10. 'Sleeping beauty.'



Liefst wil je een val zetten en in de tussentijd iets anders gaan doen, maar de mogelijkheden zijn uitgeput. Ik klink als een plaat die blijft hangen. In de badkamer valt niets meer te halen. Daarom besluit ik, als een schichtig hertje, mijn schuilplaats stilletjes te verlaten, en naakt – die ene hand die het handdoekje vasthoudt om mijn middel kan ik nu niet meer missen –, en met mijn Zahnseide in de aanslag, het IKEA-modelappartement te inspecteren. Daar ben ik gauw klaar mede, want meteen al de in het kille ochtendlicht badende slaapkamer betredend, tref ik op het ronde IKEA-bed mijn indringer aan, op zijn rug, met de ogen dicht, in zijn ene hand de Glock en in de andere de Geige. Op de grond een open vioolkoffer met strijkstok; het was mijn indringer denkelijk niet om een vertolking van zeg Khachaturian te doen. Ik sluip langzaam op het bed af en sleep met een teen de vioolkoffer naderbij. Antonio Stradivari, lees ik in de voering. 'Sleeping beauty.' Ik ben geen vioolkenner, maar noch mijn conceptuele kunst, noch die van de hoofdhuurder van dit IKEA-appartement, vermoed ik, zal in de buurt komen van de waarde van dit instrument.

8. Er moet toch, ergens, een Weib zijn?



Ik durf het licht niet aan te doen. Ik wil mijn indringer niet tegen de haren instrijken. Zou hij er bezwaar tegen hebben als ik een geurkaars aansteek? Ik waag het erop. Hoe die lucifers droog blijven weet ik niet, maar ze doen het. De geurkaars, op de badrand, verspreidt patchouli. Ik wist niet dat ik zo'n hekel had aan patchouli. Irritant ook dat ik het handdoekje om mijn middel steeds moet vasthouden, waardoor ik maar één hand vrij heb, maar dit zijn, gezien de andere irritaties waar ik vannacht mee te maken heb, irritaties van bescheiden omvang. Wo is das Weib? neem ik mij voor mijn indringer te vragen. Er moet toch, ergens, een Weib zijn? Geen intrige zonder Weib. Zelfs Adolf had zijn Eva. Ineens weet ik zeker: die Geige staat voor das Weib. Mijn indringer lijkt me geen violist, of zelfs maar geïnteresseerd in vioolmuziek. Die Geige voert hem naar das Weib, dat kan niet anders. Misschien dat ik hem kan afleiden met een afbeelding van een Weib. Ik raap Marilyn's Last Sitting nog maar eens op van de badkamervloer, houdt het bij het kaarslicht en stuit op een intrigerende foto, wat niet moeilijk is, want dit boek barst van de intrigerende foto's. Een foto die nog niet is doorboord. Misschien dat mijn indringer hier even naar wil kijken. Misschien dat dit beeld hem kalmeert.

lees verder

7. De eerste geluiden van het overhoop halen



Mijn indringer verontschuldigt zich, doet het licht uit in de badkamer, en de deur dicht. Helaas neemt hij zijn Glock mee. De kans dat hij op de iPad in de werkkamer mijn conceptuele kunst uit Damascus gaat bekijken, acht ik vrijwel nihil. De kans dat hij het hele appartement overhoop gaat halen in een poging de Geige te vinden, acht ik daarentegen vrij groot. Aan dit laatste kleeft, bedenk ik me in de complete duisternis, terwijl de eerste geluiden van het overhoop halen tot mij doordringen, een groot nadeel. Dat is dat het appartement dat ik heb betrokken in het kader van het uitwisselingsproject uitblinkt in Sauberkeit & Organisation, en daar dus binnenkort niet meer in zal uitblinken. Wie aus dem Ei gepellt, dit appartement, nooit heb ik een kunstenaarswoning betrokken dat zozeer aus dem Ei gepellt was. Het is een exacte kopie van een IKEA-modelwoning. Toen ik hier voor het eerst binnenkwam dacht ik: dit is een kunstwerk. Als kunstwerk vind ik het geslaagd. Daarna dacht ik: misschien is het behalve een kunstwerk toch ook een woning. Als woning vind ik het minder geslaagd, maar dat is subjectief, en bovendien bijzaak want over een paar dagen ga ik naar huis. Althans, dat was het plan.

lees verder

6. De ochtend niet meemaken.



Ik mag een handdoek omslaan, maar daarna word ik vriendelijk verzocht weer op de pot plaats te nemen, met de bril naar beneden; mijn indringer weigert de badkamer te verlaten. Terwijl ik een te kleine handdoek omsla houdt hij een hand voor zijn ogen, een bleke hand, met de vingers plagerig ver uit elkaar, terwijl hij met de andere hand, die waarin de gedempte Glock rust, opnieuw het schrale plekje naast zijn neusvleugel beroert. Hoe statisch kan een situatie zijn? Wie moet waar naar toe? Hoeft geen lichaam zich te verplaatsen? Als het aan mijn indringer ligt niet. Mijn indringer heeft een broertje dood aan dynamiek. 'Conceptuele kunst is geen kunst,' zegt hij, toonloos. 'En sowieso ben ik alleen geïnteresseerd in kunst als zij mij tot die Geige leidt.' Er verschijnt een lachrimpel op zijn bleke wang. 'Ik blijf hier totdat ik de Geige heb. Zonder Geige verlaat ik deze plek niet. Of,' de lachrimpel wordt dieper, 'laat ik het zo zeggen: als ik de Geige niet vind, zul jij, Marius Mobius, mit oder ohne Umlaut, er aan moeten geloven. Het is of de Geige, of Marius Mobius maakt de ochtend niet mee. Of, dat kan natuurlijk ook nog, jij brengt me naar de Geige en ik besluit dat Marius Mobius toch de ochtend niet meemaakt. Al met al zou je kunnen zeggen, dat, vanuit mijn perspectief, het aantrekkelijk is om Marius Mobius de ochtend niet mee te laten maken. Althans niet in Berlijn.'

lees verder

5. Ik verlang terug naar Damascus.



Ik maak geen grap als ik zeg dat ik Marius Mobius heet – ohne Umlaut – en dat ik hier ben in het kader van een uitwisselingsproject. Wat? Beeldend kunstenaar. Hè? Conceptueel. Het voordeel van conceptuele kunst is dat je geen vuile handen hoeft te maken, het nadeel is dat het werk soms wat snel vervliegt. Als u mij de gelegenheid geeft een handdoek om mijn middel te slaan, dan zal ik u op mijn iPad wat projecten laten zien waarmee ik mij de afgelopen maanden onledig heb gehouden... Niet in Berlijn. In Damascus. Ik verlang terug naar Damascus. Ik had gehoopt in Berlijn wat van de opwinding terug te vinden die ik in Damascus vond, maar het enige wat ik hier vind is cappuccino en kinderwagens, met in de verte, dat is waar, gedateerde graffiti, maar wie denkt met graffiti de wereld te kunnen veranderen, leeft in het stenen tijdperk. Met graffiti verander je hooguit het straatbeeld. Hoe dan ook, als u mij even alleen laat, dan zie ik u zo in de werkkamer? Wilt u zo vriendelijk zijn die gedempte Glock van u op de veiligheidsstand te zetten, voordat er ongelukken gebeuren? Ik neem u wel degelijk kwalijk dat u Marilyn's Last Sitting heeft vermink, maar niet dat u mij midden in de nacht opzoekt. Midden in de nacht is een uitgelezen tijd voor conceptuele kunst.

lees verder

4. Bitte keine Witze



Zonder iets te zeggen grist de ongenode bezoeker met het Hitler-haar opeens Marilyn's Last Sitting uit mijn schoot, waar het al die tijd heeft gelegen om mijn Glockenspiel af te dekken, houdt het boek in de lucht en schiet er met zijn Glock een gat door. Door de demper op de Glock blijft het geluid van het schot bijna onhoorbaar, een droge 'pop' - als een lamp die springt als je het licht aandoet - ; het caramboleren van de kogel daarentegen galmt als en een micro-symfonie van Stockhausen door de betegelde ruimte. De kogel die Marilyn's Last Sitting doorboorde is naar het ligbad gereist om uiteindelijk in het zwartuitgeslagen kinderspeelgoed dat daarin ligt verzameld, tot stilstand te komen. Vervolgens legt de man zijn pistool op de wastafel, waar ik in theorie bij zou kunnen, als ik half opstond van de WC-pot, en bladert door het doorboorde boek. Lijkt het maar zo of stijgt er werkelijk rook op uit de bladzijden? 'Aha.' Grinnikend slaat de man een pagina open met een foto van Marilyn, waarin het kogelgat precies samenvalt met een van haar tepels. 'Guck mal,' zegt hij, voordat hij het boek op de grond gooit. 'Zoiets kan gebeuren als je niet meewerkt. Also bitte keine Witze.'

3. Tätowierung



De man met het Hitler-haar is geenszins van plan aan de keukentafel te gaan zitten totdat ik mij toonbaar heb gemaakt. Het huidige arrangement - hij gewapend in de deurpost, ik weerloos op de WC-pot - bevalt hem uitstekend. Nadat hij vlug de stadvilla heeft doorzocht op eventuele andere bewoners, die er niet zijn, en de Geige waar hij het alsmaar over heeft, die er volgens mij ook niet is, keert hij terug naar de badkamer en begint aan mijn haar te trekken. 'Das ist Ihr Haar?' zegt hij, ongelovig. Ik laat een spotlachje ontsnappen. Het getrek aan mijn haar is eerder absurd dan pijnlijk, hoewel ik graag zou willen dat het ophoudt. Hoezo, natuurlijk is dat mijn haar, wat denkt u, zeg ik. 'Der Geiger ist ja kahlköpfig.' Mijn protest dat ik der Geiger niet ben, maakt geen indruk. De indringer gaat door mijn hoofdhaar te bestuderen, alsof hij op zoek is naar luizen. 'Warte mal, die Tätowierung...' Wat voor Tätowierung? Ik heb geen Tätowierung, afgezien van het groene puntje onder mijn oog. 'In mijn zoekopdracht staat dat der Geiger kaal is met een Tätowierung van een anarchismeteken op zijn kruin.' Ik hoest om mijn geproest te verbergen. Waarom zou iemand in vredesnaam een anarchismeteken op zijn kruin laten zetten, vraag ik me af, maar in plaats daarvan zeg ik in mijn beste middelbareschoolduits: 'Entschuldigung. U heeft de verkeerde voor zich. Ik vermoed dat u op zoek bent naar de hoofdhuurder.'

2. Die Geige



'Was machen Sie hier?' sist de ongenode bezoeker die zijn pistool, met een demper erop, zie ik nu, nog altijd op mij gericht houdt. Hij lijkt bij nader inzien helemaal niet op Horst Schimanski. Leek hij maar op Horst Schimanski. Deze man heeft een bleek, week gezicht, en blauwzwart geverfd Hitler-haar. Natuurlijk is het onterecht, en misschien zelfs flauw, om de eerste de beste Duitser die zichzelf bij je uitnodigt Hitler-haar mee te geven - tenzij hij zulk haar heeft. Dat kan ik beter aan U vragen, kaats ik terug, nog altijd vanaf de WC-pot, het boek van Bert Stern in mijn schoot, want daaronder draag ik niets. Het enige wat ik draag is Marilyn's Last Sitting. Ik ben om kwart voor vier 's nachts zelden toonbaar, om de eenvoudige reden dat ik me aan niemand hoef te tonen. 'Ich bin hier der Einzige, der die Fragen stellt,' gaat de man verder. Met de loop van zijn pistool, met de demper eigenlijk, krabt hij over een schraal plekje naast zijn neus. 'Wo ist die Geige?' Welke Geige? Ik weet van geen Geige. Luister, u dringt hier zomaar deze woning binnen, om kwart voor vier 's nachts, op een doordeweekse dag ook nog, richt een pistool met een demper op mij, en begint over een Geige. Dat kan niet. Laat me op zijn minst even afvegen en mijn handen wassen, dan praten we zodirect, aan de keukentafel verder. Doe alsof u thuis bent. Dat doet u toch al.

1.Een ongenode bezoeker



Rond kwart voor vier 's nachts, als ik me in de badkamer heb teruggetrokken met Marilyn's Last Sitting, een fascinerend boekje dat ik in de bespottelijk kleine boekenkast heb gevonden, waarin fotograaf Bert Stern beschrijft hoe hij Marilyn uit de kleren kreeg voor een shoot in het Bel-Air Hotel in 1962, dat tevens haar laatste zou zijn, hoor ik tandartsgeluiden komen uit de deur naar de gang, die op een kiertje staat. Het klinkt alsof iemand met een handzame boormachine een piepklein gaatje boort in de tuindeur uitkomend op de zitkamer. Voordat ik ook maar de gelegenheid krijg om mijn sanitaire retraîte op fatsoenlijke wijze te beeindigen, hoor ik duidelijk de tuindeur snel open en weer dicht gaan en, alweer snel, maar ook heel duidelijk, gymschoenen piepen op het laminaat. Het gebeurt snel, maar niet zo snel dat ik niet de gelegenheid heb om te denken: wat onnadenkend van een ongenode bezoeker om gymschoenen aan te trekken. Gelegenheid om de vraag te overpeinzen waarom hij die gymschoenen bij binnenkomst niet heeft uitgetrokken krijg ik echter niet, want de ongenode bezoeker trekt de badkamerdeur open, en gaat, niet ongelijk Horst Schimanski, met getrokken pistool in de deuropening staan.

Plechtigheden



Uw liefdesdominee heeft weer genadeloos toegeslagen: eén zaterdag, twee huwelijksplechtigheden. 's Middags twee plastisch chirurgen in de Andrieskerk te Amerongen. Inkopper: 'De vraag wat ze aan elkaar wilden veranderen kreeg bij deze tortelduiven een heel andere lading. [Pause for effect.] Het bleef bij kleine dingen.' Niet bij mijn bewegende woorden, maar bij de bewegende muziek, Frans Halsema's Voor haar, niet onverdienstelijk vertolkt door La Clé de la Soul, hield het bruidspaar het niet meer droog. Ook deze geestelijke moest bij de zin 'Zo alleen maar wil ik verder leven' een brokje wegslikken. Stond ik maar op de kansel, dacht ik, torende ik maar hoog uit boven de gemeente, dan bleef mijn verkrampte tronie verborgen, nu moet ik mij een houding aan zien te nemen bezijden mijn gouden lezenaar. 's Avonds was het alweer raak, maar nu bij twee grootheden uit de muziek in de Kapel van Blijburg. Met het oog op het stoffen plafond had ik mijn theatrale kandelaar meegenomen. De brandweer hoefde niet uit te rukken. Ook bij het muzikale intermezzo tijdens deze plechtigheid, een acapella versie van Wayne Shorter's Footprints in een arrangement van de bruid, kneep ik mijn neus dicht om niet in een woeste huilbui uit te barsten. Na de plechtigheid kwam de oom van de bruigom op me af en vroeg: 'Die belofte die je ze liet doen, waar ik die vinden op internet?'