De neus



Nog zat ik niet aan tafel, het was op een verjaardag of ik voelde een neus in mijn kruis. Het is lang geleden dat ik een neus in mijn kruis voelde, met kleren aan. Het was een doortastende neus, een neus die zich niet liet negeren, een neus die op zoek was naar iets, maar wat dat was, wist de neus alleen.
Ik bracht mijn hand naar mijn kruis en duwde de neus uit mijn kruis. Ook dat was een noviteit, doorgaans wanneer ik een neus in mijn kruis bespeur is niet mijn eerste respons om die neus daar weg te halen.
De neus werd kennelijk afgeleid, in mijn kruis gebeurde te weinig, hij vond elders organen, lichaamsdelen of andere entiteiten om in te neuzen. Ik werd met rust gelaten. Maar niet voor lang, want toen het voorgerecht werd geserveerd, was de neus weer terug. Met hernieuwde kracht liet de neus zich kennen in mijn weke delen. Wat wilde de neus? Een snufje van dit? Een vleugje van dat? De neus liet zich er niet over uit, anders dan door te snuiven, te snuffelen en te sniffen.
Toen de neus zich voor de derde keer meldde, bij het toetje, dacht ik: genoeg is genoeg, ik zit hier te eten, ik ben op een verjaardag en niet die van mijn prostaat. Ik kneep mijn knieën bij elkaar niet ongelijk een reusachtige tang (reusachtig voor de neus) waarin de neus klem kwam te zitten. De neus was verrast, dit had hij niet verwacht. Alleen, het probleem was zoals zo vaak niet zozeer opgelost als wel verplaatst. De neus was succesvol gefixeerd inderdaad, hij kon niet meer naar me toe komen, maar hij kon ook niet meer weg.
Ik moest met de neus leren leven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten