Zeilend door de Willem Frederik Hermansstraat

Lui als een koe in de wei

zeil ik op mijn elektrische fiets

door de godverlaten Willem Frederik Hermansstraat.


De bibliotheek rechts is groot en niet open.

Links doet de Mediamarkt, naar men mag aannemen,

goede zaken in parafernalia.


Ik tracht mij een dichtregel van Hermans voor de geest te halen,

of zelfs maar een flard proza maar kom niet verder

dan de geniale titel De tranen der acacia’s.


Thuis grijp ik naar het woordenboek voor de juiste spelling

en leer dat acacia in Suriname

verrassend betekent flamboyant.


Is Hermans in Paramaribo, Affobakka dan wel Kwamalasamutu gelezen?

Zo ja, wat stelden zijn lezers zich bij die titel voor?

In gedachten zeil ik overzee om het ze te vragen.