Gehaakt



Maarten had zijn koptelefoon opgezet; dat had hij beter niet kunnen doen. Woensdag, aan het begin van de avond, zo rond zessen, het was al pikdonker, was hij Hugo en zijn vriendje gaan ophalen van de voetbalclub. Ze hadden nog staan hannessen met verlichting, omdat Maarten zich had voorgenomen om dat nu eens goed te regelen voor zijn zoon. Hij had zijn eigen lichtjes aan Hugo gegeven, omdat die van hem het niet deden (daar voelde hij zich al wat schuldig over), maar die lichtjes waren nogal zwak geweest, vooral het witte voorlichtje was op sterven na dood, maar daar had hij verder niet bij stilgestaan. Wie bekommerde zich om licht in zijn tijd?
Het vriendje, Timon, had goede verlichting, zijn vader lette kennelijk wel op de kleintjes, maar goed, Timon fietste aan de binnenkant, en het ging nu juist om de buitenkant. De buitenkant was de kwetsbare kant.
Hij was goed geluimd, Maarten, en de jongens ook. Het was koud, maar het was aangenaam koud, Hugo en Timon hadden zoals altijd lekker gevoetbald, Hugo had zelfs gescoord, wat ook niet vaak voorkwam, en de verlichte huizen aan de overkant, de nieuwe zelfbouwvilla's hadden hun kerstbomen al hadden tentoongesteld achter hun gigantische gordijnloze ramen.
Maarten luisterde naar Hou je bek en bef me van Merol op zijn koptelefoon, had hij later gereconstrueerd (uit nieuwsgierigheid trouwens, maar het bleef gênant). Want twintig, dertig meter achter hem bleef Hugo haken aan de spiegel van een tegemoetkomende scooter, zo'n veel te hard rijdende scooter, die ook nog zigzaggend over het tweebaansfietsbad langs de Weespertrekvaart zeilde, onder zijn helm ongetwijfeld keiharde hiphop of iets anders geestdodends, maar dat viel niet meer te achterhalen.
Maarten wist pas dat er iets was bij het stoplicht. Timon tikte hem op de schouder, trekken was het meer eigenlijk. Hij was buiten adem, hij had hem proberen in te halen. 'U moet nu met mij meekomen, er is iets vreselijks gebeurd.'

Geen opmerkingen:

Een reactie posten