uit welk.
Stel voor dat ze hier van de trap valt, dacht ik, en zij het niet overleeft. Alleen maar omdat we te vroeg zijn uitgestapt uit de lift.

TunFun



Zach Johnsen


Ik probeer te werken bij TunFun en het valt me niet tegen. Er is zoveel chaos om me heen, dat die zich makkelijk laat blokken. Als er één kind krijst, kijk ik wel op, maar als er honderd tegelijk krijsen, dan blijkt dit bevordelijk te zijn voor mijn concentratie.
Maar dan: 'Pappa, mogen we een slush puppie?'
'Nee.'
'Zeg ja.'
'Nee.'
'Nee: ja!'
'Oké, vooruit. Een kleintje.'
Er wordt even driftig aan de slush puppie gezogen en dan gaan ze weer de jungle in. Zolang ik geen bebloede hoofden of afgerukte ledematen zie, denk ik dat het goed gaat. Eén keer, in een andere apenkooi, was ik mijn kind kwijt. Ik zoeken. Roepen. Bleek hij verstrikt te zijn in een kubus van touw.
Mijn computer is leeg. Ik bestudeer de tijddodende ouders, een vader met getatoeëerd gezicht in het bijzonder. Niet helemaal, maar voor veertig procent, schat ik. Geen woorden, maar een web, dat vanuit zijn hals, over zijn wang en slaap en voorhoofd zich verspreidt. Ik mag er graag naar kijken, maar dit blijft toch een uiterst eigenaardig aspect van lichamelijke versiering, dat de drager aan de ene kant bekeken wil worden (stel ik me zo voor, want waarom anders de moeite gedaan?) en aan de andere kant met rust gelaten wil worden, zoals iedereen. Het wordt nog vreemder, want deze gezichtstatoeage is voor mij zichtbaar, maar niet voor hem. Ik hoop voor hem dat hij hem, al is het maar voor even, vergeten is.

Zenuwen

Image result for spreekgestoelte kunst



'Wat ben je braaf geworden!' riep boekhandelaar Stein Spijkerman gisteravond vanachter zijn verkooptafel bij mijn avondvullende lezing in Eindje. 'De vorige keer was je nog de kunstenaar.'
Ik vroeg me af wat hij bedoelde. Misschien had het met mijn haardracht te maken. Ik zie er inderdaad meer uit als een accountant dan een rockstar, maar 'het gaat om het innerlijk', dacht ik.
Ik had Stein Spijkerman zes jaar geleden voor het laatst gezien. Toen was ik naar zijn boekhandel gekomen om mijn roman Zalig uiteinde te promoten. Ik had een punkbandje uit Someren opgetrommeld om de boel op te leuken. Er kwamen drie mensen. Volgens mijn moeder kwam dit omdat het zulk slecht weer was, maar van dat slechte weer kan ik me niets herinneren.
Gisteren, bij het AG, was de zaal goed gevuld, en gelukkig niet alleen met vriendinnen van mijn moeder.
Ze was erg nerveus. 'Heb je het wel goed voorbereid?' vroeg ze, weken van te voren.
'Ik ben er dag en nacht mee bezig,' zei ik.
Op de dag zelf werd ook ik alsnog zo nerveus dat ik ervan ging roken. Dit was toch een beetje mijn maidenspeech voor eigen parochie. En dat na zoveel jaren.
Op de avond zelf ontspande ik na een paar glazen wijn, maar mijn moeder bleef nerveus. Eerst stootte ze een bierglas om en daarna een glas wijn. In de pauze hoorde ik haar gillen: 'En? Hoe vond je het?'
'Als je je eigen kind iets ziet doen,' zei ze na afloop, 'lijkt het alsof je zelf daar staat.' Dit kan ik beamen. Als mijn negenjarige moet voorspelen, voel ik ook hartkloppingen.
Mijn vader was de rust zelve. Hij vertrouwde erop dat het goed zou zijn. Of het kon hem niet zoveel schelen.